Review

Hoe de fluoride uit het water verdween

De geschiedenis van de drinkwaterfluoridering illustreert hoe Nederland sinds de jaren zestig is veranderd. Deskundigen die weten wat goed voor ons is? Dat maken we zelf wel uit.

Tandhygiëne bestaat eigenlijk alleen bij de notabelen, constateerde een Amsterdamse hoogleraar in 1949. „Bij de verdere bevolking bepaalt zij zich tot het trekken van kiezen als de pijn te erg wordt. De gebitten zijn dus verwaarloosd en daar men zeer van beschuit, koek en zoetigheid houdt, kan men reeds jeugdige mensen met ’een afgebrand dorp’ aantreffen.”

Cariës is de meest verspreide volksziekte, hadden tandartsen eerder al geconcludeerd. Weliswaar niet besmettelijk, maar toch zorgelijk genoeg, want „in die gevallen waarin niet wordt ingegrepen, leidt dit tot een verstoring van het individuele geluk en vermindering der volkskracht”, aldus hoofdinspecteur van de volksgezondheid Banning. Maar wat daaraan te doen? Historicus Dennis Edeler brengt in zijn proefschrift ’De Drinkwaterfluoridering’ de discussie daarover in kaart, heel wat spannender dan de titel suggereert.

Vanuit de VS diende zich een oplossing aan. Begin twintigste eeuw had daar een jonge arts ontdekt dat in sommige regio’s kinderen weliswaar veel last hadden van donkere vlekken en strepen op hun tanden, maar aanmerkelijk minder van tandbederf. In de jaren dertig werd een verband gelegd met een hoge concentratie fluoride in het drinkwater. Met iets minder van deze stof bleken de vlekken weg te blijven, maar ook nog steeds de gaatjes. Een beetje fluoride in het water dus leek een simpele en goedkope manier om een groot gezondheidsprobleem aan te pakken.

Omdat er toch enige onzekerheid was over de toepasbaarheid van de Amerikaanse bevindingen, werd in Nederland besloten tot een groot experiment „zodat men over het resultaat volledige zekerheid krijgt”. In Tiel werd daartoe vanaf maart 1953 (zonder dat de bevolking daarvan op de hoogte werd gesteld) fluor aan het water toegevoegd. Vijftien jaar lang, was het plan, zouden de gebitten van (jonge) Tielenaren worden vergeleken met die van Culemborgse leeftijdsgenoten die het zonder gefluorideerd water moesten doen.

Al lang voor die termijn was verstreken waren veel gemeenten er echter zelf al toe overgegaan fluor aan het drinkwater toe te voegen. Halverwege de jaren zestig leek het slechts een kwestie van tijd voordat het hele land dat water zou drinken. Niets bleek minder waar.

’Strijd om ons glas water’, kopte de Drentsche en Asser Courant, toen de tegenstanders van gefluorideerd water zich steeds luider gingen roeren. Vanuit strengchristelijke en antroposofische hoek was er al langer weerstand, maar nu werd dit breder. Er was verzet vanuit de hoek van juristen: hoe kun je mensen dwingen iets te drinken waar ze niet om hebben gevraagd (en waarvoor geen alternatief is). Er kwamen bedenkingen tegen de veronderstelde veiligheid. Historische vergelijkingen zijn altijd riskant, maar bij de ziekten die volgens tegenstanders allemaal het gevolg zouden kunnen van fluor komt onwillekeurig het bombardement van e-mails in beeld waarmee eerder dit jaar werd gewaarschuwd tegen de gevolgen van het HPV-vaccin en nu de Mexicaanse griepprik.

Bovendien kwamen er vraagtekens bij de macht van de overheid om te beslissen wat goed is voor haar burgers (’dat maak ik zelf wel uit’). Sterker nog: er kwamen ook suggesties dat de overheid - en in haar kielzog het ’medisch-wetenschappelijk complex’ - helemaal niet het beste voor had met het overgrote deel van de bevolking.

Overal ontstonden actiegroepen en comités die zich tegen fluoridering verzetten. Omdat de invoering was gedecentraliseerd en iedere gemeente er zelf over kon beslissen, laaide het debat iedere keer weer op. De voorstanders waren daarop slecht voorbereid. Met rationele argumenten, vertrouwend op de uitstraling van hun autoriteit, gingen ze de tegenstand te lijf.

Vergeefs, zo voorspelde hoogleraar sociale geneeskunde Hornstra al in 1960. Er moet niet in ’hautaine intellectualistische zelfverzekerdheid’ met het publiek worden gesproken, aldus deze arts, want dat miskent dat in kwesties als deze niet alleen het verstand maar ook de emotie een grote rol speelt. „Iemand die er met zijn ziel tegen is, heeft daarvoor geen rationale rechtvaardiging nodig en laat zich ook niet makkelijk door redenering corrigeren.”

Het resultaat is, schrijft Edeler, dat de eens zo veelbelovende maatregel voor collectieve preventieve tandheelkunde het niet heeft gehaald. Gemeenten waar water al gefluorideerd was, kwamen daar weer op terug en uiteindelijk leidde de hele discussie zelfs tot wijziging van de grondwet, waarin de onaantastbaarheid van persoon en lichaam werd vastgelegd.

En het Nederlandse gebit? Dat is er beter aan toe dan vijftig jaar geleden, dankzij fluoride, constateert Edeler wat ironisch. Als preventief middel voor de bestrijding van tandcariës heeft het ’meer dan ooit een vaste plaats in het huishouden van de Nederlandse bevolking gekregen’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden