Hockey is niet alleen van Wassenaar en Bloemendaal

Interview | 'We willen afrekenen met het imago van witte sport', zegt directeur Johan Wakkie van de hockeybond. Het WK in Den Haag, dat morgen begint, wordt zijn laatste klus.

UTRECHT - Als je Johan Wakkie (61), scheidend directeur van de hockeybond, vraagt wat hem na twintig dienstjaren het meest trots maakt, dan blijft het even stil. Natuurlijk, het WK van 1998 in de Utrechtse Galgenwaard. Dat is een keerpunt geweest in het hockey. Het ledenaantal groeide - geholpen door het succes van de hockeymannen - van toen 125.000 naar nu 240.000. De elitesport van weleer werd een meer volkse vrijetijdsbesteding, met schoolhockey, bedrijfshockey, studentenhockey en gehandicaptenhockey. Wakkie zag het allemaal gebeuren.

"Ook belangrijk is dat veel andere doelgroepen gebruik gingen maken van hockeyaccommodaties, zoals kinderdagopvang, een kaartclub of fiets- en hardloopgroepen", zegt Wakkie, in de lobby van het glazen kantoor van hoofdsponsor Rabobank in Utrecht.

Maar terugkomend op de vraag waar Wakkie na twintig jaar het meeste genoegen uit put, noemt hij hockeyclub Feijenoord uit zijn geboortestad Rotterdam. "Dat vind ik toch wel de mooiste overwinning", klinkt het monter.

In herinnering gaat Wakkie terug naar vier jaar geleden, toen hij met de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb op het Afrikaanderplein in Rotterdam de opening van hockeyclub Feijenoord bijwoonde. Inmiddels is het een van de snelst groeiende hockeyverenigingen. Vanaf het veld zie je rechts voetbalstadion De Kuip, links de Essalam Moskee, de grootste van Europa.

Bij Feijenoord sporten, met hulp van het Jeugdsportfonds, wekelijks tientallen kinderen van Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse of Afrikaanse afkomst uit de achterstandswijken van Rotterdam-Zuid. Ze ervaren er voor het eerst wat hockey is. Wakkie (61), met twinkelende ogen: "Als je de cirkel echt rond wil hebben, dan is dat daar wel gebeurd."

Verbinden. Daar draait het om volgens Wakkie. Zijn hele leven al. Wakkie groeide op in het welgestelde Kralingen, waar hij elke woensdagmiddag aan de hand van zijn moeder naar de minderbedeelde bejaarden ging om eten te brengen. En ook als directeur van de hockeybond bekrachtigde hij die karaktereigenschap. Hockey voor de rijke elite? Ja, in Wassenaar en Bloemendaal misschien, maar Wakkie zag tot zijn genoegen dat de sport almaar breder werd. Met als exponent Feijenoord.

"Persoonlijk raakt mij dit ook", zegt Wakkie, naar voren verend. "Samenwerken met het Jeugdsportfonds was zonder meer het leukste om te doen. Dan zie je dat je met weinig middelen veel kunt bereiken. Kinderen - vaak opgevoed door alleenstaande moeders - bloeien helemaal op door de inbreng van 250 euro. Ze sporten met elkaar, eten gezond en als ze thuiskomen zijn ze niet in elkaar geslagen, zoals soms op straat gebeurt."

Niet voor niets is 'verbinding' ook het thema voor het WK hockey, dat morgen begint in Den Haag. Sport kan culturen verbinden, stelt Wakkie, en die stap moet nog gemaakt worden binnen de hockeywereld. De internationals van nu heten Lidewij, Robbert, Naomi en Constantijn. Mohammed en Latifa ontbreken nog.

Wakkie begint direct te lachen als de stereotype namen vallen. "Mohammed bestaat echt. Hij is coach van een Cruyff Court in het Haagse Laakkwartier", vertelt Wakkie, met een kop koffie in de hand. "Mohammed zei tegen een van mijn medewerksters: hockey is voor Wassenaar, dat gaan wij hier niet doen. Zij zei: vind je het goed als ik je eerst twee dagen lesgeef? Toen we dat hockeyveld openden in Laakkwartier kwam Mohammed naar me toe. U bent Wakkie, hè, vroeg hij. Hij zei: nou, hockey wás van Wassenaar, hockey is nu ook van Laakkwartier. Hij vond het ontzettend leuk om te doen."

Van die momenten geniet Wakkie. Verbinding werd ook nadrukkelijk meegenomen in het bidbook voor het WK, dat in 2010 werd aangeboden bij de internationale hockeybond FIH. Wakkie: "We willen afrekenen met het feit dat we een witte sport zijn, die niets doet voor anderen."

Vanaf november 2010, toen duidelijk werd dat Nederland een dubbel WK hockey (mannen en vrouwen) mocht organiseren, werkte de organisatie intensief aan het thema verbinding. Straks, als er dagelijks vijftienduizend mensen naar het Kyocera-stadion komen, zijn er diverse activiteiten voor jonge kinderen. Via de omringende basisscholen komen er drieduizend leerlingen naar hockey kijken. Ze leren iets over de vijftien deelnemende landen en krijgen een rondleiding door het stadion.

Ook 's avonds is er aandacht voor verbinding. Van elk deelnemend land worden muziek en gerechten gepresenteerd. "We willen als sport uitstralen dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt. En daarnaast willen we dat de deelnemende landen niet het gevoel hebben dat ze op een Nederlands feestje zijn. Het WK is van ons allemaal."

Den Haag had meeste mogelijkheden

Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag waren kandidaten om het WK te mogen organiseren. Maar in plaats van de steden tegen elkaar uit te spelen, keek de hockeybond naar de stad met de meeste mogelijkheden. Dat bleek al vrij snel Den Haag, waar een gloednieuwe voetbalaccommodatie, het Kyocera-stadion, in het voordeel werkte. "Dat stadion is vrij nieuw, niet te groot en heeft een omgeving waar je kunt bouwen", motiveert Wakkie. En dat blijkt: rondom het stadion is een compleet dorp verrezen. De kosten van het WK bedragen ongeveer 19,5 miljoen euro. De hockeybond betaalt hiervan 12,5 miljoen euro, de gemeente Den Haag legt zeven miljoen euro in. Er is nog een beperkt aantal kaarten beschikbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden