Hoe de hond een huisdier werd - en de wolf niet

Door genetische aanpassing lust hond ook etensresten mens

Eigenlijk gek: mensen zijn de beste maatjes met honden. Maar met hun genetisch bijna identieke voorouders, wolven, wil het juist helemaal niet boteren. Hoe kan dat?

Zweedse onderzoekers hebben daar een antwoord op, deze week in Nature. Ze denken dat het te maken heeft met het spijsverteringsstelsel van honden. Dat heeft zich genetisch gevoegd naar de mens: honden leerden zetmeel te verteren, dat royaal aanwezig was in de voedselresten bij menselijke nederzettingen. Die genetische verandering legde de basis voor een bestaan van de hond in de nabijheid van mensen. Wolven daarentegen hielden vast aan hun vertrouwde menu van vers vlees, en bleven in het wild leven.

De onderzoekers gaan meer dan 10.000 jaar terug in de tijd om dit te staven. In Oost-Azië en het Midden-Oosten werden destijds zeker al honden gehouden door mensen. Maar mogelijk ontpopten wolven zich al eerder tot huishond. In Siberië zijn fossiele resten van een hondachtig dier aangetroffen van 33.000 jaar geleden, in Israël gemeenschappelijke graven van mens en hond van 12.000 jaar oud.

Hoe mens en hond naar elkaar toegroeiden, is niet helemaal duidelijk. Misschien begonnen mensen wolvenwelpen te gebruiken voor bewaking of de jacht, waarbij ze via slimme selectie geleidelijk de nare trekjes van de wolven weg wisten te fokken. Of misschien hing het samen met de overgang van de mens van nomaden- naar boerenbestaan, waarbij de hond de mens opzocht om van diens afval te leven.

Hoe het ook zij, de ontwikkeling van in het wild levende dieren tot huishonden ging gepaard met genetische veranderingen. Daarbij is een sleutelrol weggelegd voor tien spijsverteringsgenen. Dit bleek uit een analyse van de genen van 12 wolven en 60 honden. Honden zijn door die genetische aanpassingen veel beter dan wolven in staat zetmeel af te breken, een bestanddeel van onder meer granen, aardappelen en groenten.

Een wetenschapster van de Universiteit van Massachusetts komt in de jongste editie van het blad Ethology tot een andere verklaring van de hond als mensenvriend. Zij zoekt het in de verschillende manieren waarop honden en wolven kennismaken met de wereld. Bij honden is de periode tussen vier en acht weken cruciaal. Als ze in die periode vertrouwd raken met mensen, of bijvoorbeeld paarden, dan zijn ze daar de rest van hun leven prima mee op hun gemak.

Bij wolven gaat dat anders, ontdekte deze onderzoekster. Zij beginnen al rond te struinen als ze pas twee weken oud zijn, en nog doof en blind. Ze zijn dan al druk aan het socialiseren, terwijl de hondenpups nog hulpeloos in hun nestje liggen; maar bij de jonge wolven gaan de luiken ook al snel weer dicht. Wie vriendjes wil worden met een wolf, moet er dus al vroeg bij zijn en er veel tijd in steken. Maar zelfs dan zal de band nooit echt innig worden, vreest de onderzoekster.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden