Hoe de DDR mijn moeder afpakte

Julia Franck en Katrin Behr beschrijven hoe kinderen de dupe werden van rode idealen

De twee boeken bieden indrukwekkend tegenwicht aan de stroom 'ostalgische' herinneringen aan het DDR-regime

Het is wel cynisch: de werkende moeder werd in de Duitse Democratische Republiek verheerlijkt - als correctie op de vernederende moederschapsideologie van de nazi's. Maar die emancipatoire visie lijkt noch de moeders van de DDR, noch hun kinderen veel goeds te hebben gebracht. Dat valt in elk geval op te maken uit de veelbesproken roman 'Rug aan rug' van de Duitse schrijfster Julia Franck. In een interview met Trouw onthulde ze de autobiografische bron van de roman. Haar eigen grootmoeder stond model voor de egoïstische, socialistische kunstenares Käthe, die haar rode idealen belangrijker vindt dan haar kinderen.

Dat Franck kan schrijven staat vast. In korte, krachtige zinnen hakt ze een beeld uit van de nieuwe socialistische samenleving die werd opgebouwd door overlevenden van de naziheerschappij. Joodse communisten speelden in die eerste jaren een belangrijke rol in - totdat ook in de DDR de antisemitische tendensen de kop op staken. Käthe, de alleenstaande moeder van Thomas en Ella, is een van hen.

Na een periode van ballingschap in Italië is Käthe teruggekeerd om de socialistische heilstaat op te bouwen. Als beeldhouwster van socialistische sculpturen heeft ze al snel een kring van bewonderaars om zich heen. "Iedereen wil vrede. Käthe stelde het vast, ze twijfelde er niet aan. Vol verwachting keken haar bezoekers haar aan. (...) Duitsland is bevrijd. Nu gaat het erom een samenleving op te bouwen waarin het fascisme nooit meer mogelijk zal zijn".

Haar zoon Thomas, een dichter in de dop, vindt die woordenvloed verschrikkelijk, "niets anders dan schuimklopperij en bellenblazerij, dit soort gesprekken". Maar hoewel Käthe Thomas' ambities om dichter te worden voortdurend kleineert, kan hij zich niet onttrekken aan zijn moeders' invloed. Totdat zij hem naar de mijnen stuurt, om te leren werken, en daarna naar het ziekenhuis, om arts te worden. Daar vindt hij troost bij een verpleegster die er nog erger aan toe is dan hijzelf. Samen kiezen ze voor de Freitod (het Duitse woord voor zelfmoord is hier meer op zijn plaats). Zijn zus Ella, die in het boek een bleke gestalte blijft, is dan al twee keer verkracht: een keer door een voormalig concentratiekampgevangene, en een keer door een Stasi-agent. Ze is ook zwanger geweest en heeft geleden aan anorexia. Ze vlucht in drank, vriendjes en rock-'n-roll, voor zover dat in de DDR mogelijk was.

Dat 'Rug aan rug' in Duitsland ook kritiek heeft gekregen, is wel een beetje te begrijpen. De karrevrachten leed en geweld die Julia Franck over haar lezers uitstort, maken het boek soms onverteerbaar zwaar. Maar de snoeiharde woorden waarmee ze de mythes van de DDR ontmantelt zijn onvergetelijk. Iedereen die Christa Wolfs 'Kindheitsmuster' heeft gelezen - dat zich in dezelfde tijd afspeelt en waarin de schrijfster een lans breekt voor de socialistische vernieuwing - zou 'Rug aan rug' ook moeten lezen.

Een verademing is Francks roman ook als tegenwicht voor de vloed aan droogkomische en 'ostalgische' verhalen over de DDR: zij draait nu eens niet om de hete brij heen. Nieuw is bovendien dat dit boek zich afspeelt in die eerste jaren van opbouw. De DDR van de jaren zeventig en tachtig is namelijk al uitgebreid besproken, door Franck zelf ('Lagerfeuer'), door Claudia Rusch ('Meine Freie Deutsche Jugend), Ingo Schulze ('Adam und Evelyn') en Uwe Tellkamp ('Der Turm'). In die boeken ging het om de psychologische druk die de Stasi uitoefende en de subtiele overlevingsstrategieën waartoe de DDR-bevolking haar toevlucht zocht toen teleurstelling en cynisme al collectief om zich heen hadden gegrepen. Met 'Rug aan rug' knalt Franck een familiegeschiedenis op tafel waarin geen nostalgisch kiekje te bekennen valt. De DDR was geen streng maar toch wel gezellig zomerkamp, ook niet in die beginjaren.

Het allerakeligste aan dit familieportret is dat niet de partijbonzen of de Stasi-agenten het regime erdoor duwen, maar dat een moeder zélf haar kinderen opoffert aan haar rode idealen. Waarom? Misschien omdat ze tijdens de oorlog haar tederheid is kwijtgeraakt. Of omdat de vader van haar kinderen niet met haar wilde trouwen vanwege haar Joodse achtergrond. We weten het niet. Zeker is dat het slachtoffer hier zelf dader is geworden.

Toch is Francks boek niet in eerste instantie bedoeld als afrekening met het socialisme, het gaat haar ook om de kracht van de liefde.

Hoe die liefde ook is verwrongen en verdraaid, moeders en kinderen komen toch niet van elkaar los. Zo past dit boek in de stroom (Joods-) Duitse familieromans die maar blijft aanzwellen en die niet ophoudt te onthutsen, ontroeren en fascineren.

Dat de DDR kinderen ook letterlijk van hun moeder beroofde, blijkt uit 'De dag waarop de DDR mijn moeder meenam' van Katrin Behr. Dit is geen roman, maar het aangrijpende levensverslag van het meisje Katrin (de auteur zelf), dat op haar vierde ineens haar moeder kwijtraakt. "De mannen dragen lange donkere winterjassen. Ze zijn met z'n vijven of zessen en stellen zich dreigend voor mijn moeder op als ze eindelijk voorzichtig de deur opendoet. Naast hen staat een kleine, vrij tengere vrouw met een officieel document in haar hand. Ze zegt iets tegen mama wat ik niet begrijp. Maar wat ik wel begrijp is dat we mee moeten komen, en wel meteen."

In het jaar 1972 zette het DDR-regime Katrins moeder op grond van 'onaangepast' gedrag als 'asociale' vrouw gevangen en ontnam haar het ouderschap. Katrin belandt in een tehuis en wordt van haar broertje gescheiden. Na enkele mislukte adoptiepogingen groeit ze op in het gezin van een dogmatische partijvrouw en lerares. Katrin heeft nooit begrepen waarom haar moeder haar in de steek liet. Maar ze kan haar ook niet vergeten. Tegelijkertijd probeert ze echt van haar stiefmoeder te houden, hoewel die haar op afstand houdt.

Later blijkt dat haar nieuwe moeder haar eigenlijk ook weer had willen terugsturen naar het tehuis. Alleen onder druk van haar man laat ze het kind blijven.

Pas na de val van de Muur, die Katrin nauwelijks bewust meemaakt omdat ze zo in beslag genomen wordt door haar eigen verdriet, vindt ze haar biologische moeder terug. Dan pas ontdekt ze dat die haar nooit vrijwillig heeft afgestaan en dat ze niets kon doen aan de kinderroof. Tegen die tijd heeft Katrin zelf al twee kinderen uit een huwelijk dat is geëindigd in een vechtscheiding. Ze heeft een burn-out gehad en kampt met allerlei psychologische problemen. Het verhaal is diep tragisch. Katrins familieleven, dat van haar moeder en van de kinderen, zijn met een enkele paraaf vernietigd.

Behrs verslag is niet bedoeld als literatuur, het is een noodkreet met een ten diepste persoonlijk en maatschappelijk doel. "Omdat ik anders gek werd." En: "Om anderen te helpen die er nog erger aan toe zijn dan ik zelf." Kinderen die door de DDR bij hun ouders werden weggehaald (niemand weet hoeveel dat er zijn), zouden zich niet bij hun lot moeten neerleggen en op zoek moeten gaan naar hun echte ouders. De schrijfster heeft inmiddels subsidie gekregen voor haar project (http://zwangsadoptierte-kinder.de/). Haar moeder is erkend als slachtoffer van het regime, en krijgt een maandelijkse uitkering en schadevergoeding.

Hoewel Behrs verhaal begint als een vertelling, ontbreekt een bevredigend slot. Katrin vindt haar moeder en broer terug, maar de band wordt niet hersteld. De liefde tussen moeder en dochter kan nooit meer 'gewoon' beleefd worden.

Katrin Behr levert geen literaire krachttoer, zoals Julia Franck, maar haar boek geeft wel blijk van bewonderenswaardige moed. Net als bij Julia Franck is het doorbladeren van dit familiealbum een soms pijnlijke ervaring. Maar beide albums zijn onmisbaar. Ze laten zien hoe vrouwen hun moederschap verzaakten of gedwongen werden te verzaken. En hoe kinderen werden opgeofferd aan politieke idealen.

Julia Franck: Rug aan rug. (Rücken an Rücken) Vertaald door Goverdien Hauth-Grubben. Wereldbibliotheek, Amsterdam, ; 320 blz. € 19,90
Katrin Behr (met co-auteur Peter Hartl): De dag waarop de DDR mijn moeder meenam. (Entrissen) Vertaald door Annemarie Vlaming. Artemis & Co, Amsterdam; 301 blz. € 14,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden