Hoe classici kunnen helpen bij het asielbeleid

Ze zullen niet een nieuwe smartphone ontwikkelen, maar classici kunnen wel degelijk bijdragen aan de oplossing van actuele problemen, aldus hoogleraar André Lardinois.

Met het verheffen van de Technische Hogescholen tot universiteiten, de opkomst van het technasium, de campagne 'Kies Exact' en het topsectorenbeleid, waarbij al het geld gaat naar toegepast onderzoek dat Nederland economisch gewin moet opleveren, lijkt de overheid te zeggen dat uit techniek en toegepaste bètawetenschap alle heil voor de samenleving te verwachten is. Dat lijkt mij kortzichtig en op termijn desastreus.

Een voorbeeld van de wijze waarop geesteswetenschappen een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van actuele problemen, is een onderzoek naar innovatie waarbij ik betrokken ben, samen met onderzoekers van OIKOS, de onderzoekschool voor klassieke studiën. Het idee hierachter komt van een collega aan de Universiteit van Leiden, Ineke Sluiter.

Sluiter constateerde bij voorbeelden uit de Oudheid, maar ook uit de moderne tijd, dat succesvolle innovaties vaak, naast een vernieuwend onderdeel, een oud en vertrouwd element hadden. Een modern voorbeeld zijn de eerste auto's, die nog op koetsen leken. Hieruit ontwikkelde Sluiter hypothese dat een voorwaarde voor het succes van een innovatie is dat deze aansluit bij dingen waarmee mensen vertrouwd zijn.

Smartphones

Momenteel test een twintigtal classici deze hypothese op voorbeelden uit de Oudheid in een onderzoek dat Anchoring Innovation heet en dat vanuit Leiden en Nijmegen wordt aangestuurd.

Wat heeft de samenleving hieraan? Alleen inzicht, maar dat is niet onbelangrijk. Wij classici zullen zelf op basis van dit onderzoek geen nieuwe smartphones ontwikkelen, en zelfs geen handboeken schrijven over succesvol innoveren, maar degenen die dit wel doen, kunnen er hun voordeel mee doen. Net als beleidsmakers. Een voorbeeld is het beleid rond de asielzoekerscentra die de overheid vergeefs tracht te openen in dorpjes, zonder dat de lokale bevolking daar op enigerlei wijze op wordt voorbereid. De beschikbaarheid van ruimte lijkt voor de overheid de doorslag te geven, maar voor de bevolking is dit een heuse vernieuwing van hun leefgemeenschap.

Men zou de komst van zo'n centrum op verschillende wijzen kunnen proberen te verankeren: men kan wijzen op de christelijke waarden van naastenliefde, op de lange traditie die Nederland kent in het opvangen van vluchtelingen, en op het feit dat Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1 miljoen Belgische vluchtelingen onderdak bood, soms in dezelfde dorpen waar nu ook de centra worden gepland.

Grootouders

Van de bewoners wordt dus niets anders gevraagd dan wat hun grootouders of overgrootouders al deden. Men zou de dorpelingen kunnen herinneren aan het altruïsme dat zij in het verleden hebben getoond. In elk geval is een gesprek nodig met de bevolking, om te zien hoe zo'n centrum zou passen in hun tradities. Ook moet men rekening houden met de behoeftes van de vluchtelingen, want zoals hun huisvesting nu wordt geregeld, is hun integratie bij voorbaat gedoemd te mislukken.

De overheid zou er verstandig aan doen bij dit soort beleidsvoornemens geesteswetenschappers te betrekken, want zij hebben bij uitstek begrip voor de menselijke kant van de zaak.

Dit is een verkorte versie van de rede die André Lardinois gisteren uitsprak bij de viering van de Dies Natalis van de Radboud Universiteit .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden