Hoe alert is de automobilist die met een mobieltje belt?

We kunnen geen twee dingen tegelijk, behalve één ding: bellen onder het rijden. Dat is nog altijd de heersende eigenwijsheid onder automobilisten. Alleen de buurman laat zich afleiden, zij zelf niet.

De feiten vertellen anders: vorig jaar schatte de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid dat in 2004 60 doden minder zouden zijn gevallen zonder dat bellen onderweg. En psychologen toonden in een rijsimulator aan dat rijden én bellen erop neerkomt dat je met 0,8 promille alcohol achter het stuur kruipt.

Experimenten leerden vijftig jaar geleden dat we trager worden als we kort na een prikkel moeten reageren op een tweede. Zeker als we daarbij iets moeten beslissen. In het jargon heet dat de psychologische refractaire periode.

„Zal wel”, schampert de belverslaafde chauffeur, „maar ik kan heus wel horen, zien en praten tegelijk. Je hebt nu eenmaal overal onoplettende duikelaars, dus ook op de weg.” Maar de betweter komt in het nauw na nieuw Amerikaans onderzoek. Dat laat het duidelijk zien: zelfs het brein van een aandachtig bestuurder verraadt dat het bij het gelijktijdig uitvoeren van twee complexe taken de boel niet kan bijsloffen.

Er treedt boven filevorming op: net zoals de wc-pot dreigt over te lopen als je twee keer achter elkaar doortrekt. De flessenhals kan het niet aan, en in onze hersenen blijkt zo’n zelfde bottleneck te zitten. Op zich kan ons brein parallelle informatie vliegensvlug verwerken, maar niet als daarbij ook nog een besluit wordt gevraagd.

Dat illustreerden de scans van proefpersonen die twee taken kregen: bij het horen van een van acht variërende geluiden moesten zij een bepaalde toets indrukken; en bij het zien van een van acht plaatjes, moesten zij de juiste letter noemen. Bij het eerste gebruik je je oren, bij het tweede je ogen. Dat is werk voor verschillende stukjes brein. Maar de onderzoekers speurden naar niet-zintuiglijke hersenkernen die bij beide taken oplichtten. Als de twee opdrachten elkaar in de weg zitten, zou dat wellicht aan de cerebrale overlap tussen die twee te zien moeten zijn.

En dat was het. Zodra de twee taken te dicht op elkaar zaten – minder dan een halve seconde –, bleek de verwerkingstijd in enkele overlapgebieden langer te worden. Het brein reageerde vertraagd op de tweede taak, en begon er pas aan nadat de eerste ’door was’. Te zeer opgejut, ging opdracht 2 in de wacht. Maar zat er een seconde of meer tussen de hoor- en kijktest, dan verliep alles vlotjes.

Tegelijkertijd horen en zien doen we dus probleemloos, maar niet als we er echt iets mee moeten. En als een halve seconde dan al te benauwd blijkt voor de hersenen, is bellen én rijden gevaarlijk: een 0,5 seconde bij een snelheid van 100 kilometer per uur komt neer op bijna 15 meter. Als je zit te bellen, heeft je brein voor een plotseling obstakel op dat stukje weg even geen tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden