Hockeysters voeren prachtige show op

UTRECHT - Er is iets moois gegroeid in de Galgenwaard. Zo aarzelend als de Nederlandse hockeysters anderhalve week geleden aan het WK in eigen land begonnen, des te meer allure straalt er in de eindfase van het toernooi af van de ploeg. Vergeten waren al die moeizame zeges en concentratiefouten op cruciale ogenblikken. In de herinnering blijft voorlopig de prachtige show in de semifinale tegen Duitsland staan: 6-1.

In ruim drie kwartier had Nederland de klus al geklaard. In de eerste helft leverde de strafcorner een ongekend hoog rendement op. Dillianne van den Boogaard sloeg er twee als een 'man' in, aanvoerder Carole Thate (twee keer), de onbetwiste uitblinkster Mijntje Donners en Margje Teeuwen deelden volop mee in de feestvreugde. De ploeg van bondscoach Tom van 't Hek ontmoet morgen in de eindstrijd het sterke Australië. De wereld- en olympisch kampioen ontdeed zich zich door ondermeer twee doelpunten van topscorer Alyson Annan sober, maar probleemloos van Argentinië: 4-2. De Zuid-Amerikaansen strijden tegen het diep ontgoochelde Duitsland om het brons.

Over de kansen tegen het sterkste hockeyland van de wereld is de afgelopen dagen al veel gefilosofeerd. In vlagen van optimisme blijkt iedere kenner wel eens een minder sterke fase in de geöliede machine van trainer Charlesworth te hebben ontdekt. Australië is wat Juventus in het voetbal betekent: jaarlijks de gedoodverfde winnaar van de Europa Cup.

Slecht één of twee keer gaat het mis tegen een underdog. Die rol liet Van 't Hek zich gisteravond lachend op het lijf schrijven. Los van het resultaat, is één conclusie nu al gerechtvaardigd: Nederland is terug aan de top, waar het tot en met 1990 met harde hand regeerde. Toen pakte het in Sydney zijn achtste wereldtitel. Daarna ging het razendsnel bergafwaarts, met de zesde plaats op het WK in Dublin (1994) als triest dieptepunt. Dat echec was de rijpe vrucht van een vertrouwenscrisis tussen speelsters, bondsbestuur en wat er verder aan vijfde colonnes viel op te trommelen én bondscoach Bert Wentink. Tom van 't Hek kwam in zijn plaats, leidde de ploeg in 1995 in Amstelveen naar de Europese titel, won het jaar er op, omdat werkelijk alles meezat, brons op de Olympische Spelen van Atlanta en zal morgen hoe dan ook het fraaiste resultaat uit zijn onconventionele loopbaan als bondscoach boeken.

Statistisch gezien is Nederland kansrijk tegen Australië. In de onderlinge confrontaties staat Oranje zelfs nog een overwinning voor (24 om 25), maar die score werd grotendeels in de the good old days van de jaren tachtig opgebouwd. De laatste ontmoeting was voor Van 't Hek cs nogal ontluisterend: 6-0.

Hoewel kort geleden (9 februari in Perth), waren ook dat andere tijden. Tegen Duitsland pleitten de historische cijfers ook al in het voordeel van Nederland. De serie van 74 onderlinge ontmoetingen begon in 1929 weliswaar met een 3-1-nederlaag, maar geleidelijk sloeg de balans door naar Nederlands voordeel: 40 overwinningen, 13 gelijke spelen en 21 nederlagen. Ook over de laatste tien jaar gemeten, waren Van 't Hek en zijn voorgangers overwegend sterker dan de oosterburen. Een deel van die reeks werd opgebouwd toen de Mannschaft nog onder het bewind van Rudiger Hünel stond. Hij hield er een wat on-Duitse werkwijze op na. Niet geremd door al te veel geloof in de capaciteiten van zijn speelsters was hij op een groot toernooi al blij met het bereiken van de halve finale. Hij zou het dus nu van de daken schreeuwen.

Een jaar voor de Olympische Spelen van 1996 werd Hünel ontslagen en vervangen door Berti Rauth. Het vaatje buskruit kon op de Spelen van Atlanta de lethargie nog niet verdrijven, maar heeft - los van het debacle van gisteravond - van Duitsland in ieder geval een ploeg gemaakt waar met respect over wordt gesproken.

Britta Becker staat symbool voor de onverzettelijkheid, die de Duitse hockeysters tegenwoordig uitstralen. Het is het intrappen van een open deur dat haar afwezigheid zich danig liet gelden. De Berlijnse was met een brace om haar gebroken duim weer naar Utrecht gereisd, maar het was evident dat ze hooguit voor een paar minuten als pinchhitter ingezet kon worden. De ploegdokter had het haar verboden verder te spelen. De second opinion van haar huisarts leerde haar hetzelfde, maar ze wilde toch bij de ploeg zijn. Hoe pijnlijk was haar lot. Het symbool van onverzettelijkheid had voor haar collega's ook de vorm en uitstraling van een zoutzak kunnen hebben.

Het vuur van de onrust laaide in de openingsfase al huizenhoog op in het gemoed van Becker. Nederland zette de ploeg van Rauth meteen onder grote druk, forceerde binnen vijf minuten drie strafcorners en zette nummer drie in een doelpunt om. Uit de rebound tikte Thate de bal achter Julia Zwehl. Na ruim een kwartier had specialiste Van den Boogaard rechtstreeks succes uit een korte hoekslag. Dat kunstje herhaalde ze vlak voor rust. Vijf strafcorners, drie doelpunten; zelfs in het mannenhockey zou dat als een extreem hoog gemiddelde gelden. Lützsch scoorde bij 2-0 tegen, maar dat kon de pret niet drukken. Na de rust kleurden Thate, Donners en Teeuwen het oranjefeest nog een stuk vrolijker in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden