Hoe Anderen veranderde

Voor de surfende en mobiele wereldburgers van tegenwoordig lijkt het beeld dat twee Amerikaanse onderzoekers schetsten van een Nederlands dorp anno 1952 afkomstig uit een ijzingwekkend verre oertijd. En toch is het nog maar zestig jaar geleden.

De overgang moet enorm zijn voor Dorothy en John Keur als zij in 1952 vanuit New York in het Drentse Anderen arriveren. Vanuit de bruisende hoofdstad van de wereld komen ze terecht in een stil gehucht tien kilometer ten oosten van Assen, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

De Keurs komen naar Anderen om er een jaar lang antropologisch onderzoek te doen. Net zoals Nederlandse antropologen naar Nieuw-Guinea of een ander exotisch oord afreizen om het volk aldaar te bestuderen, zo doen zij dat begin jaren vijftig in Anderen.

Hun onderzoek, 'The Deeply Rooted', is uniek: het is het eerste antropologische veldonderzoek dat ooit in Nederland is gedaan. Dat is ook het bijzondere: de feiten die hier zijn opgetekend, de dagelijkse gang van zaken in een dorp anno 1952, zul je niet snel vinden voor een ander dorp.

Wat ze in Anderen aantreffen is een kleine gemeenschap van 280 zielen waar vrijwel iedereen leeft van het boerenbedrijf en waar elk lid van het gezin, van jong tot oud, een eigen taak heeft. De Keurs geven een paar voorbeelden. 'Veel kinderen helpen bij het rooien van de aardappels. Twee jongens van tien jaar melken ieder vier koeien en daar zijn zij en hun familie erg trots op.'

Veel families die in Anderen wonen zijn onderling verwant. Het dorp is dan wel niet in de letterlijke, maar wel in figuurlijke zin één grote familie. Het is een hechte gemeenschap waarin het dagelijkse leven nog wordt bepaald door de seizoenen.

De twee kruidenierszaken op het dorp waar alles bij elkaar zo'n tachtig producten te koop zijn, worden gerund vanuit de voorkamer van de boerderij. Alleen de bakker, de smid en de cafébaas voeren een zelfstandig bedrijf. Verder is er een school, inclusief een huis voor de bovenmeester, de enige die niet uit Drenthe komt, en een gebouw waar gezamenlijk de oogst wordt gedorst.

Het belangrijkste vervoermiddel in die dagen is de fiets, constateren de New Yorkse onderzoekers. Tien boeren bezitten een brommer en er is zegge en schrijve één auto op het dorp. Ook verder is het met de mobiliteit maar magertjes gesteld. Vrijwel niemand gaat op vakantie en als dat al gebeurt, is het een uitstapje naar familie elders in de provincie of een dagje naar het verre Groningen.

Buiten de Duitse bezetter en de Canadese bevrijder zijn buitenlanders een onbekend verschijnsel in Anderen. De Keurs: 'Er is maar één vrouw in Anderen die zegt een Amerikaan te hebben gezien voordat wij kwamen.' Als de New Yorkers dan ook in het plaatselijke café een lezing met dia's geven over hun grote en verre land, is de belangstelling groot.

Voor kinderen is Anderen een klein paradijs. Er is geen kleuterschool en iedereen speelt met iedereen. Overal staat de deur open en zonder kloppen lopen de kinderen overal naar binnen; alleen hun klompen schoppen ze uit. Na de lagere school, die 31 leerlingen telt, volgt voor de meesten nog een paar jaar agrarisch onderwijs en dat is het dan. Er wordt gevreeën en getrouwd met dorpsgenoten of een jongen of meisje uit één van de omliggende dorpen zoals Eext of Gasteren. De helft van de kinderen wordt binnen de negen maanden na het huwelijk geboren. Scheidingen zijn een onbekend fenomeen.

Diefstal is in Anderen slechts een woord. 'Het respect voor andermans eigendom is zo sterk dat in de zes jaar dat de bovenmeester nu in Anderen werkt, hij nog nooit een potlood heeft gemist.'

De bevalling gebeurt thuis en de meeste geboortes vinden plaats zonder dat er een dokter bij komt kijken. De buurvrouwen van beide kanten verlenen assistentie zodra de weeën zich aandienen. Ook de buren van de buren hebben dan een taak zoals de zorg voor de kleine kinderen van het gezin waarvan de vrouw zwanger is.

Niet iedereen in Anderen is even rijk - of beter: arm - en verschillen zijn er wel degelijk. Daarom zal een rijke boerendochter niet snel trouwen met de zoon van een arme boer. Maar de verschillen zijn ook weer niet zo immens. De Keurs spreken van een tamelijk egalitaire samenleving. 'Er is zo weinig verschil in materiële cultuur, in de kleding, het eten, het meubilair van de verschillende families, dat dit geen enkele aanwijzing geeft voor klassenverschillen.'

Dat zorgt er, naast de familiebanden en het ontbreken van religieuze verschillen - iedereen hangt de vrijzinnige variant van het hervormde geloof aan - voor, dat de dorpsbewoners een stevige band met elkaar hebben. Een bloeiend verenigingsleven is het gevolg met als kunstzinnig hoogtepunt theaterclub De Vriendenkring.

Eigenlijk zorgde alleen de oorlog voor een korte scheiding der geesten en die is anno 1952 nog goed voelbaar, zeggen de Keurs. Omdat de café-eigenaar NSB'er was, zagen bijvoorbeeld vier families er van af om de lezing van de Amerikanen in het café te bezoeken. Maar de meeste dorpsgenoten gaan ontspannen om met hun foute dorpsgenoten en zijn vergevingsgezind.

Aan het eind van hun boek schrijven John en Dorothy Keur: 'Terwijl het dorp zich buigt in de wind en storm van zowel kleine als zeer grote veranderingen in de natuur en cultuur, geloven de auteurs dat het de hardheid heeft om nog vele jaren te overleven.'

Overleefd heeft Anderen zestig jaar later zeker. Maar of het in de vorm is die de Keurs zouden hebben verwacht? Anderen ziet er inmiddels in veel opzichten namelijk net zo uit als veel andere dorpen in Nederland. Op de brink staat ook hier een glasbak voor wit bruin en groen glas om eens wat te noemen. En ook dit dorp staat, net als veel andere dorpen in Nederland, vol rietgedekte boerderijen met een keurig geverfd hek voor de oprijlaan, waar een aardige middenklasser achter geparkeerd staat. Op een bord aan het hek is te lezen: 'Betreding van dit terrein bij gesloten poort activeert het alarmsysteem'.

Het café dat oorspronkelijk was getooid met de prachtige naam Dambaerenbar, naar de jeneverbes van de jeneverstruik, werd later heel trendy Auberge St. Hubert maar heet tegenwoordig weer meer neutraal De Herberg van Anderen. Winkels zijn er al lang niet meer in het dorp - de laatste verdween in de jaren negentig. Dorpshistoricus Age Stiksma (73): "Eens in de week komt de SRV-wagen langs, maar die wordt uitsluitend gebruikt door de oudere bewoners. De rest trekt voor hun dagelijkse boodschappen per auto naar Rolde dat vier kilometer verderop ligt, of het iets verder gelegen Assen."

De mobiliteit is natuurlijk ontzettend toegenomen, vervolgt hij. "Iedereen heeft een auto tegenwoordig. Schiphol is rechtstreeks in iets meer dan twee uur met de trein vanuit Assen te bereiken." Buitenlanders en buitenlandse vakanties zijn dan ook in Anderen al lang geen exotisch verschijnsel meer.

Stiksma was tot 1985 hoofd van de lagere school in Anderen. Net als zijn voorganger in het boek van de Keurs komt hij ironisch genoeg van buiten het dorp, meer precies uit Friesland. "Na het laatste schooljaar hebben ze me uitgeluid met een toneelstuk: 'Age's Tiental'. De school werd opgeheven want er waren nog maar 23 leerlingen en dat was niet genoeg. Nu worden de kinderen met een busje naar verschillende scholen gebracht. Ze treffen elkaar niet meer omdat ze op andere tijden thuiskomen."

"Maar de laatste jaren worden er überhaupt geen kinderen meer geboren in Anderen", zegt Henk Jonkers (40), secretaris van de Vereniging Dorpsbelangen Anderen en natuurkundeleraar aan een middelbare school in Assen. "Er is op het hele dorp geen kind meer te vinden onder de drie jaar. En als er voordien een vrouw beviel, gebeurde dat meestal in het ziekenhuis."

Op twee boeren na die nog hardnekkig stand houden is het boerenbedrijf in Anderen ter ziele vertelt Rein de Wilde (69). "De rammelende melkbussen waarmee ik de eerste jaren dat ik in Anderen woonde wakker werd om zes uur 's morgens, werden weliswaar midden jaren zeventig vervangen door de melktank, maar al snel daarna werd ook het boerenbedrijf ingeruild voor andere activiteiten."

Veel boerderijen zijn in de loop der jaren verkocht aan buitenstaanders. Zelf is hij de eigenaar van zo'n verbouwde boerderij. Het heet nu 't Anderhoes en is een groepsaccommodatie geworden met 32 bedden. Daarmee is De Wilde een typische representant van die andere ondernemers die er zijn gekomen. Met twee campings, een manege, drie Bed & Breakfasts en zijn eigen Anderhoes is de bedrijvigheid tegenwoordig vooral toeristisch van aard geworden.

De grond die bij de verkochte boerderijen hoorde, werd overgenomen door de overgebleven boeren of opgekocht door de Stichting Beheer Landbouwgronden. Anderen ligt nu aan de rand van een nationaal natuurpark. "Dat is voor veel boeren toch iets te snel gegaan", vertelt Stiksma. "In 1945-1950 werd hier de heide nog ontgonnen en omgezet in landbouwgrond. Nu hebben ze dat opgegeven voor wat de boeren 'vogeltjesland' noemen."

De Wilde heeft het dorp in rap tempo zien veranderen, vertelt hij. Als tweede 'importgeval' in 1971 werd hij met vreemde ogen bekeken. "Mijn vrouw en ik waren niet getrouwd en zij had al twee kinderen uit een eerder huwelijk. Dat was raar. Daarom werd ik op een morgen om tien uur uitgenodigd bij de smid om één en ander uit te leggen. Het hele dorp zat daar. Toen ik had verteld wie we waren en wat we wilden was het wantrouwen weg."

De Wilde werd voorgegaan door een tamelijk eigengereide professor uit Groningen, een ecoloog die zijn tijd ver vooruit was. "De inwoners waren gewoon om hun rommel te verbranden. Dat vond hij maar niks. Dat is hem niet in dank afgenomen."

Na de kritische professor en De Wilde volgde er spoedig meer vreemd volk. Stiksma: "Groningen-stad is per slot van rekening met de auto maar twintig minuten weg. En daar is het niet bij gebleven." In het dorp dat wonderlijk genoeg nog altijd bijna evenveel inwoners telt als zestig jaar geleden, wonen tegenwoordig ook Randstedelingen. Stiksma: "Uit Pernis. Uit Wassenaar."

Hoeveel import er precies is? "Dat is moeilijk te zeggen, want wat is import", relativeert Jonkers. "Ik ben geboren en getogen in Drenthe. Mijn vrouw en ik komen beiden van de boerderij. Ik beschouw onszelf niet als import."

Toch is dat, naast de enorm gestegen welvaart natuurlijk, onmiskenbaar de belangrijkste verandering in Anderen: de komst van vreemd volk. Daardoor is de eens zo sterke cohesie in het dorp verdwenen. Stiksma: "Er lopen tegenwoordig mensen rond die ik niet meer ken omdat ze zich verder met niemand bemoeien en nergens aan deelnemen. Vooral de laatste jaren zijn er nogal wat inwoners bij gekomen die je nooit ziet. Ze steken hooguit hun hand op. Waar zo iemand vandaan komt? Welk beroep hij heeft? Ik heb geen idee." Het zijn, zegt hij, mensen die niet deelnemen aan het verenigingsleven op het dorp. Dat is weliswaar afgeslankt - de Bond van Plattelandsvrouwen is er niet meer - maar een paar verenigingen zoals de ouderenclub, de korfbalclub, de kaartclub en de toneelvereniging zijn nog altijd springlevend. "En we hebben sinds een paar jaar weer een eigen dorpskrant die één keer per maand verschijnt."

Het enige dat verder weinig verschilt met de tijd waarin de Keurs rondliepen in Anderen zijn de misdaadcijfers. "Er belandt wel eens een fietsenrek in een roggeveld", zegt Stiksma. "Er wordt wel eens wat illegaal gestort in het bos", vult Jonkers aan. "Maar het is allemaal weinig dramatisch."

Bewoners uit de tijd dat de Keurs nog in het dorp rondliepen, zijn moeilijk te vinden. Op zoek naar ouderen voor een gesprekje schrijft Stiksma: 'Twee kandidaten weigeren om mee te werken. Na zestig jaar heerst er hier en daar nog een zekere jaloezie. De heer en mevrouw Keur besteedden niet aan ieder gezin evenveel aandacht, en sommige teentjes blijven erg lang.'

Wie niet te klagen had over aandacht was de familie Huizing. Hendrik Huizing (88) geboren en getogen in Anderen, maar nu woonachtig in een verzorgingstehuis in Rolde, vertelt dat John en Dorothy Keur, die door hem "ome Sjon en tante Dido" werden genoemd, vaak bij hen op visite kwamen. "Ze hadden zich voorgenomen elk huishouden minstens twee keer te bezoeken, en dat hebben ze gedaan." Vol respect voegt hij er aan toe: "En ze wisten overal achter te komen. Kijk maar eens in het boek." Ja, Anderen is erg veranderd, zegt ook Huizing. "De boerderijen zijn verdwenen en alle middenstanders zijn weg. En er is veel import. Maar ik heb nooit problemen gehad met de nieuwkomers."

Wat Dorothy en John Keur er van gevonden zouden hebben? Dat is helaas nooit meer te achterhalen: beiden zijn namelijk overleden. Maar of ze nog steeds van mening zouden zijn dat Anderen sterk genoeg was om alle veranderingen te overleven is zeer de vraag.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden