Reportage

Hoe de gedeelde stad Jeruzalem de lieve vrede bewaart

Beeld Polaris Images

Door de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, bevestigt hij slechts de realiteit, stelt Donald Trump. Maar wat is die realiteit? Twee bevolkingsgroepen blijken de stad prima te kunnen delen.

De regen van dagen geleden ligt in plassen in het gebroken asfalt. Alsof de zon niet al dagen zijn best doet het water te verdampen. Het kan verder nergens heen, er zijn geen afvoerputjes. Auto's rijden door de blubber. De meisjes met roze rugzakjes slalommen eromheen, ze zijn op weg van school naar huis. Een trottoir is er niet.

Links van de weg een afvalcontainer, zo'n grote, die in Nederland voor de bouw wordt gebruikt, hier voor huisvuil. Hij is verroest en ernaast ligt minstens zoveel afval als erin. De gemeentereiniging komt hier zelden. Meestal wordt het afval hier daarom verbrand. Iets verderop rijst stinkende rook op uit zo'n container.

Rechts van de weg een provisorische afbakening van gebutste metalen platen. Daarachter is een flatgebouw in aanbouw. Een bouwproject zonder vergunning en zonder berekeningen. Niemand zou ervan opkijken als er iets instort. Ook deze flat zal weer tien, twaalf verdiepingen hoog worden, net als het pand dat er nog geen twee meter vanaf staat.

Welkom in Jeruzalem. "Mooi hier, hè", zegt Ayman Tamini. Hij grijnst om zijn eigen grap. De wijk Shuafatkamp is deel van Jeruzalem, maar om in de stad te komen, moet je eerst een checkpoint door. Tamini doet dat elke dag. De door Israëlische militairen bemande controlepost is de enige opening in een metershoge muur van grijze betonplaten. Israël bouwde die hier ruim tien jaar geleden, op sommige plekken dwars door Palestijnse woonwijken heen, als onderdeel van een honderden kilometers lange afscheiding rond de bezette Westelijke Jordaanoever.

Verkeerde kant van de muur

Niemand kent het precieze aantal, maar naar schatting wonen zo'n 140.000 Palestijnse inwoners van Jeruzalem afgescheiden van de stad. Tamini is zo iemand. Hij woont aan de verkeerde kant, achter de muur in zo'n gammele flat, maar zijn winkel in ijzerwaren staat aan de stadskant. Dus elke dag die vernederende controle om naar zijn eigen winkel te gaan. Te voet, want je mag bij de controle niet in de bus blijven zitten, over een met stalen hekken afgegrendeld pad. "Altijd moet ik mijn papieren laten zien, elke dag."

JeruzalemBeeld Trouw

Sommige rechtse politici bepleiten om die wijken achter de muur, zoals Shuafatkamp, Ras Khamis en Kufr Aqab, nu ook bestuurlijk van Jeruzalem los te snijden. "De politie gaat er alleen nog heen voor operaties, het gebied is een no man's land, het verlenen van welke dienst dan ook is gevaarlijk geworden", zei minister Zeev Elkin van Jeruzalemzaken onlangs toen hij voorstelde om maar helemaal afscheid te nemen van de verarmde en overbevolkte wijken achter de muur, waar bij gebrek aan controle en zorg van de overheid de illegale handel bloeit.

Minister Elkin verhulde niet zijn grootste zorg. "Het heeft een dramatische impact in termen van de joodse meerderheid, want we verwachten dat de bevolking daar blijft groeien." Ofwel: de bevolkingstoename is in deze wijken zo fors, dat de balans tussen Joodse meerderheid en Palestijnse minderheid dreigt om te slaan.

Geen toeristen

Dit is het Jeruzalem waar je geen toeristen ziet. En geen politici. En trouwens ook geen Joodse Israëliërs. Die durven hier niet heen. Dat geldt voor het hele oosten van de stad. Ook naar de beter bereikbare Palestijnse wijken als Beit Hanina, Ras al Amud of Essawiye lukt het niet Joodse vrienden mee te krijgen. De angst staat in hun ogen als je het alleen al oppert. De meeste Israëliërs hebben geen flauw benul van de stad die zij, net als Donald Trump, als hoofdstad zien.

Een paar cijfers dan, voor diegenen die het oosten bij een bezoek aan de Heilige Stad hebben overgeslagen. Volgens het Centraal Bureau van Statistiek is van het totale aantal inwoners van Jeruzalem 37 procent Palestijns. In de buurten waar zij wonen, is er een tekort van ongeveer tweeduizend klaslokalen. Van de honderdvijftig schoolpsychologen die de stad Jeruzalem in dienst heeft, werken er twintig in het oosten. Er zijn in het Joodse deel van de stad 27 klinieken voor kinderen, aan de andere kant zes. O ja, in het oosten werken vijf postbodes, in de rest van de stad achtentachtig.

Beeld EPA

"We zijn tienderangs burgers", zegt Abu Bakr. "Er is slechts gelijkheid op een terrein: belasting betalen. Maar wat je daarvoor terugkrijgt? In de Joodse buurten hebben ze parkeerplaatsen, straatverlichting, speelplaatsen, bejaardenhuizen, zwembaden, voetbalvelden. Mijn buurman en ik hebben zelfs geen riolering."

Abu Bakr woont in de Palestijnse wijk Ras al Amud, die een bezoeker van de Olijfberg misschien weleens heeft zien liggen. Vandaaruit heb je het mooiste uitzicht op de gouden Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Dat is dan ook het enige waar de bewoners trots op zijn: het bewijs dat Jeruzalem van de moslims is, ligt aan hun voeten.

Maar de nabijheid van die heilige plek - de Tempelberg, die bewijst dat de Jeruzalem van de joden is - maakt dat de wijk ook in trek is bij joodse idealisten. Zoals Arieh King, befaamd kolonistenvoorman en sinds twintig jaar bewoner van Ras al Amud uitlegt: "We willen natuurlijk zo dicht mogelijk bij deze heilige plek wonen. Hier bidden we voor de herbouw van de tempel. In de tussentijd ben je meer verbonden met God als je dichtbij woont."

Muren en hekken

In die tussentijd betekent wonen voor hem hier: achter muren en hekken, beschermd door camera's, politie en privébeveiligers. Maar King is niet bang om door de buurt te lopen, want het voelt als zijn rechtmatige thuis. Hij gaat voorop naar de Palestijnse groenteboer op de hoek en voorspelt dat ze hem daar allemaal herkennen en vriendelijk begroeten. De hartelijkheid valt tegen, de jongens van de groenteboer hebben weinig op met de wat arrogante voorman van de kolonisten, vertellen ze nadien. Dat wil niet zeggen dat ze hem niet bedienen. Natuurlijk doen ze dat, want hoe ergerlijk ze elkaar ook vinden, de Joden en de Palestijnen, waar het geld rolt komen ze samen. Overal.

Bij het benzinestation in een exclusief Joodse wijk in het westelijke deel staat een Palestijnse bediende, die zijn klanten in hun eigen taal aanspreekt, Hebreeuws met een onmiskenbaar Arabisch accent. Niemand kijkt ervan op. Bij de wasserij ernaast kun je je auto goedkoper laten wassen dan elders, dus daar gaan de Joodse klanten graag heen. In het hotel wordt je ontbijt bereid door een Palestijnse keukenhulp, niemand die erom maalt. En in de kledingwinkel in de populaire Mamilla Mall staat een hippe Palestijnse jonge vrouw uit Oost-Jeruzalem achter de kassa, samen met een iets oudere Joodse migrante uit Rusland, wier Hebreeuws dan weer een onmiskenbaar Russisch accent heeft.

Niet zelden rijst de vraag: hoe kan dit bestaan? Hoe kunnen die twee bevolkingsgroepen, die elkaar de stad niet gunnen, de stad toch zo vreedzaam delen? Vreedzaam ja, dat is geen vertikking. Elke dag ontmoeten ontelbare Joden en Palestijnen elkaar in Jeruzalem, op ontelbare plekken. In de bus, in het winkelcentrum, bij de garage, op straat, in het verkeer, op de kraamafdeling van het ziekenhuis zelfs. Hoe vaak is er een aanslag? Niet dagelijks, en ook niet elke week.

Vaak is de verklaring voor het vreedzaam samenleven simpel. Ik heb een baan nodig, moet mijn kinderen te eten geven, en vooral: we praten niet over politiek. Dat is de ongeschreven gouden regel. Soms dringt de politiek ineens die gedeelde stad binnen. Een oorlog in Gaza, de Amerikaanse president die zich uitspreekt over Jeruzalem; dan moet iedereen zijn kaken stijf op elkaar houden, want dan ontvlamt het te makkelijk. Ze ontmoeten elkaar, omdat de economie erop draait, maar ze komen elkaar niet te nabij.

'Ze kijken op je neer'

Iedereen heeft zijn strategie. Sommige Palestijnen spreken geen Arabisch als ze in het westelijke deel zijn. Je gedeisd houden maakt het leven prettiger. Een kameraad van Ayman Tamini die achter de muur woont, Ramzi Einalkam, komt vooral in het westen voor zijn werk. Hij is vrachtwagenchauffeur, moet er dus leveranties doen. "Maar ik voel me er niet thuis", zegt hij. "Ze kijken op je neer, vooral die met de zwarte keppeltjes."

Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Joodse inwoners mijden oost, ze hebben daar niks te zoeken - de Palestijnse arbeiders komen naar west. Behalve kolonisten, die moeten naar oost, maar de meeste Jeruzalemmers zijn niet zo bevlogen als Arieh King. Die wonen in een buitenwijk, zoals ze dat zelf noemen, niet in een nederzetting. Gewoon omdat er een niet te duur huis te huur staat, met bomen in de straat, een kinderspeelplaats om de hoek en een goed bereikbare supermarkt. Zij rijden naar huis over brede, strak geasfalteerde en goedverlichte wegen vanwaar je de rafelige Palestijnse wijken alleen in de verte ziet liggen, als je ze per se wilt zien.

Andere wereld

Veel van die Jeruzalemmers zijn zich van die andere wereld, vlak naast de hunne, niet bewust. De Israëlische regering daarentegen heeft een doelbewuste politiek gevolgd met de bouw van die grootschalige nederzettingen, zoals Gilo en Pisgat Ze'ev. Ze kapselen de Palestijnse dorpen in die na de verovering in 1967 aan de stad werden toegevoegd. Zo zijn letterlijk de feiten op de grond geschapen, die een toekomstige deling van de stad in Oost en West vrijwel ondoenlijk maken.

"Jeruzalem is de hoofdstad van Israël", zei de Amerikaanse president Trump afgelopen week. "Dit is niets meer of minder dan een erkenning van de realiteit." Daar had hij feitelijk gelijk in. De realiteit is dat Israël de stad bestuurt en beheerst. Blijft de vraag of daarmee die 'ene, ondeelbare stad' is geschapen, zoals Israël het graag noemt. Buiten de muren van de Oude Stad, die vooral een groot 'kerkplein' is waar de drie geloven massaal komen bidden, bestaan twee leefwerelden, op zijn minst. Twee Jeruzalems. Maar daar is Ayman Tamini helemaal niet mee eens. "Er is één Jeruzalem." En daarop volgt direct: "En het is van ons. Het is alleen door hen, dat er twee van gemaakt zijn."

Lees ook

Waarom Trumps erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël wel/niet tot vrede leidt.

Stevo Akkerman: Trump heeft met Jeruzalem een belangrijke stap gezet naar het Laatste Oordeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden