Godsdienst

Hoe Boeddha verscheen in Friesland

Beeld Cliff van Thillo

Joost Halbertsma (1789-1869) was zijn tijd vooruit. Een dominee die schreef over een oosterse godsdienst was al bijzonder. Maar dat hij dat geloof vervolgens niet wegzette als afgoderij, dat was helemaal ongehoord. Toch was dat precies wat de Friese doopsgezinde dominee Halbertsma deed in zijn boekje ‘Het buddhisme en zijn stichter’, in 1843. Voor zover bekend is het de eerste Nederlandse tekst over het boeddhisme als godsdienst. Ter ere van de 175ste verjaardag van de tekst wordt het boek nu opnieuw uitgegeven, compleet met uitleg.

Halbertsma trok in zijn tekst verbanden tussen het boeddhisme en zijn eigen leefwereld. Dat ging behoorlijk ver: volgens Halbertsma was de Friese nationale bloem, het ‘pompeblêd’ (het blad van de gele plomp, de witte waterlelie en de watergentiaan), die ook op de Friese vlag te zien is, verwant aan de Aziatische lotusbloem. Zoals boeddhisten de lotusbloem vereerden als heilige bloem, zo verheerlijkten de Friezen de plomp als hun nationale symbool.

Lotusbloem uit de modder

“Halbertsma schrijft prachtig over de symboliek van de lotusbloem”, zegt Alpita de Jong, die een biografie van Halbertsma schreef en meewerkte aan deze heruitgave. “De lotus begint in de modder, maar langzaam werkt hij zichzelf omhoog door het water, waarna hij in al zijn pracht op het water drijft. Dat stond voor Halbertsma symbool voor het geloof dat geworteld is in het aardse en streeft naar het hogere”.

Halbertsma vergeleek het boeddhisme met de christelijke cultuur, en veronderstelde dat de gotische kerken van Europa beïnvloed waren door de manier waarop boeddhisten hun tempels bouwden. Hij zag veel overeenkomsten tussen de kerken en de boeddhistische tempels: “Zoo hebben wij dan de kroft onder de aarde, de kerk er over heen, en eindelijk den toren met zijnen pyramidalen of kegelvormigen bij trappen oploopenden spits volgens het oude ontwerp der Buddhisten opgetrokken.”

Taalstudie als grote liefde

Joost Halbertsma wordt in 1789 geboren in het Friese plaatsje Grou, als zoon van een bakker. Hij is de oudste van vier broers. In Amsterdam wordt hij opgeleid tot doopsgezind predikant: daarna gaat hij aan de slag in Bolsward en later in het Overijsselse Deventer, waar hij tot zijn dood blijft wonen. Halbertsma houdt zich naast zijn domineeswerk bezig met zijn grote liefde, de taalstudie. Daar blijft het niet bij: hij schrijft ook over de posterijen, weefscholen, paaseieren en de betekenis van spoorwegen.

Een lithografie van dominee Joost Halbertsma op 65-jarige leeftijd.Beeld Lithografie van J.D. Sluyter

“Hij keek met een ontzettend open blik naar de wereld”, zegt De Jong. “Ook in zijn doopsgezinde geloof was hij heel vrijzinnig: alleen­­ iemands persoonlijke verhouding tot God telde, daar had je als dominee niets mee te maken. Het enige wat een dominee kon doen was mensen op weg helpen in hun zoektocht.” Dat typeerde ook zijn houding naar andere godsdiensten. “Voor hem was het doopsgezinde geloof de zuiverste vorm, maar dat wilde niet zeggen dat andere wegen naar God niet waardevol konden zijn. Wanneer hij geloofsonderwijs gaf, verlangde hij van zijn leerlingen dat zij zich ook verdiepten in andere religies­­.”

Onbevangen blik op de mensheid

“Dat was echt een nieuwe manier om religie te benaderen”, zegt ook Tjalling Halbertsma, bijzonder hoogleraar Oost-Azië en Mongolië aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tjalling is een nazaat van de broer van Joost. “Hij onderzocht de mens en zijn wereld vanuit een onbevangenheid die alles voor mogelijk hield en niets uitsloot. Dat maakt zijn poging om het boeddhisme te beschrijven zo interessant en waardevol.”

Voor Joost Halbertsma en zijn tijdgenoten was het geen gekke gedachte dat het boeddhisme van invloed was geweest op de Europese cultuur. Aan het begin van de negentiende eeuw had de Engelse diplomaat William Jones gewezen op overeenkomsten tussen het Sanskriet (een oeroude Aziatische taal) en het Grieks, en sindsdien waren taalgeleerden ervan overtuigd dat de westerse cultuur was voortgekomen uit de oosterse. Zo zouden de Friezen met de Germanen uit Azië kunnen zijn gekomen, waarbij hun oosterse gebruiken door de eeuwen heen waren vervormd.

‘Het buddhisme en zijn stichter’ werd gepubliceerd in de Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren, en daarnaast werden vijftig afzonderlijke exemplaren van het essay gedrukt en verspreid. Het boekje werd gelezen door nationale grootheden: Halbertsma was bijvoorbeeld goed bevriend met Johan Rudolph Thorbecke, leider van drie kabinetten en de bedenker van de grondwet van 1848. Thorbecke sprak zijn waardering uit over de ‘vrije blik’ en de ‘treffelijke ontwikkeling’ waarmee Halbertsma het boeddhisme had beschreven.

Reden tot ontslag

Niet iedereen was lovend. Hoe was het mogelijk­­ dat een dominee over een andere godsdienst schreef maar deze niet verwerpelijk vond? Hoogleraar Hendrik Willem Tydeman veronderstelde dat Halbertsma wel ontslagen­­ zou worden bij de doopsgezinden, want dit was overduidelijk ketterij. Zelfs Jeronimo de Vries, een van Halbertsma’s trouwste doopsgezinde vrienden, was vernietigend in zijn oordeel: “Vraagt gij mij oprecht of ik het publiceeren en in het licht en vergelijking brengen van het Evangelium van Budha goed keur? Zoo en in die voege? Zoo mag ik niets anders zeggen dan Neen!”

Het boekje kostte Halbertsma waarschijnlijk het hoogleraarschap. Binnenlandminister Willem Schimmelpenninck van der Oye had beloofd zijn best te doen om Halbertsma tot hoogleraar Germaanse taal- en letterkunde in Leiden te benoemen, maar nadat hij het essay over het boeddhisme had gelezen liet Schimmelpenninck Halbertsma weten dat hij een hoogleraarspost nu wel kon vergeten.

Andere benadering van het boeddhisme

De wetenschappelijke impact van Halbertsma’s tekst bleef gering, zegt Tjalling Halbertsma. “Hij deed een hele goede poging om interesse te wekken, maar hij was misschien wel wat te vroeg.” De tijd lijkt in elk geval rijp voor een herwaardering van Halbertsma’s boekje, nu de interesse in het boeddhisme groeiende is. Maar, waarschuwt De Jong, de manier waarop men nu met het boeddhisme omgaat is wezenlijk anders dan Halbertsma’s benadering. “Mensen die tegenwoordig geïnteresseerd zijn in het boeddhisme willen er vooral iets voor zichzelf uithalen, bijvoorbeeld meditatie en mindfulness. Halbertsma was er juist op uit om zijn publiek kennis te laten maken met een andere cultuur. Onderzoekend en speels tegelijk, zonder oordeel. Dat vind ik heel fris, dat was het toen en dat is het nog steeds.”

‘De predikant en de boeddha’ is verschenen bij uitgeverij Noordboek. Zaterdag 1 februari om 15:00 uur wordt het boek gepresenteerd in de Doopsgezinde Kerk in Haarlem. Meer informatie: www.dhkonline.nl

Lees ook: 

Jezus en Boeddha, samen in de kerk

In de voormalige Johannes Vianneykerk in Deventer huist sinds 2016 de grootste Boeddhabeeldenhandel ter wereld. Het boeddhisme gaat goed samen met het christendom, vindt eigenaar Peter Vredeveld.

Hoe het Tibetaanse boeddhisme helpt bij het overlijden van een zoon

De Tibetaans-boeddhistische leraar Sebo Ebbens schreef een boek over leven en sterven. Het Tibetaans boeddhisme bereidt hem niet alleen voor op zijn eigen dood, maar hielp ook bij de verwerking van de dood van zijn zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden