Hockeysters kunnen leven met uitzicht op brons

ATLANTA - De Nederlandse hockeyvrouwen maken vanavond laat met hun collega's van Groot-Brittannië uit wie als winnaar van olympisch brons in de geschiedenisboeken verdwijnt. Australië en Zuid-Korea strijden om de hoogste eer. Het is een rechtvaardige uitkomst van een toernooi, waarin de dames van 'down under' tot nu toe de meeste indruk maken en een subtoppositie voor oranje het hoogst haalbare is.

“Ik ben er trots op voor een bronzen medaille te mogen spelen,” vertolkte laatste verdedigster Noor Holsboer vrijwel alle gevoelens. “Als we in de finale waren gekomen, had ik toch het gevoel gehad dat we daar niet thuishoorden. Dat zou in ieder geval niet onze verdienste zijn geweest.” Tot de laatste ronde bestond er nog een theoretische kans dat de equipe van Van 't Hek op de tweede plaats zou eindigen. In dat geval moest Korea het laten afweten tegen Duitsland. Dat gebeurde niet. Na de 1-0 overwinning van de Aziaten stond Nederland voor de onmogelijke opgave Australië met 6-0 af te drogen. Het tegendeel gebeurde. Lange tijd hielden Holsboer cs gelijke tred met de torenhoge favoriet, maar in de slotfase zakte de oranje-defensie als het bekende kaartenhuis in elkaar: 0-4. Op doelsaldo moest de nationale ploeg in de eindstand zelfs Groot-Brittannië nog voor laten gaan. Die 'voorgeschiedenis' weegt overigens niet mee wanneer de 'verliezersfinale' na de reglementaire speeltijd geen winnaar kent. Er worden dan, zoals momenteel gebruikelijk in het hockey, strafballen genomen. Uit voorzorg gaat Van 't Hek er vandaag een uurtje op oefenen.

Ook de bondscoach kan leven met het uitzicht op een bronzen plak. Nederland speelde een uitermate grillig toernooi. De eerste drie wedstrijden verliepen desastreus. Tegen het achteraf zwaar tegenvallende gastland en Groot-Brittannië werd gelijk gespeeld, van Korea kansloos verloren. De Olympische Spelen dreigden voor de hockeysters in een desillusie te eindigen. Van 't Hek zag nog één manier om de neuzen weer de andere kant op te laten wijzen: dreigen met ontslag. Vervolgens trad een wonderbaarlijk herstel in: van Duitsland, Spanje en Argentinië werd niet alleen gewonnen, de doelpuntenmachine begon ook op redelijk volle toeren te draaien. “Tegen de Duitsers viel het dubbeltje de goede kant op,” herinnert middenvelder Carole Thate zich. “Dan blijkt dat er maar een heel klein beetje nodig is om de ommekeer te bewerkstelligen. Het leven gaat er ineens heel anders uitzien. Je loopt met je borst vooruit in het olympisch dorp. Je straalt uit dat je volop meedoet, dat je voor een medaille speelt.”

Natuurlijk moest Van 't Hek een kleine teleurstelling wegslikken toen de fnaleplaats niet haalbaar bleek. “Die hoop was niet groter dan tien procent. Je moet met grote cijfers winnen van een land waarvan je de laatste zeventien keer niet gewonnen hebt. Australië is de beste ploeg ter wereld. Van hen kunnen we nog heel veel leren. Ik hoop dat zij de gouden medaille winnen. Laten we reëel zijn: we spelen op de plek waar we thuishoren.”

Groot-Brittannië is door de jaren heen geen overdreven lastige tegenstander voor het Nederlands elftal gebleken. In de voorbereiding op Atlanta, in het Engelse Milton Keynes, zegevierde oranje medio juni met 1-0 over de Britse vrouwen. In april werden ze trouwens nog met 5-2 geslachtofferd. In Atanta eindigde het onderlinge duel, zoals gezegd, gelijk. Van 't Hek: “Het is niet de eeuwige rivaal, zoals Duitsland. Maar je mag ook niet zeggen: ach die Britten, die pakkken we wel. Wij mogen trouwens over geen enkele tegenstander 'ach' zeggen.” De tevredenheid zal pas van het gezicht van de bondscoach afstralen wanneer Groot-Brittannië toeschouwer is bij de huldigingsceremonie. Voldaan is hij na afloop van de voorlaatste wedstrijd reeds. “We hebben vooral in technisch en tactisch opzicht winst geboekt. Tegen gelijkwaardige of mindere tegenstanders zoeken we de cirkel op. Het percentage benutte kansen is hoger en het zelfbewustzijn van de spitsen is toegenomen. We zijn steviger in de duels, we spelen ook beter hockey. Vroeger hockeyden we te lief. Nu laten we ons niet meer opzij zetten bij het uitdraaien en wegkappen van de bal. En we durven ook in de mandekking te spelen.”

“Maar er is nog een lange weg te gaan,” voegt hij er in dezelfde adem aan toe. Turend over een eindeloos veld zijn Zuid-Korea en vooral Australië nog net als stipjes zichtbaar aan de horizon. De weg er naar toe vergt een reistijd van jaren. De duur van de trip vindt Van 't Hek verontrustend: “In vergelijking met het WK van 1994 is de afstand tussen Australië en de rest eerder groter dan kleiner geworden. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.”

Op de vraag of Van 't Hek ook na Atlanta nog als gids zal optreden, wil hij niet direct beantwoorden. “Het is zes jaar geleden (op het WK - red) dat Nederland in een mondiaal evenement bij de laatste vier zat. Toen ik twee jaar geleden aan deze klus begon, heb ik gesteld dat er een bepaald resultaat behaald moest worden. Donderdag is er nog een wedstrijd, maar ook als die voorbij is, beslis je niet in een gesprekje van tien minuten over je toekomst als coach. Halen we een medaille, dan ben ik een tevreden bondscoach.”

Van 't Hek zal als vrouwentrainer de WK in eigen land, in 1998, wel halen; dat is een prognose die de goklust in de mens niet zal bevredigen. Eén van de bouwstenen die hij nodig heeft voor zijn elftal van de toekomst, is Carole Thate (24). Drie jaar geleden oefende ze, als velen, onverholen kritiek op de toenmalige bondstrainer Bert Wentink. Ze deed dat op een tactisch slecht moment (kort voor een groot toernooi) en in een medium waarvan ze niet vermoedde dat het bij Wentink op de leestafel zou belanden (een plaatselijke, op Amsterdam gerichte sportkrant). De vriendelijk overkomende, maar als coach volstrekt onbuigzame Tilburger zette Thate zonder pardon uit de selectie. Haar interlandcarrière die op 18-jarige leeftijd begon met het behalen van de wereldtitel, leek na 55 caps dood te bloeden. Van 't Hek haalde de mondige speelster terug in de nationale selectie, zonder zijn voormalige clubgenote (ze speelde ooit bij Kampong) te hebben zien spelen. Op haar beurt gingen de lotgevallen van de internationals al die tijd grotendeels aan haar voorbij. Haar ouders stuurden af en toe het bondsblad op; dat was nog het enige contact met de 'buitenwereld'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden