Hoe dan ook een goede werknemer leren worden

Stagiair glaszetter Nick (18), leerling op praktijkschool Grotiuscollege in Delft, heeft geluk. Hij heeft een contract op zak, en kan na zijn examen aan het werk bij de firma Lierglas.Beeld Patrick Post

Uit boeken leren, steeds diezelfde stomme rijtjes", Mike (17) en Nick (18) vinden het helemaal niks. "Er komen bij mij heel andere woorden uit dan die er staan. Dan zitten ze allemaal te lachen", beschrijft Nick de Nederlandse les. Mike plaagt: "We lachen je toe." Maar ook hij heeft moeite op school. "Ik kan moeilijk op een stoel blijven zitten. Ik doe liever iets met mijn handen."

De twee slagen erin te hangen op het ongemakkelijke schoolmeubilair, net zo basic als de rest van hun betonnen praktijkschool in Delft. De maten zullen blij zijn als ze het Grotiuscollege straks met een zogeheten 'Haags' diploma (alleen erkend in de regio) kunnen verlaten.

De toekomst? Mike: "Het huis uit? Mijn ouders zorgen graag voor mij, dus laat ik hen dat doen. Ik wil geen gezin, dat geschreeuw, maar wel een leuk meisje. Graag blond, blauwe ogen, leuk gezichtje, mooie achterkant, lief, met rijbewijs." Mooie auto, motor, huis, somt Nick op. Géén kinderen. "Ik heb op mijn nichtjes gepast. Als ze niet luisteren, word ik boos."

Ze leven met de dag, morgen is ver weg. "Wat anders", willen ze. En dat anders is werken. Beiden hebben de smaak te pakken door hun stage. De tengere Mike bij tuincentrum Wilskracht, de gespierde Nick, die ruiten optilt van 50 kilo, bij Lierglas. Ze hopen er te blijven. "Leuke collega's, een mooi bedrijf", beschrijft Nick. "Ze moeten wel tijd en mensen hebben om me het vak te leren. Dat kan niet op school, want daar staan grote machines. Die heb je niet in het busje waarmee je voorrijdt. Dan moet je zelf een oplossing bedenken. En dat vind ik leuk."

De twee hebben geluk, zegt mentor Kim Remmers, want het kost veel moeite om een geschikte plek te vinden voor haar leerlingen, die door ziekte, gedrag of een laag IQ worden belemmerd. Van de huidige twaalf onder haar hoede kan de helft niet door naar het mbo. Werkgevers die hun gezinnen en situatie kennen, hebben Mike en Nick onder de arm genomen. "Het zijn bedrijven die het maatschappelijk belang erkennen om deze jongeren te helpen." Dat wil volgens haar niet zeggen dat ze geen problemen zien. Beide jongens hebben begeleiding, grenzen en structuur nodig. En komt dat een bedrijf ook financieel wel uit?

Het Grotius, volgend jaar in de nieuwbouw, streeft naar vernieuwing. Toch maakt Remmers zich zorgen. Haar leerlingen komen straks niet meer in de Wajong, waarmee jonggehandicapten nu verzekerd zijn van een (aanvullende) uitkering en begeleiding bij werk. Ze moet hen volgend jaar toevertrouwen aan de gemeente. Het is nog onduidelijk wat die in petto heeft. Het geeft veel onzekerheid, ook bij vaak kwetsbare ouders. "Als er geen regelingen voor jongens als Nick en Mike zijn, komen ze niet aan het werk. Waar gaan ze dan naartoe?" Thuis op de bank is nog het onschuldigst.

Gebruiksaanwijzing
De 'gebruiksaanwijzing' kennen van deze jongens is essentieel, en daarom moet er vanuit het onderwijs en gemeente geïnvesteerd worden in dienstverlening aan werkgevers, zegt Ernst Andree, arbeidsdeskundige bij het Grotiuscollege. "De stagedocent kan leerling én werkgever coachen en zo nodig brandjes blussen." Delft is een proef begonnen hoe om te gaan met deze groep jongeren. Ze vallen, na school, nu nog onder het UWV. Met de invoering van de participatiewet komt deze groep schoolverlaters voortaan onder de hoede van de gemeente, niet meer apart, maar samen met mensen uit de bijstand en de sociale werkvoorziening.

Andree, die als deskundige betrokken is bij de proef, ziet kansen - een samenhangende aanpak bij het voorkomen van problemen thuis, op school of stage - maar ook bedreigin gen. "Twee partijen, UWV (dat blijft verantwoordelijk voor de huidige groep jonggehandicapten met Wajonguitkering) én gemeente, zijn min of meer elkaars concurrenten bij het aan het werk helpen van dezelfde doelgroep. Allesbehalve een vereenvoudiging voor werkgevers bij wie de deur toch al platgelopen wordt."

In de Harnaschpolder ligt het eigen gemeentelijk werkbedrijf, dat in de visie van het stadsbestuur de spil wordt van de ambities om Delftenaren aan werk te helpen. Niet alleen jongeren als Nick en Mike, maar ook voortijdig schoolverlaters, ruim 3000 mensen in de bijstand, en meer dan 500 mensen in de sociale werkvoorziening. De nieuwe participatiewet, die allerlei regelingen samenvoegt, maakt gemeenten verantwoordelijk om voor hen banen te vinden bij 'gewone' werkgevers.

In contrast met de verlatenheid aan de overkant, een door crisis gestolde nieuwbouwwijk vol kale plekken, is het net een bijenkorf. Schoonmaakploegen en postbezorgers vliegen in en uit. Op verschillende afdelingen, waar het ruikt naar zeep, kruiden en metaal, werken mensen aan lopende banden. Zonder onderscheid naar uitkering. De traditionele sociale werkvoorziening transformeerde zeven jaar geleden al naar een ontwikkelbedrijf dat ook mensen uit de bijstand helpt.

Nieuw pad
Het werkbedrijf maakt zich nu op voor een nieuwe episode. In de centrale hal is het gloednieuwe Werkplein met werkgeversservicepunt gebouwd, vooruitlopend op de participatiewet die waarschijnlijk per 1 januari ingaat; de Eerste Kamer moet alles nog goedkeuren. Dan wordt het beschutte werken in het hele land afgebouwd. Voor directeur Hans van der Sandt geen probleem, ze zijn eerder het nieuwe pad ingeslagen. Werkverschaffing is passé. 70 procent van zijn medewerkers werkt buiten de deur. Zware machines - "onnodig en duur" - tref je er daarom niet aan, wel muuropschriften met 'een baan maakt het verschil'. Daar draait het volgens hem om. "Het liefst zijn we zo klein mogelijk. Het leuke werk vind je bij werkgevers waar je je talenten kunt ontwikkelen. We zien het verblijf hier als tijdelijk, alleen om goed werknemerschap aan te leren."

"Een verademing" zijn de korte lijnen met de wethouder en gemeenteraad. Drie buurgemeenten sturen mensen, maar het bedrijf is van Delft zelf. "Ik hoef niet met twaalf bestuurders van verschillende gemeenten om tafel." Zijn bedrijf, dat al drie jaar zwarte cijfers schrijft, kan zich snel aanpassen aan de politiek én aan opdrachtgevers.

Volgens Gabrie Steenvoorden van het werkbedrijf zijn ze ook 'behoorlijk toegerust' om jongeren als Nick en Mike te begeleiden. Maar de gemeente wil er zeker van zijn dat ze maatwerk leveren. Alleen voor deze relatief kleine groep van naar schatting hooguit 70 jongeren per jaar is dat al een hele kluif. Met het jongerenteam als proef bouwen ze aan een stevig netwerk met scholen, organisaties in gehandicapten- en jeugdzorg en de sociale teams - voor complexe gevallen. En alles moet geregeld worden in nieuwe verordeningen en beleidsregels.

Behalve uitvogelen welke precieze ondersteuning deze jonggehandicapten nodig hebben om hun eigen brood te verdienen, moet Delft zich verdiepen in de benadering van werkgevers. Immers, het UWV zit met zijn jonggehandicapten ook vooraan om een flink deel van de door werkgeversorganisaties beloofde 100.000 banen te claimen. In de huidige, landelijke afspraken krijgen mensen met een arbeidshandicap voorrang. "Ik hoop maar dat ze echt nieuwe banen creëren en niet eerst anderen daarvoor ontslaan", zegt Steenvoorden.

En dan is er nog de kwestie van het geld, want net als bij de andere nieuwe taken - de jeugdzorg en de langdurige zorg aan huis - moeten gemeenten ook hierop fors bezuinigen. Hoe verdeel je de schaarsere middelen eerlijk over de héle bak werkzoekenden?

Etiketten
Meer mensen helpen met minder budget, daar komt het op neer. Harde keuzes zijn vol gens verantwoordelijk wethouder Brandligt (GroenLinks) onvermijdelijk. "Maar qua rechtvaardigheid helpt Den Haag ons niet", kritiseert hij. "Ik begrijp niet dat je toch weer onderscheid maakt tussen werkzoekenden. Het uitgangspunt van deze hervormingen - geen etiketten meer plakken op mensen - doe je geweld aan. We zouden met iedereen - jonggehandicapte, jongere in de bijstand of in de werkvoorziening - op gelijke manier omgaan."

Het wordt "een hels karwei in héél Nederland" om de belofte zoveel mogelijk mensen aan werk te helpen, waar te maken. Het is vooral wachten tot de economie is aangetrokken. Ondertussen wil Den Haag mensen in de bijstand een tegenprestatie opleggen en werkgevers een plicht om mensen in dienst te nemen. Delft zoekt het niet in dwang. Brandligt: "We spreken mensen liever aan op hun bijdrage aan de gemeenschap. Ook voor ondernemingen wordt die maatschappelijke rol steeds belangrijker. Als bedrijf heb je iets uit te leggen aan de samenleving als je niet meedoet."

Een aantal grote en kleinere werkgevers, onder meer in het Delftse netwerk Bedrijf en Samenleving, is daar al gevoelig voor. In de 'Delftse Zaak' venten tien maatschappelijke organisaties, waaronder de Zuid-Hollandse instelling voor gehandicapten Ipse de Bruggen, hun producten en diensten uit om geld te verdienen.

Het sociaal ondernemen is er ook behoorlijk geworteld in leerwerkbedrijven. De wethouder ontdekte onlangs nog aan de voet van de Torenhove, waar het college zetelt, kringloopbedrijfje 'Op-Nieuw'. Een initiatief van bewoners, onder wie een leerkracht van het Grotiuscollege (de school van Mike en Nick), waar vrijwilligers proberen jongeren die op school uitvallen, weer aan de gang te krijgen.

Toch kan er wat Brandligt betreft bij sommige grote werkgevers een tandje bij. Vanuit de toren wijst hij naar het oosten. Licht sarcastisch: "Daar wordt een spoortunneltje van 2,5 kilometer aangelegd." Een miljoeneninvestering van de overheid waar veel mensen werk hebben. ProRail heeft niet actief geprobeerd voor klussen als betonvlechten werkloze Nederlandse bouwvakkers weer aan het werk te krijgen. "Heel jammer."

Trouw volgt al bijna een jaar de gemeente Delft bij het overnemen van Rijkstaken, zoals het aan werk helpen van arbeidsgehandicapten.

Altijd oogje in 't zeil
Het is dat Maurits de Wolf Nicks vader kent. Hij kwam altijd in diens hengelsportzaak. Die vroeg of hij hem kon helpen, de jongen kon geen stageplek vinden.

De Wolf wilde het wel met hem proberen. Zo kwam Nick twee jaar geleden bij Lierglas. Die gaat stug door met zagen in Nieuwveen waar ze glas aan het zetten zijn. "Het gaat goed", zegt zijn baas, terwijl Nick verlegen opkijkt. Zo goed dat hij onlangs een contract kreeg.

De bewoner die zijn huis aan het verbouwen is, komt ook uit het praktijkonderwijs. "Je ziet dat het goed komt met die gasten." Wel weet Wolf dat Nick vooralsnog altijd een collega in zijn buurt zal moeten hebben, die een oogje in het zeil houdt. "Omdat hij zware dyslexie heeft, kan ik hem niet alleen naar een klant sturen, hij kan moeilijk werkopdrachten lezen en rekeningen uitschrijven." Maar er zijn zoveel klussen - mits met duidelijke instructies - die hij wel kan doen.

Niet eerder had De Wolf overwogen om een leerling van de praktijkschool onder zijn hoede te nemen. Als hij meer werk zou hebben, ziet hij geen bezwaar. Hij is onder de indruk van de gedrevenheid van Nicks school.

Hulp van de overheid voor deze jongeren en persoonlijk contact van bemiddelaars met werkgevers die hun een plaatsje geven, dan kan er veel, meent De Wolf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden