Hoe Amerika de Venezolaanse oppositie klaarstoomde voor de macht

Juan Guaidó Beeld AFP

De VS werken al bijna twee decennia aan ‘regime change’ in Venezuela. Ook oppositieleider Juan Guaidó komt voort uit de door Amerikanen gefinancierde studentenbeweging. 

 Het is verleidelijk om dit verhaal te beginnen met de Venezuela Crisis van 1902. Ook toen had de Venezolaanse regering ruzie met een groot deel van de wereld: Britse, Duitse en Italiaanse oorlogsschepen lagen voor de kust en dreigden met een invasie. Het leidde ertoe dat de Amerikaanse president Theodore Roosevelt, die geen Europese militairen op zijn halfrond wilde, verklaarde dat Amerika voortaan zelf wel orde op zaken zou stellen in Latijns-Amerika.

Na ruim een eeuw lijkt de cirkel rond. Amerika eist dat de Venezolaanse president Maduro, wiens wanbeleid het land in een diepe crisis heeft gestort, vandaag humanitaire hulp het land binnenlaat. Anders, zo zinspeelde president Trump, zou er militaire actie kunnen volgen.

Maar met 1902 beginnen we wel erg vroeg. Want in de twintigste eeuw waren Venezuela en de VS eigenlijk altijd goede vrienden, zegt Tim Gill, socioloog aan de universiteit van North Carolina, en kenner van de Amerikaans-Venezolaanse betrekkingen. “Venezuela was al heel lang een stabiele democratie, met een tweepartijensysteem. In de jaren zestig en zeventig had je wel wat linkse guerrillabewegingen in het land, die door Cuba gesteund werden. Amerika werkte toen samen met de regering bij het opdoeken daarvan. Amerika zag Venezuela als een vanzelfsprekende partner, en besteedde er niet veel aandacht aan.”

Olie

Washington begon pas argwanend te worden toen een nieuwe politieke kracht ten tonele verscheen, die het vermolmde tweepartijensysteem openbrak: Hugo Chávez. In 1992 had die al eens een coup gepleegd. Hij had zich daarbij in de collectieve verbeelding van Venezuela genesteld als een links populistisch alternatief voor de traditionele middenpartijen, die geen echt antwoord hadden op de economische ongelijkheid, waar veel Venezolanen zich destijds zorgen over maakten.

Goed. Laten we daar dan beginnen. Hoe reageerde Washington toen Chávez in 1999 de verkiezingen won? “Aanvankelijk wisten ze nog niet zo goed wat ze van hem moesten verwachten”, vertelt Gill. “Chavez ging zichzelf pas in 2005 socialist noemen. Hij sprak al wel over ongelijkheid, maar zijn toon was nog niet zo radicaal. Hij wilde goede betrekkingen met de VS, bezocht zelfs de aandelenbeurs van New York.”

Het tij begon te keren in 2001, toen Chávez de regering meer invloed gaf op de olie-industrie, en ook een wet doorvoerde die kleine boeren meer land gaf. Maar olie alleen is een te makkelijke verklaring voor het verslechteren van de betrekkingen, vindt Gill. “Venezuela had de olie-industrie al in 1976 genationaliseerd, dat vonden de VS geen groot probleem. Wat er ook gebeurde, was dat Chávez het Amerikaanse economische model ter discussie begon te stellen, en Venezuela als een alternatief model voor de regio ging presenteren. Hij was op dat moment zo’n beetje de enige linkse stem in Latijns-Amerika. Waar mensen in Washington ook echt pissig van werden, was dat Chávez zich tegen de war on terror keerde, die Amerika na de aanslag op 11 september 2001 op de Twin Towers overal ter wereld in gewapende conflicten bracht.  Chávez liet foto’s van omgekomen Afghaanse kinderen op televisie zien, en vroeg zich dan hardop af: ‘Is dit echt wat de leider van de vrije wereld doet?’”

Omgekeerd was Chávez kwaad over de mislukte coup tegen hem in 2002. Hij verweet de Amerikanen daar achter te zitten. Wie er achter de schermen precies welke rol speelde, is nog niet precies opgehelderd. “Wat we weten, is dat de VS direct, en bijna als enige, de nieuwe regering erkenden. Dat kun je verdacht vinden.”, zegt Gill. “Een rapport van de Amerikaanse Senaat concludeerde in 2004 dat er geen directe steun was geweest, maar dat sommige overheidsinstellingen wel bepaalde individuen en groepen hadden gefinancierd die deelnamen aan de coup.”

Zakelijke belangen

Dat waren charitatieve instellingen als USAID, de ontwikkelingsorganisatie van de Amerikaanse overheid, die nu ook weer betrokken is bij de hulp die Venezuela niet binnen mag. Of de National Endowment for Democracy (NED), een semi-private organisatie die gefinancierd wordt door de Amerikaanse overheid. Gill promoveerde op de manier waarop zulke organisaties de belangen van Amerika in Venezuela behartigden. “Wat ze in het openbaar zeggen, is: ‘we werken op een niet-partijdige basis, we zijn neutraal’, en ze spreken in algemene termen over het bevorderen van democratie en mensenrechten.”

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassadeur uit 2004 dat via WikiLeaks uitlekte, spreekt duidelijker taal over de echte doelen van USAID in Venezuela: ‘het penetreren van de politieke basis van Chavez’, ‘Amerikaanse zakelijke belangen beschermen’ en ‘Chavez internationaal isoleren’, lezen we onder meer.

Gill: “De realiteit is dat veel van hun programma’s specifiek zijn ontworpen om de oppositie een luidere stem te geven, om groepen te steunen die kritiek hebben op de regering. De NED werkte direct voor politieke partijen, en gaf hun leiders trainingen: hoe spreek je met journalisten, hoe bouw je een website? Heel praktische dingen. Ik interviewde iemand die het heel duidelijk zei: we zorgden dat ze hun zaken op orde kregen, zodat ze Chávez konden verslaan.”

USAID werkte eerder met maatschappelijke organisaties. “Ze zetten in samenwerking met de oppositie schijnbaar neutrale buurtorganisaties op in de wijken. Die organiseerden buurtbijeenkomsten, waar gratis voedsel werd uitgedeeld, maar ook over politiek werd gepraat, en door de VS samengestelde brochures werden uitgedeeld.” Daarnaast investeerde USAID veel geld in de anti-Chavez studentenbeweging die in die tijd groot werd, en waarin ook de jonge student Juan Guaidó politiek actief werd, de inmiddels 35-jarige parlementsvoorzitter die zichzelf dit jaar tot president uitriep.

Marionet

Kun je daarmee zeggen dat de VS succesvol zijn geweest in het ondermijnen van de regeringen van eerst Chávez, en daarna Maduro? “Kijk, dat ligt eraan wat je beschouwt als de maatstaf van succes”, zegt Gill. “Maduro zit er nog, dus in die zin is het nog niet gelukt. Als je de jaarverslagen van zulke organisaties bestudeert, kom je ook allerlei kleinere benchmarks tegen: ‘We hebben die en die oppositieleiders succesvol met elkaar in contact gebracht, maar ze zijn het nog wel oneens over onderwerp x of y’. Dit soort organisaties claimen achteraf vaak wel graag de credits. Dat zag je ook bij de kleurenrevoluties in Oost-Europa: veel van de oppositieleiders die daar succesvol waren, waren gesteund door USAID.”

Met Juan Guaidó zou dat zomaar weer kunnen gebeuren. “Guaidó’s naam kwam in mijn onderzoek niet naar boven, hij was toen nog een jonge student”, zegt Gill. “Maar als je nu profielen van hem leest, dan zijn de mensen die hij destijds als zijn mentors beschouwde, Freddy Guevara, Yon Goicochea, ook de mensen die af en toe met USAID gingen lunchen.”

Dat wil nog niet zeggen dat je Guaidó automatisch als een marionet van de Amerikanen kunt beschouwen. De partij waar hij lid van is, Voluntad Popular, is zelfs aangesloten bij de Socialistische Internationale. Het is een beetje lastig om in te schatten hoe links de soep daar gegeten wordt. Het allesoverheersende thema bij de Venezolaanse oppositie is nu even ‘Weg met Maduro’. “Ik heb niet het idee dat ze heel radicaal zijn”, zegt Gill. “Volgens mij willen ze ook gewoon buitenlandse investeerders lokken.” Maar hij moest wel gniffelen toen hij Trump deze week in een toespraak over Venezuela hoorde uitvaren tegen het socialisme. “Weet hij wel dat de man die hij steunt ook socialist is?” .

Onder Donald Trump is de ruzie tussen Venezuela en de VS geëscaleerd van subtiele beïnvloeding naar openlijke confrontatie. Trump dreigt openlijk met een militaire invasie, als Maduro niet wijkt. Om die boodschap te brengen, huurde hij neoconservatieve haviken in, zoals speciaal gezant Elliott Abrams, die in de jaren tachtig onder president Reagan betrokken was bij clandestiene acties tegen linkse regeringen in Midden-Amerika, en die daarvoor veroordeeld is.

Achtertuin

Opmerkelijk, meent Gill. “Maduro ageert in iedere speech tegen het Amerikaanse imperialisme. En dan zet je mensen in, die daar de belichaming van zijn. Daar profiteert Maduro in eigen land van. Maar misschien wil Trump er wel een duidelijke boodschap mee aan het Venezolaanse leger sturen: wij maken geen grappen, loop naar ons over.”

Toch is het opvallend. Trump werd verkozen op de belofte dat hij zich juist uit ingewikkelde militaire conflicten terug zou trekken. Nu mengt hij zich in een nieuw conflict. Sommige commentatoren in Amerika suggereren dat hij terug wil naar de wereld van Theodore Roosevelt, waarin iedere grootmacht zijn eigen invloedssfeer bewaakt: Rusland mag Syrië hebben, maar Amerika wordt weer baas in eigen achtertuin.

Maar het kan ook gewoon dat hij zijn herverkiezing aan het voorbereiden is, suggereert Gill. “Misschien maakt hij zich al op voor de debatten. Als hij het socialisme uit Venezuela wegjaagt, kan hij Bernie Sanders daar straks mee om de oren slaan: wij hebben net vrijheid naar Venezuela gebracht, en nou wil jij het socialisme naar Amerika brengen?”

Lees ook:

Juan Guaidó geeft de Venezolaanse oppositie een smoel en een doel

Juan Guaidó, tot voor kort een politieke onbekende, blijkt een serieuze uitdager van president Maduro. De regering-Trump wil hem ook financieel steunen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden