Hoe China ging verdienen aan Hong Kongs grootste God

Een kalligrafeerder in de Wong Tai Sin-tempel. Foto's: Yuyang Liu

Twintig jaar geleden, op 1 juli 1997, keerde de Britse kolonie Hongkong terug in de Chinese moederschoot. Ook Hongkongs grootste god, Wong Tai Sin, vond zijn weg terug naar ‘atheïstisch’ China. Laatste deel van een serie.

Gengzhi Mao (71) is geen familie van China’s beroemde Grote Roerganger, maar hij is zeker geen kleine roerganger in Jinhua. “Ik heb negen departementen in het stadsbestuur geleid”, vertelt hij. De Chinese stad Jinhua, traditioneel bekend om zijn hammen, heeft een enorme economische sprong gemaakt in de decennia dat Mao er beleidsmaker was. De stad met 4 miljoen inwoners huisvest China’s grootste detailhandelbeurs, mede dankzij Mao’s voortvarendheid.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Eén van de Wong Tai Sin-tempels in Jinhua. Foto's: Yuyang Liu

En dat zeker vijf tempels in Jinhua gewijd zijn aan de taoïstische god Wong Tai Sin: ook te danken aan deze rasbestuurder, die in zijn kantoor praat of hij de massa’s toebrult. “Ook al ben ik atheïst en communistisch kaderlid: dit behoort tot onze cultuur. En in Hongkong hielp Wong Tai Sin echt, want Hongkongers werden rijk.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Een kalligrafeerder in de Wong Tai Sin-tempel. Foto's: Yuyang Liu

De waarde van deze god drong tot Mao door toen hij Hongkong bezocht in 1986. “Mao wilde hier hammen komen verkopen”, vertelt Chau Siuchi (70), die zich dat bezoek nog herinnert. Als voorzitter van de Hongkong-Jinhuavereniging, van Hongkongers die familiebanden met Jinhua hebben, verzorgde Chau destijds Mao’s inreispapieren: “Als Chinees moest hij een Hongkonger hebben die voor hem garant stond.” Chau, zelf toegewijd adept van Wong Tai Sin, nam zijn gast mee naar de Hongkongse Wong Tai Sin-tempel.

Mao: “Ik dacht, daar moeten we iets mee. Dit is van ons, Chinezen. Als je in hetzelfde gelooft, wordt de afstand kleiner, dan zijn we van dezelfde plek.” Terug in Jinhua plande Mao een eerste Wong Tai Sin-tempel in zijn stad, in een nabij gelegen natuurpark. Die tempel was klaar in 1991, ondanks heftig verzet van behoudende kaders.

Tekst loopt door onder afbeelding

Gelovigen bezoeken de tempel. Foto's: Yuyang Liu

Openheid

“In de jaren vijftig dachten we nog heel links, waren we heel erg tegen bijgeloof. Maar ik heb doorgedrukt, want die tempel was een goede manier om banden met Hongkong op te bouwen. Zonder de opening in de jaren tachtig was dat onmogelijk geweest”, zegt Mao, doelend op de liberale koers die partijleider Deng Xiaoping destijds had ingezet.

Dankzij Dengs betrekkelijke religie-vriendelijkheid zijn inmiddels duizenden tempels, die onder Mao waren gesloopt, herbouwd. Architect van die openheid was de vader van China’s huidige president Xi Jinping. Xi senior, destijds partijverantwoordelijke voor religieuze zaken, erkende dat religie - het inheemse taoïsme en boeddhisme voorop - van groot belang was voor China’s millennia-oude cultuur en als samenbindend element.

Ook president Xi Jinping staat welwillend tegenover ‘inheemse’ religie. Veel welwillender dan tegenover christenen, Tibetaanse boeddhisten en moslims, om nog maar te zwijgen over de in 1999 verboden meditatiesekte Falun Gong. In een toespraak vorig jaar vatte president Xi het beleid samen: leden van de Partij moeten ‘onverzettelijke marxistische atheïsten’ zijn. En alle religieuze leiders moeten doctrines ‘in lijn brengen met de sociale harmonie en vooruitgang’ - lees: gehoorzaam zijn aan de Partij.

Tekst loopt door onder afbeelding

Een kungfu-beoefenaar in de tempel. Foto's: Yuyang Liu

Dat harmoniemodel ligt de taoïsten en boeddhisten en hun officiële organisaties veelal beter dan de andere gelovigen. Van oudsher schurkten zij dicht tegen de macht aan, en meebuigen met omstandigheden zit het taoïsme meer ingebakken dan verzet. De onderdrukking die moslims en Tibetaanse boeddhisten treft, is deels etnisch, terwijl taoisten en boeddhisten meestal tot de dominante Han-Chinezen behoren. En christenen kleeft aan dat ze een ‘buitenlandse’ religie aanhangen. ‘Een christen erbij is een Chinees minder’, luidt een gevleugeld Chinees gezegde.

Toen de huidige president baas was van de stad Zhending, begin jaren tachtig, stimuleerde hij de herbouw van een verwoest boeddhistisch klooster. Toen hij daarna baas werd van de provincie Zhejiang, waartoe ook Jinhua behoort, liet hij de ‘inheemse’ religies met rust. Maar zijn rechterhand en opvolger in die provincie liet in de stad Wenzhou ‘illegale’ kruizen en kerkgebouwen slopen.

Peking heeft nog een reden om de ‘Chineesheid’ van (vooral) taoïsme te benadrukken. Chinezen van Singapore tot Toronto moeten weten: jullie religieus-culturele bron ligt hier. Het afgescheiden Taiwan is dan wel een aartsvijand, maar sinds jaar en dag zijn Taiwanese pelgrims van harte welkom in het Chinese Fujian, geboorteplek van Taiwans populairste godin, Mazu. Taiwanese en Chinese tempels organiseren regelmatig ‘logeerpartijen’ voor hun heiligenbeelden, en uit die religieuze contacten ontstonden ook politieke en handelscontacten.

Lees ook de artikelen uit het dossier Mazu:
- Taiwanees geld heeft spirituele kracht
Wachten op de zeegodin
Tempel en politiek zijn innig verstrengeld

Tekst loopt door onder afbeelding

Een priester boven een spreukenboek. Foto's: Yuyang Liu

Vandaar ook China’s hartelijke ontvangst van Wong Tai Sin, de grootste god van het semi-autonome Hongkong, waar veel verzet bestaat tegen het Chinese ‘harmoniemodel’. “Ons doel was het gevoel van Chineesheid te bevorderen”, verklaart Mao, de stadspoliticus die Wong Tai Sin naar Jinhua haalde.

Die opzet is mislukt: Hongkongers bidden net zo lief thuis, in hun eigen Wong Tai Sin-tempel, en in hun eigen taal, het Kantonees. Maar geen ramp: China heeft inmiddels zo’n enorme economische sprong gemaakt, dat de Hongkongse investeerders die moesten worden gelokt met tempels, niet meer zo nodig zijn.

De Wong Tai Sin-tempels brengen nu zonder Hongkongers geld in het laatje. Projectontwikkelaars en bouwbedrijven verdienen aan de bouw van tempels en wegen erheen. Tempelbestuurders, priesters en ander personeel leven van entreegelden en donaties. Omwonenden verkopen wierook en etenswaar aan gelovigen. Overheden verdienen aan vergunningen. Toeristenbureaus verkopen busreizen.

Zelf werd meneer Mao vermoedelijk ook niet slechter van Wong Tai Sin. Zo heeft hij een Wong Tai Sin-tempel gekocht op een eiland nabij Jinhua, en daar villa’s, een jachthaven en hotel gebouwd, volgens de Hongkongse sociologen Selina Chan en Graeme Lang. Nee, corrigeert Mao, ik zit zelf niet in dat bedrijf dat die plannen heeft ontwikkeld. “Ik ben alleen de belangrijkste adviseur van dat bedrijf; mijn broer zit in de directie.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Jinhua, op ongeveer vier uur rijden van Shanghai, de grootste stad van China.

Wang Liping

De Wong Tai Sin-tempels draaien niet alleen zonder Hongkongers, maar ook zonder Wong Tai Sin zelf. De Hongkongse god speelt soms praktisch geen rol in de naar hem vernoemde tempels. Rustiek op een berg bij Jinhua ligt een van de Wong Tai Sin-tempels die stadsbestuurder Mao liet bouwen, en die nu in particuliere handen is. Vooral buitenlandse belangstellenden bekwamen zich in meditatietechnieken van een Chinese wereldster: Wang Liping. Wang had in China een grote schare volgelingen, maar vluchtte rond de eeuwwisseling naar de VS, uit angst voor de anti-religieuze stemming na het verbod op de Falun Gong-sekte. In Californië gaf hij gepeperd geprijsde cursussen. Nu de kust veilig is, doceert meester Wang weer in China, in de tempel die alleen in naam herinnert aan Wong Tai Sin.

In alle aan hem gewijde tempels is de god slechts één gerecht op een rijke menukaart. Je kunt er bidden tot tientallen goden, maar ook kalligraferen, kungfu of taichi beoefenen.

Meneer Ling Fung (47) komt voor de taichi, met Wong Tai Sin heeft hij niet zoveel. “Sommigen hier geloven dat”, legt hij uit. Hijzelf niet, maar: “Wong Tai Sin hoort bij het taoïsme. En dat is het hart van de Chinese cultuur.” Daar dienen tempels ook bij uitstek voor: je verbonden voelen met een diepgewortelde traditie. Student Xu Ming profiteert van een aantal vrije dagen om een paar tempels in Jinhua te bezoeken. “Taoïsme is het hart van de Chinese cultuur”, verklaart ook hij.

Met dank aan Tabitha Speelman, Graeme Lang en Selina Chan. Eerdere afleveringen zijn te lezen op trouw.nl/wongtaisin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden