Hoe de Brit verscheen in Brussel

BREXIT | Overmorgen hebben de Britse kiezers het laatste woord over het EU-lidmaatschap. Ruim veertig jaar geleden hadden ze dat ook al eens. Een terugblik op de roerige jaren zestig en zeventig.

Er was een tijd dat de Britten de Turken van Europa waren. Ze weten allebei hoe het is om jarenlang in de wachtkamer te zitten van het lidmaatschap van de Europese Unie. En ze weten allebei hoe het is om Frankrijk tegen je te hebben. Want net als met Turkije nu, zag het Elysée in de jaren zestig van de vorige eeuw het Verenigd Koninkrijk niet zitten als lid van wat toen nog de Europese Economische Gemeenschap (EEG) heette.

De Britse kiesgerechtigden stemmen overmorgen over de vraag of ze er nog wel brood in zien, in dat lidmaatschap. In alle debatten gaat het vooral over de toekomst. Zijn de Britten straks beter of slechter af als ze de EU verlaten? Hoe ziet de EU eruit zonder Britten? Misschien ligt het antwoord op die vragen deels juist in het verleden.

Daarom, aan de vooravond van een van de spannendste en belangrijkste stembusgangen van de laatste jaren, eens een andere vraag. Waarom is het land in vredesnaam ooit lid geworden, en hoe?

Toen het samenwerkingsproject op het continent na de Tweede Wereldoorlog begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS, 1952), was Londen niet geïnteresseerd. Industriële samenwerking met het continent was nergens voor nodig. Groot-Brittannië, dat de oorlog uit was gekomen als machtigste land van West-Europa, produceerde ongeveer evenveel kolen en staal als Duitsland en Frankrijk samen.

De boot gemist?

In 1955 spitsten de Britten wel de oren toen de zes lidstaten van de EGKS bijeenkwamen in Messina op Sicilië. Daar zouden ze de basis leggen voor een veel bredere economische samenwerking, de EEG.

Er bestaan veel mythes over de aanwezigheid van een Britse waarnemer in Messina, een zekere Russell Frederick Bretherton, die bij zijn zogenaamde vertrek zou hebben gezegd: "Heren, jullie proberen ergens over te onderhandelen waarover jullie niet eens kúnnen onderhandelen. En als het toch wordt uitonderhandeld, zal het niet worden geratificeerd. En als het wordt geratificeerd, zal het niet werken. Au revoir et bonne chance."

Bretherton was dat jaar wel betrokken bij verkennende gesprekken, maar op de Conferentie van Messina is hij niet geweest. Bovendien is het vrijwel zeker dat er bij zijn vaak aangehaalde uitspraak door de mondelinge overlevering zoveel ruis op de lijn is gekomen, dat het citaat niet klopt. Maar mooi is het wel. Een hooggeplaatste Brit zou het gezegd kúnnen hebben.

Gedurende de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig begon het in Londen wel op te vallen dat de EEG-landen economisch gezien grote sprongen maakten terwijl Groot-Brittannië op achterstand raakte. Hadden de Britten de boot gemist?

Om de smaak van Europese samenwerking te proeven, richtte Londen in 1960 de Europese Vrijhandelsassociatie op, EFTA volgens de Engelse afkorting. Groot-Brittannië werkte daarin samen met zes andere Europese landen die niet in de EEG zaten, waaronder Noorwegen, Portugal en Zwitserland. Een serieuze concurrent voor de EEG en de latere EU is EFTA nooit geworden. Tegenwoordig telt de EU 28 lidstaten en heeft EFTA er nog vier.

De Conservatieve Britse premier Harold Macmillan, aangetreden in 1957, kreeg steeds meer twijfel over de uitsluiting van zijn land bij de EEG-samenwerking op het continent, niet alleen economisch, maar ook geopolitiek. Na lang wikken en wegen veranderde hij het Britse standpunt in de zomer van 1961. Ja, de Britten wilden alsnog lid worden.

Lijfsbehoud

In deze junidagen van 2016, met het Brexit-referendum voor de deur, is het goed om dit moment nog even op het netvlies te toveren. Ze wilden het exact 55 jaar geleden zelf, dat lidmaatschap - gedreven door een drang naar lijfsbehoud op het internationale podium.

In 1961 was het echter onzeker of de deur in Brussel wel voor hen openstond.

Nederland en België wilden de Britten er dolgraag bij hebben, als tegenwicht voor West-Duitsland en Frankrijk - vooral Frankrijk, dat binnen de groep van Zes steeds meer haantjesgedrag begon te vertonen.

Vijftien maanden werd er onderhandeld over de Britse toetreding. En toen, op 14 januari 1963, liet de Franse generaal en president Charles de Gaulle een diplomatieke bom ontploffen. Tussen neus en lippen door zei hij op zijn nieuwjaarspersconferentie dat 'op een dag' een moment zou komen dat het Verenigd Koninkrijk aan de voorwaarden voor lidmaatschap zal voldoen. Die dag was niet vandaag. De Britten stonden plots voor een dichte deur.

De Gaulle was vooral bang dat de Britten te veel onder Amerikaanse invloed stonden, zodat die invloed ook de Europese gemeenschap binnen zou sijpelen.

Niet alleen Londen was verbolgen, ook de andere vijf lidstaten. Dit was een eenmansactie van De Gaulle die de argwaan over de Franse dominantie binnen het blok alleen maar deed toenemen.

In mei 1967 probeerde Londen het weer, en al snel stuitte het opnieuw op het 'non' van De Gaulle. Om moedeloos van te worden.

In de tussentijd was de economische ontwikkeling van het Verenigd Koninkrijk ingesukkeld vergeleken bij de EEG-landen. In 1950 was het Britse nationaal inkomen per hoofd van de trotse bevolking nog 28 procent hoger dan dat van de zes landen die later de EEG gingen vormen. In 1957 was dat al teruggelopen tot 15 procent. Bij de tweede lidmaatschapsaanvraag in 1967: 6 procent. De omslag was bereikt toen de Britten in 1969 een derde klop op de deur waagden. Toen verdiende een Brit 2 procent minder dan een EEG-burger.

Driemaal bleek scheepsrecht. De Britten kregen hulp uit onverwachte hoek: de Franse studenten. Hun revolte in 1968 leidde uiteindelijk via een omweg tot het vertrek van De Gaulle. Diens opvolger Pompidou stond wel open voor het Britse lidmaatschap.

Politiek gerommel

Toen ging het opeens snel. In december 1969 besloten de zes regeringsleiders in Den Haag dat de Britten welkom waren, samen met de Denen, Ieren en Noren. Uiteindelijk haakte alleen Noorwegen per referendum af. Op 1 januari 1973 werd de club van Zes een club van Negen.

Filosoof en historicus Luuk van Middelaar noemt in zijn standaardwerk 'De passage naar Europa' (2009) drie redenen voor het groene licht van Parijs. In de eerste plaats had de koppige Franse blokkade de eenheid in de EEG ondermijnd. De vijf andere landen konden zo langzamerhand niet meer door één deur met Frankrijk.

Verder onderkende het Elysée dat de nadelen van de Britse toetreding kleiner waren geworden, vooral op het gebied van de landbouwpolitiek.

Tot slot: het was heus geen daad van Franse barmhartigheid dat ze de Britten nu wél welkom heetten. De Fransen hadden hen zelf inmiddels ook nodig, als tegenwicht voor de snel groeiende economische en politieke machtspositie van West-Duitsland. "Dit zette Frankrijks positie als leider van de Zes onder druk", schrijft Van Middelaar. "Deze rustte alleen nog op militair overwicht."

Nu het EEG-lidmaatschap een feit was, brak in het Verenigd Koninkrijk een periode aan van binnenlands politiek gerommel. De verkiezingen van 1974 leverden een Labour-regering op. Die partij was niet tevreden met de voorwaarden van het EEG-lidmaatschap die door de Conservatieven waren bedongen en ging de campagne in met de belofte van heronderhandeling. De socialisten vonden dat de aansluiting bij Europa de mogelijkheden beperkten om bijvoorbeeld een echt linkse industriepolitiek te voeren - those were the days.

Geen weg terug

Dat is wel een groot verschil met nu. In de jaren zeventig waren tegenstanders van integratie met het continent vooral aan de linkerkant van het politieke spectrum te vinden. Ruim veertig jaar later zijn het vooral rechts-populisten als Nigel Farage die de anti-EU-kar trekken.

De heronderhandeling met de andere lidstaten kwam er, en leidde in maart 1975 tot een akkoord - vergelijkbaar met het akkoord dat premier Cameron in februari van dit jaar in Brussel uit het vuur sleepte.

En ook toen kwam er een referendum, op 5 juni 1975, de allereerste, geheel Britse volksraadpleging in de geschiedenis. Saillant was de rol van Margaret Thatcher, de latere EU-kritische premier, bekend van de gevleugelde woorden 'I want my money back' (1979). In februari 1975 was ze leider van de Conservatieven geworden en in de referendumcampagne ontpopte ze zich tot prominent voorstander van het EEG-lidmaatschap.

Uiteindelijk schaarde het Britse volk zich overtuigend (67 procent) achter 'Europa'. Nu was er geen weg meer terug, want de EU-verdragen van die tijd voorzagen niet in het opzeggen van het lidmaatschap. Totdat de inmiddels 27 lidstaten van de Europese Unie in 2007 besloten om artikel 50 in het nieuwe Verdrag van Lissabon te zetten. Daarin stonden de spelregels voor terugtrekking.

De rest is, zoals dat dan altijd heet, geschiedenis. Overmorgen wordt opnieuw geschiedenis geschreven in de betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese continent, wat de uitslag ook moge zijn.

Begin jaren zestig begon het Londen op te vallen dat de EEG-landen economisch gezien met sprongen vooruitgingen

CHRONOLOGIE

1952

Zes Europese landen (West-Duitsland, Frankrijk, Italië en de drie Benelux-landen) richten de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. Londen heeft geen belangstelling.

1957, 25 maart

Ondertekening van het Verdrag van Rome. De zes lidstaten integreren verder, ook economisch.

1961

Eerste Britse aanvraag voor aansluiting bij de Europese Economische Gemeenschap (EEG).

1963, 14 januari

De Franse president Charles De Gaulle blokkeert de Britse toetreding.

1967

Tweede Britse poging, stuit opnieuw op een veto van De Gaulle.

1969

Onder de nieuwe Franse president Pompidou gaat de EEG-deur wel open voor het Verenigd Koninkrijk. Op 2 december gaan alle landen akkoord tijdens een top in Den Haag.

1973, 1 januari

Het Britse lidmaatschap is een feit. Ook Denemarken en Ierland sluiten zich aan.

1975, 5 juni

Brits referendum over EEG-lidmaatschap levert grote overwinning op voor het ja-kamp: 67 procent.

2007, 13 december

Akkoord over Verdrag van Lissabon, met voor het eerst een clausule over uittreding van een EU-lidstaat.

2013, 23 januari

De Conservatieve premier Cameron, ontevreden met het bureaucratische en logge bestuursapparaat dat de EU in zijn ogen is geworden, belooft de Britse bevolking een referendum over het EU-lidmaatschap als hij bij de verkiezingen in 2015 wordt herkozen.

2015, 7 mei

Overtuigende verkiezingsoverwinning van de Conservatieven.

2016, 19 februari

De EU-regeringsleiders bereiken na marathonoverleg in Brussel een akkoord over een 'nieuwe deal' voor Groot-Brittannië, waarin enkele hervormingen zijn vastgelegd die van kracht worden als het land lid blijft. De overeenkomst vormt de basis voor het referendum.

2016, 23 juni

De Britse bevolking krijgt het laatste woord. Blijven of vertrekken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden