Hoe bespeel je angst, hoe wek je woede

Na de oorlog diende ik als dienstplichtig militair in Nederlands-Indië. Ik had het avontuur niet gezocht maar ik heb er buitengewoon veel van geleerd. Het kwam mij soms voor alsof ik bij een reusachtig sociaal experiment betrokken was geraakt: wat ik in de voorgaande jaren aan sociaal-wetenschappelijke theorie had opgedaan, kon in de praktijk worden getoetst.

De laatste tijd bekruipt mij eenzelfde gevoel. We zijn in ons land getuige van een snel escalerend maatschappelijk conflict dat bijna geheel volgens het boekje verloopt. Alles komt langs: het uitvergroten van incidenten, het zoeken naar zondebokken, suggestief woordgebruik en regelrechte verdachtmakingen, met als eindresultaat dat een duidelijk herkenbare minderheid, eerst genegeerd, nu meer en meer wordt gestigmatiseerd. Ik bedoel natuurlijk de Nederlandse moslims.

Bij het bespelen van de publieke opinie worden vooral twee klassieke strategieën gevolgd. De eerste beklemtoont voortdurend de minderwaardigheid van de moslims, van hun geloof, hun moraal, hun geschiedenis en hun levenswijze. 'Achterlijk' is de geliefkoosde kwalificatie.

De oordelen worden uitgevent met een nadrukkelijkheid en een frequentie die als zodanig al verdacht is. Vaderlandslievende islamologen maken overuren maar eigenlijk is iedere ingezonden brievenschrijver inmiddels een islamkenner in de dop.

Menigeen ergert zich groen en geel dat moslims gewoon op straat rondlopen. Wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam, één van de 'sterke mannen' van het moment, zegt het ronduit: 'Ik wil geen last hebben van andermans godsdienst, maar dat heb ik nu wel. Ik zie vrouwen over straat sloffen achter hun man, omdat ze onderdanig moeten zijn.' Hij is best tolerant: 'Natuurlijk mag je in Nederland moslim zijn, maar wel voor je eigen plezier.' Aan hem zal het niet liggen: 'We gaan met zijn allen in de stad formuleren dat we bepaalde dingen idioot vinden' (Trouw, 27 november).

De hele islam bevalt hem niet. 'Het idee dat het leven op aarde niet veel waard is en dat je maar moet hopen dat je in het hiernamaals je beloning krijgt, is slecht.' Dan wordt hij praktisch: geen uitkering willen als je kunt werken en 'respectvol met je niet-islamitische buren omgaan'. Boven het stuk staat een staaltje van Pastors' eigen 'respectvolheid': 'Is het zo moeilijk je vrouw niet te slaan?' (HP/De Tijd, 10 december).

Bedenkelijker dan deze wijdverbreide proleterige arrogantie is een tweede aanpak die de islam behalve achterlijkheid ook gevaarlijkheid verwijt. Het cijfer van enkele honderden mogelijk gewelddadige moslims, waarmee de veiligheidsdiensten werken, wordt weggelachen. Volgens de zelfgebakken islamkenners moet de kwestie van de andere kant worden benaderd. Ze nemen als uitgangspunt dat de islam als zodanig gewelddadig moet heten en ze berekenen vervolgens hoeveel moslims hun godsdienst volledig serieus nemen en dus gevaarlijk moeten worden genoemd.

En dan is een simpel sommetje gauw gemaakt. Zo kwam Paul Frentrop vorige week in HP/De Tijd op de aanwezigheid in ons land van 50000 'zeer fundamentalische moslims' die even later ervan verdacht worden in hun geloof 'een legitimatie te zien om te moorden'.

Dat lijkt flinke taal maar Frentrop blijkt toch te soft. Wethouder Sörensen, evenals Pastors van Leefbaar Rotterdam, heeft berekend dat er 80000 mensen zijn die 'bereid zijn om de barricaden op te gaan en te vuur en te zwaard de islam te verdedigen'. Maar ook dat is nog altijd vergoelijkende praat, want niemand minder dan Geert Wilders heeft 100000 moslims gesignaleerd die het vurig eens zijn met de moord op Van Gogh. (Begrijpelijk dat Wilders hem knijpt als een ouwe dief).

Hoewel Nederland een levensgevaarlijk land heet te zijn geworden, slapen de meeste burgers nog steeds heel redelijk. Dus wordt een nieuwe mythe ontworpen, nog bedreigender dan alle andere: de moslims, met hun grote moorddadige kern, zullen straks de meerderheid vormen en de macht in ons land overnemen. Het is dus zaak nú toe te slaan; morgen is het te laat. De echte demagoog werkt ook hier met ficties. Zo Frentrop, in een bedrieglijk terloops zinnetje: 'Zolang de komende tien jaar moslims hier nog geen meerderheid vormen, staan nog andere beleidsopties open'. Tien jaar: daarna leven we in een moslimstaat.

De arabist Hans Jansen weet te vertellen wat dat betekent. In Letter en Geest van 27 november beschrijft hij het droevige lot van christenen en joden in islamitische landen, niet als interessante historische stof maar als politieke waarschuwing. Sterker nog: hij ziet bij onze autoriteiten nu al een houding die doet denken aan de onderdanigheid die andersdenkenden in moslimstaten in acht nemen. Naar zijn idee lopen we al op een islamitische 'bezetting' vooruit.

In dit opgefokte klimaat gaan mensen onvermijdelijk op tilt. In HP/De Tijd schrijft iemand uit Eindhoven dat de Nederlander zijn 'natuurlijke instincten' kwijt is en ten prooi is gevallen aan 'autochtoon landverraad' waardoor de islam straks de kans krijgt 'op het juiste moment uit te breken en toe te slaan'. Iemand uit Capelle aan den IJssel wenst de islam te verbieden als een 'terroristische organisatie'. Zijn oproep: 'Waar de angst regeert, moet de dreiging worden uitgeroeid'. Hier raakt de geregisseerde hetze de bodem van het gezonde volksgevoel. De mensen zijn bang gemaakt en schreeuwen hun angst uit. En dus doemt overal de roep op om een echte Leider en een nieuwe Nationale Beweging.

Ik denk niet dat die er komt, maar als ze komt moeten we niet verbaasd zijn. We hebben het zien aankomen. Er is hard aan gewerkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden