Hoe bespreek je boeken van vrouwen?

Vrouwen winnen weinig literaire prijzen. Julie Phillips herleest haar eigen recensies en vraagt zich af: ligt het aan de schrijfsters of deugen de kritieken niet?

Julie Phillips (1965, Seattle) is schrijver en recensent voor Amerikaanse media en Trouw. Met haar biografie over James Tiptree jr. won ze de National Book Critics Circle Award.

Geen vrouwen genomineerd voor de Libris Literatuurprijs? Het is misschien een schrale troost, maar dit sekseverschil in literaire waardering is niet alleen een probleem in het Nederlandse taalgebied.

In een veelbesproken stuk in de New York Times Book Review vroeg de Amerikaanse romanschrijfster Meg Wolitzer onlangs weer aandacht voor de kwestie van het verdeelde lezerspubliek. Terwijl vrouwen ook boeken van mannen lezen, laten veel mannen, bewust of onbewust, boeken van vrouwen links liggen, alsof de literatuur een geblokte tegelvloer is die je kunt oversteken door alleen op de ene kleur te stappen.

Als Jeffrey Eugenides' 'Huwelijk', met zijn vrouwelijke hoofdpersoon en zijn nadruk op relaties, door een vrouw zou zijn geschreven, vroeg Wolitzer, hoe breed zou het boek dan zijn gerecenseerd? Of dichter bij huis, als een vrouw zou schrijven over de dood van haar kind (zoals Anna Enquist in haar voor de Libris genomineerde 'Contrapunt'), of over ouderschap in het algemeen, zoals Bernard Dewulf in 'Kleine dagen', de Libris-winnaar van 2010, zou deze Bernadien Dewulf of Aaf van der Heijden dan een belangrijke prijs zijn toegekend?

Een roman van een vrouw, schrijft Wolitzer, zal zelden "de sprong maken naar de bovenste plank waar bepaalde boeken, de meeste door mannen geschreven, prominent worden uitgestald en bewonderd". Boeken van mannen, hoe huiselijk of klein hun onderwerp ook, zullen altijd belangrijker lijken dan boeken van vrouwen. Ze hebben status. Ze hebben cachet. Het zijn de tegels waarop iedereen wil staan.

Meg Wolitzers ontevredenheid was niet per se gericht op prijzen: in de minder conservatieve Engelstalige literaire wereld gaat de Man Booker of de Pulitzer Prize geregeld naar een vrouw. Ze had het over een heel proces van 'segregatie', van de afbeelding op de omslag tot categorieën als 'vrouwenromans' - je kunt er evengoed een sticker 'verboden voor mannen' opplakken.

Ook haalt Wolitzer een onderzoek aan waaruit bleek dat in 2011 slechts een kwart van alle boeken, fictie en non-fictie, die besproken werden in gezaghebbende Engelse en Amerikaanse kranten en tijdschriften door vrouwen geschreven was. Hetzelfde proces speelt in Nederland. Zo turfde NRC Handelsblad-redacteur Arjen Fortuin onlangs de boeken die hij besproken had in 2011. Hij kwam - tot zijn eigen schrik - niet verder dan vijf romans of verhalenbundels van vrouwen, tegen 23 van mannen.

Als recensent van Engelstalige literatuur voor Trouw probeer ik erop te letten dat minstens de helft van de boeken die ik bespreek van een vrouw is.

Maar daarnaast begin ik me opeens af te vragen: bespreek ik ze wel op de juiste manier? Wat verwachten mannen van een boek, en geef ik ze dat wel?

Ik herlas mijn recensie van Karen Russells 'Swamplandia!', een van Wolitzers voorbeelden van een roman die mannen ook aanspreekt. Ik had mannen kunnen aanmoedigen om het te lezen. In plaats daarvan vertelde ik ze dat het eigenlijk niets voor hen was.

Ik had gevraagd of ik Russell mocht bespreken omdat een (mannelijke) kennis mij haar vorige boek had aanbevolen. Tegelijk had de Trouw-redacteur mij Ann Patchetts 'Staat van verwondering' toegewezen.

Toen ik de twee romans na elkaar las, viel me op hoe ze beide een reis in een tropisch moeras gebruikten als entourage voor een verkenning van de vrouwelijke seksualiteit.

In Patchetts boek blijkt een symbiose tussen planten en insecten in het Amazoneregenwoud de bron te zijn van het ultieme vruchtbaarheidsmedicijn. Het verhaal zit vol nachtmerrieachtige beelden van bevallingen en gespannen moeder-dochterrelaties. In Russells boek staan de troebele kreken en moerassen van Florida voor de kanalen waarlangs de emoties van de hoofdpersoon, een tienermeisje, een uitweg vinden

Seks en zwangerschap als jungle? Ik besprak beide boeken gezamenlijk en schreef:

"Het zijn oude metaforen voor een oeroude angst: het vrouwenlichaam dat mannen opslokt als drijfzand. Maar zulke beelden kunnen vrouwen ook van pas komen in het beschrijven van hun eigen ervaringen. Zo schreef de Duitse Charlotte Roche een bestseller over de 'vochtige streken' van vrouwen, die zij in haar ogen nog onvoldoende kennen en waarderen."

Oké. Ik heb er nooit moeite mee gehad om over dit soort dingen te schrijven, helemaal als ik daarmee de aandacht van lezers kon trekken. Maar ik kan me voorstellen dat dit voor veel mannen niet echt een aansporing was om de boeken te lezen.

Het punt is dat beide boeken veel interessants te bieden hebben voor mannen. 'Staat van verwondering' zit vol actie. Als het een film was, zou het een kruising zijn tussen David Cronenbergs 'Dead Ringers' en 'Avatar'.

'Swamplandia!' gaat niet alleen over het volwassen worden van een tienermeisje. Russell schrijft ook over de ecologische vernietiging van Florida en filosofeert over vaders, zonen en mannelijkheid in het hedendaagse Amerika.

Dus wat moet ik doen om mannen erbij te halen?

Wanneer ik boeken bespreek, richt ik mij in eerste instantie op de ervaringen van vrouwen. Soms bewust, om tegenwicht te bieden aan de grote literaire nadruk op mannen. Op andere momenten vind ik het gewoon spannend om iets nieuws over vrouwenlevens te lezen.

Mijn interesse in het vrouwenperspectief heeft voor een deel een ideologische achtergrond. Toen ik in de jaren tachtig studeerde, zag iedereen opeens dat vrouwenlevens een onontdekt gebied waren. Schrijfsters en kunstenaressen als Jane Bowles en Frida Kahlo werden herontdekt. Samen met mijn generatie van schrijvers en wetenschappers nam ik mij voor om het werk en leven van vrouwen te onderzoeken en opnieuw op waarde te schatten. Uiteindelijk schreef ik een biografie van de onbekende schrijfster Alice Sheldon.

Het ironische is dat Sheldon haar weg als schrijver pas vond toen ze zich een mannennaam aanmat. Eind jaren zestig begon ze te schrijven als 'James Tiptree, Jr'. Ze bedacht haar mannelijk pseudoniem niet alleen om serieuzer te worden genomen, het lag ingewikkelder. Maar het effect van de mannennaam en de mannelijke stijl die ze gebruikte, was wel dát ze serieuzer werd genomen.

Het bleek voor haar verrassend eenvoudig om een mannelijk lezerspubliek te bereiken. Ze voerde mannelijke personages op die van vissen hielden. (Sheldons man hield van vissen.) Ze maakte de toon hard-boiled, deed er een snufje techniek bij - mannen waren op hun gemak gesteld. Toen ze begon te schrijven over feministische onderwerpen, bleven de mannen lezen.

Terwijl ik aan het boek werkte, leerde ik een aantal van Tiptree's mannelijke vrienden en collega's kennen. Ik voelde ze over mijn schouder meekijken, en ik probeerde het verhaal ook toegankelijk voor hen te maken. Ik merkte dat ik Alice Sheldon niet wilde claimen voor vrouwen. Uiteindelijk vond het boek, dat ik in eerste instantie zag als een feministisch project, zijn weg naar zowel vrouwelijke als mannelijke lezers. Ik ben er trots op dat het me gelukt is om beide seksen inzicht te kunnen geven in een vrouwenleven.

Hieruit concludeer ik dat het verschil tussen wat mannen en wat vrouwen lezen in werkelijkheid veel kleiner is dan we denken. Ik vermoed dat mannen behoorlijk ruimdenkend zijn als het op fictie aankomt.

Zoals Alice Sheldon ontdekte, is er misschien niet veel meer voor nodig dan een subtiele verschuiving in blik en toon om hen zich thuis te laten voelen.

Ik kijk terug naar mijn eigen toon in mijn recensies. Ik weet dat ik voorzichtig ben met mijn enthousiasme en zuinig met mijn lof. Ik zal een boek niet snel uitroepen tot een meesterwerk. Grote en stellige uitspraken zijn niet mijn stijl. En om eerlijk te zijn, boeken die je leven veranderen zijn er maar weinig; bovendien geef ik mijn lezers graag de ruimte om zelf een oordeel te vormen.

Maar soms vrees ik dat mijn gewogen oordelen alleen maar halfslachtig overkomen. Toen ik bijvoorbeeld over Ali Smiths 'Als niet dan zou' schreef, roemde ik haar "simpele, rake gedachten over integriteit, compassie en verbondenheid" Oei! Ik heb mezelf in de voet geschoten met dat 'simpel', en helemaal met 'compassie' en 'verbondenheid' - duidelijk geen woorden die je plakt op een 'grote roman'. Ik had meer de nadruk moeten leggen op de uitgesproken politieke standpunten, de raadselachtige mannelijke hoofdfiguur, het joyceaanse intellectuele vuurwerk.

Autoriteit, dat is wat ik moet uitstralen. Zoals Jan Donkers doet bij David Vann, een veelgeprezen nieuw talent dat zijn Amerikaanse thema's niet in de broeierige moerassen van Florida zoekt maar in het harde, koude Alaska. (Het woord 'Amerikaans', als in 'Grote Amerikaanse Roman', geeft sowieso autoriteit.) Donkers schrijft: "Aan de reeks talentvolle Amerikaanse schrijvers van de jongste generatie kunnen we definitief een nieuwe naam toevoegen. Vann toont zich opnieuw een meesterlijk schrijver wiens precieze proza uit ijsblokken gekerfd lijkt."

Dit boek is Belangrijk, dat lijdt geen twijfel. En er zijn duidelijk mannen die hechten aan status. Net zoals ze de beste auto en de nieuwste smartphone willen hebben, zo willen ze ook de meest prestigieuze roman hebben. Of het nu gaat over politiek, geld, voetbal, familie of liefde, ze lezen het als de Big Man hun vertelt dat het hot is.

Ik heb weleens gewenst dat vrouwen anders schreven. In een stuk over Mary McCarthy's 'De groep' hoopte ik dat het boek vrouwelijke schrijvers ertoe aan zou kunnen zetten "om grotere dromen te dromen, om in een ambitieuze stijl te schrijven, om op te houden zich te wentelen in de comfortabele ellende van de huiselijkheid".

Maar in werkelijkheid zijn deze boeken er allang. Lionel Shriver, Hilary Mantel, Sarah Waters, Téa Obreht, en in Nederland Charlotte Mutsaers, Marjolijn Februari, Marente de Moor, om een paar voorbeelden te noemen - zij schrijven allemaal romans die onderhoudend zijn, indruk maken, het hedendaagse leven duiden, en waarmee je de blits maakt wanneer je ze noemt op een feestje.

Stel je even voor dat ik een man ben. Kies een nieuwe naam voor me - Jan Philipse, hoe klinkt dat? Plak een snor op je mentale beeld als dat helpt, of een strak paars jasje.

Klaar? Voor alle ambitieuze schrijfsters met grote dromen, hier komt ie:

'Swamplandia!': grote Amerikaanse roman over meeslepende overlevingstocht in de wildernis. Ali Smith: verpletterende vlijmscherpe sociale kritiek. Zadie Smith: multicultuur waar je niet omheen kunt. Alice Munro: zinnen als een roestvrijstalen botermes-en je hersens zijn de boter. Jennifer Egan: haar muzieksmaak is nog beter dan de jouwe.

Lees ze. Je wordt er een betere man van.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden