Hockeygoud lonkt Spanje gevaarlijke outsider in finale

ATLANTA - Er zijn nog acht seconden te spelen. Nederlandse hockeyers beginnen elkaar in de armen te vallen. Stephan Veen onderschept in het voorbijgaan nog een krachteloze Duitse pass. Dan klinkt de toeter en kan het feest beginnen. Nou ja, feest. “Een paar uurtjes nagenieten met een colaatje light,” zegt doelman Ronald Jansen.

Voor het eerst sinds 1952 (Helsinki) staat een Nederlands mannenhockeyteam in een olympische finale. De tegenstander is vannacht (half twee Nederlandse tijd) de verrassing van het toernooi, Spanje. “We zouden ontzettende eikels zijn als we dat laten lopen,” spreekt Taco van den Honert, die in de halve finale in zijn eentje erfvijand Duitsland (3-1) elimineerde, namens de hele ploeg. “Zo'n kans om de finale van een groot toernooi te winnen, krijgen we waarschijnlijk nooit weer. Het klinkt arrogant, dat weet ik, maar het zijn de feiten. Tegen Duitsland kan het alle kanten opgaan, tegen Spanje moeten we oppassen voor onderschatting.”

Ronald Jansen maakt zich op voor een fantastische sportavond: “Dit wordt de wedstrijd van mijn leven. Voor een hockeyer is olympisch goud het hoogste wat hij kan halen. De finale moet koste wat het kost gewonnen worden.”

Door voor het eerst in de geschiedenis olympisch kampioen te worden - bij de mannen dan, de vrouwen lukte het in 1984 wel - zou Nederland prompt afrekenen met het trauma van de laatste jaren dat het verschil tussen goud en zilver één gemiste strafbal is. Op het WK in Sydney, eind 1994, speelde de equipe van bondscoach Roelant Oltmans de spreekwoordelijke sterren van de hemel, maar duurde het toernooi net één speelhelft te lang: de laatste 35 minuten van de finale tegen Pakistan. Op het EK in Dublin, een klein jaar geleden, leidde Nederland in de eindstrijd tegen Duitsland in de rust nog met 2-0, maar ging er uiteindelijk in de 22ste strafbal onderdoor. Wanneer goed spel in de aanloop naar de climax van het toernooi een slecht voorteken is, hoeft het Nederlands elftal zich niet al te veel zorgen over de afloop te maken. De hockeyers maakten een struikelende entree in Atlanta, speelden daarna in fases goed hockey, maar haalden niet als ware smaakmakers de kolommen. Integendeel, Amerikaanse en Australische journalisten verweten Oltmans dat zijn team met de zogenaamd typisch Europese slow down-stijl het veel speelsere oriëntaalse hockey onderuit haalde. De Nederlandse bondscoach sprak dat tegen door te wijzen op de drie doelpunten die zijn manschappen tegen zowel Zuid-Korea als Australië hadden gescoord. Nederland zoekt van nature de aanval. Dat het er niet altijd uitkomt, is een tweede, maar de nieuwe puntentelling in het hockey (analoog aan het voetbal drie voor een overwinning, één voor een gelijkspel en nul voor een nederlaag) is aan de avonturiers van Oranje wel besteed.

Wonderschoon

Avontuur zat er tegen de immer gevreesde Duitsers overigens veel te weinig in. In die zin hadden de critici van andere continenten wel het gelijk aan hun zijde. Toen Van den Honert in de derde minuut met een wonderschoon speldoelpunt de score openbrak volgden er nog tien flitsende minuten, waarna de ploeg zich concentreerde op het gesloten houden van de linies. Dat was een gevaarlijk uitgangspunt tegen de onvermoeibare Duitsers. De strafcorner besliste, als zo vaak, de wedstrijd. Van den Honert pushte er in de tweede helft twee hoog in het net. In beide gevallen zorgde dat andere kanon, de speciaal in het veld gekomen Bram Lomans, voor verwarring door over de bal heen te stappen, voordat de Amsterdammer aanlegde voor de dodelijke push. Van den Honert haalde een honderd procent-score, iets dat hem alleen in minder beladen interlands een paar keer was overkomen.

Hij herinnerde het zich van een wedstrijd om de Champions Trophy tegen Pakistan (“toen scoorde ik vijf keer, waarvan viermaal uit de corner”) en een duel om de derde plaats, tegen hetzelfde land. Toen vlogen er vijf strafcorners achter de oren van de Pakistaanse keeper. En passant logenstrafte de 'Mozart van het Nederlandse hockey' de indruk dat hij te vaak slechts lijfelijk aanwezig is op het veld. “In titeltoernooien staat Taco er gewoon,” spreekt assistent-bondscoach (en diens vroegere clubtrainer bij Amsterdam), Maurits Hendriks, dat tegen. “Hij heeft de laatste schroom van zich afgeworpen. Hij is een steunpilaar, zoals hij bij Amsterdam ook altijd de beslissende doelpunten maakt, wanneer het er echt om gaat.”

De Duitse coach Paul Lissek had geen doeltreffend antwoord op de scoringsdrift van de Amsterdammer. Achteraf maakte hij een tactische fout door zijn eerste van slechts twee strafcorners, op een cruciaal moment vlak voor de rust, door Carsten Fischer in te laten slaan. Op een door Sven Meinhardt uitgevoerde variant had Jansen geen antwoord, maar toen stond het al 3-0 in Nederlands voordeel.

De grootste kracht van het nationale elftal is momenteel niet de schoonheid van het spel, maar de tactische onmogelijkheid om de ploeg op de knieën te krijgen. Met Pasen rijpte bij Oltmans en Hendriks (ook clubcoach bij HGC) het idee om de Wassenaarse variant in het Nederlandse team te injecteren. Met Veen als rechtsmidden, Delissen als centrale spits en Van den Honert op de door hem niet zo geliefde rechtsbuitenplaats ontstaan er voor sleutelspelers als Marc Delissen en Floris-Jan Bovelander zoveel 'schuifmogelijkheden' dat de ploeg moeilijk vast valt te zetten.

Oltmans: “We zaten toen met de selectie in Amerika. Daar hebben we geanalyseerd wat niet en wel goed werkte. Als een tegenstander er in slaagde Floris-Jan vast te zetten, kwam alles op de schouders van Marc terecht. Die moest dan naar oplossingen zoeken, maar ook dat is eindig. We kunnen nu veel gevarieerder door het centrum aanvallen.”

De video-analyse is een onmisbaar onderdeel van de strategie geworden. Videoman Roberto Tolentino werkt inmiddels met twee camera's. De ene loopt de hele wedstrijd door, de andere registreert de statische momenten. Die worden vervolgens in de nachtelijke uren tot in den treure door Oltmans en Hendriks bestudeerd. “Op die manier,” vertelt Hendriks, “bepalen we vooraf vanuit welke hoek we schieten. Het is nu gebleken dat de Duitsers er niet uit kwamen met onze corner. Tegen de Spanjaarden hebben we weer een paar andere corners in petto.”

Spanje is een gevaarlijke outsider. De ploeg maakte indruk door drie van de mondiale top-vier landen te kloppen: in de poule Pakistan en Duitsland, in de halve finale heel verrassend Australië (2-1). Begin juli speelde Nederland nog twee oefenwedstrijden tegen de Spanjaarden: 3-3 en 3-1 (0-1 bij de rust). “Een goede ploeg, die ontzettend gegroeid is,” zegt Oltmans over de komende tegenstander. Hoe gering de krachtsverschillen in de finale mogelijk ook zijn, zo lang als de onderlinge confrontatie op de Spelen van Mexico in 1968 zal het niet duren. Ofschoon het slechts een plaatsingswedstrijd zonder medaillekansen betrof, duurde het 145 minuten eer Nederland de winst naar zich toetrok. Dat zit er, na de afschaffing van de verlenging, niet in. Zelfs met strafballen niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden