'Hockey elitair? Niet bij ons in Rotterdam'

Ruim de helft van de leden van Feijenoord is allochtoon.Beeld Maarten Hartman

Feijenoord is de eerste multiculturele hockeyclub van Nederland. In Rotterdam-Zuid komt alles bij elkaar, arm en rijk, allochtoon en autochtoon. 'Wij hebben zo'n grote maatschappelijke waarde.' Maar de toekomst is ongewis voor Feijenoord.

Eén blik zegt soms meer dan duizend woorden. Het is zaterdagochtend, iets voor half tien, als de meisjes van hockeyclub De IJssel uit Nieuwerkerk aan den IJssel het sportcomplex betreden van hockeyclub Feijenoord. De entree is dan ook wat ongewoon. Feijenoord is geen doorsnee hockeyclub.

Het veld ligt in een achterstandsbuurt in Rotterdam-Zuid, vlakbij de Essalam Moskee. De meisjes van De IJssel, stuk voor stuk voorzien van een paardestaart, monsteren zorgvuldig de omgeving, net als hun ouders. En wat ze zien, hebben ze nog nooit gezien, lijkt het. De parkeerplaats is een modderig terrein dat alleen opengaat als clubmanager Paul Veldhuijzen op de knop van een kastje drukt, het clubhuis is een veredelde bouwkeet en het materiaal ligt opgeslagen in een stalen container, die met stoeptegels recht wordt gehouden.

Evangelist
De verbazing op de gezichten van de meisjes van De IJssel E4 wordt er niet minder op als ze even later hun tegenstander inspecteren. Feijenoord E1 is een potpourri van nationaliteiten. Surinamers, Kaapverdianen, Turken, Marokkanen, Antilianen en autochtone Nederlanders kleuren de club. Ruim de helft van de tweehonderd leden is van niet-Nederlandse afkomst. Zestig leden worden gesponsord door het Jeugdsportfonds, een potje om kansarme kinderen te laten sporten.

Vier jaar geleden ontstond het idee voor hockeyclub Feijenoord. Paul Veldhuijzen (51), zelf ook hockeyer, wilde kinderen in achterstandwijken kennis laten maken met zijn sport. Met een kliko vol hockeysticks trok hij naar het Cruyff Court op het Afrikaanderplein, hartje Rotterdam-Zuid. Verbinden wilde hij. Want waarom was hockey er alleen voor blanke, welgestelde mensen? Hockey is er juist voor iedereen, vindt hij.

"Ik voel me soms net een evangelist", lacht Veldhuijzen, zittend op een bankje voor het enige speelveld. "Ik wil alle kinderen van 'Zuid' kennis laten maken met deze mooie sport." Veldhuijzen geniet van de verbouwereerde blikken van leden van bezoekende clubs. "Vorig jaar, toen we onze wedstrijden nog bij het Afrikaanderplein speelden, kwam er eens een ouder naar mij toe. Of zijn auto daar wel veilig stond? Ik zei: 'Ja, en je moet er nog voor betalen ook'", vertelt hij in onvervalst Rotterdams.

Paradepaardje van Rotterdam
Achter Veldhuijzen verzamelen zich de leden van Feijenoord. Opa Chris de Hoog (58) zit voorovergebogen in zijn puzzelboekje. Zijn kleindochter hockeyt ook bij Feijenoord. De Hoog, voormalig vrachtwagenchauffeur, heeft de naam van zijn kleindochter op de binnenkant van zijn onderarm laten tatoeëren: Elise-Jade. Zes jaar is ze nu. De Hoog woont al zijn hele leven in Rotterdam. Geboren in West, opgegroeid in Zuid. "Als klein kind ben ik hier komen wonen", zegt hij, zittend op een plastic stoeltje voor de kantine. "Zuid was geweldig. Het was hét paradepaardje van Rotterdam. Als je daar vroeger wilde wonen, moest je centjes hebben. Later is de boel verpauperd. De echte Rotterdammer bestaat niet meer. Die zijn een beetje uitgestorven. Zoals het vroeger was, wordt het nooit meer."

Beeld Maarten Hartman

De Hoog woont nu tussen Turken, Marokkanen en Surinamers. En hoewel hij daar vroeger nog wel eens moeite mee had, ziet hij dat het steeds beter gaat in Rotterdam-Zuid. "Kijk naar Elise-Jade", wijst hij naar zijn kleindochter, die met vriendinnetjes aan het bijkomen is van een hockeytraining. "Zij kijkt niet naar een kleurtje of geloof. De vooroordelen die ik soms nog wel heb, heeft zij niet. En zo zou het moeten zijn. Kijk, wij dachten in het begin ook: hockey, dat is toch geen sport voor ons? Ik heb mijn hele leven vechtsport gedaan. Maar nu denk ik: laat die kinderen lekker samen spelen. Ze hebben hier de tijd van hun leven. En ik kom elke thuiswedstrijd graag kijken."

Veldhuijzen geniet van de diversiteit binnen zijn vereniging. Het maakt Feijenoord tot een unieke plek, want er is geen hockeyclub met meer nationaliteiten in Nederland. Toch kleven er ook nadelen aan de mix van culturen, want niet elke bevolkingsgroep is het gewend vrijwilligerswerk te doen.

Marianne Dekker (25), verantwoordelijk voor 'alles wat op het veld gebeurt', probeert ouders actief te betrekken bij Feijenoord. "Het is niet zo dat ouders niet willen, maar ze kennen de verenigingscultuur gewoon niet", is haar ervaring. Maar ja, er moeten wel bardiensten worden gedraaid, teams spelen ook wel eens 'uit' (waar vervoer voor nodig is) en ook heeft elk team een elftalleider en trainer. Wie doet dat? Dekker organiseert regelmatig informatiebijeenkomsten voor ouders van (potentiële) leden. Ze doet dat aan de hand van een stripboekje. Daarin staat beschreven wat er allemaal bij komt kijken als een kind op hockey gaat. Er is een 'bitje' nodig, scheenbeschermers en speciale kunstgrasschoenen.

Benzine
Een kind kan ervoor kiezen alleen te trainen, of te trainen en competitie te spelen. En bij het laatste hoort dan tevens de verantwoordelijkheid dat ouders de kinderen af en toe naar uitwedstrijden rijden. Dat zorgt soms nog voor problemen, weet Veldhuijzen. "Het is wel eens gebeurd dat een ouder op het laatste moment toch niet kon rijden", herinnert hij zich. "Toen kregen we zijn auto tot onze beschikking. Wij blij, want dan konden we die kinderen in ieder geval naar hun wedstrijd brengen. Totdat bleek dat er geen benzine in de auto zat."

Veldhuijzen kan er nu wel om lachen, maar toen bezorgde het hem een hoop stress. "Sommige ouders hebben gewoon echt niets. Die schamen zich daar ook voor. Van sommige kinderen die hier nu sporten, weet ik dat ze vanavond weer een Turkse pizza moeten delen met een broertje of zusje."

Hans de Gooijer, secretaris van de club, vindt dat je niet moet weglopen voor de achterstandsproblematiek op Rotterdam-Zuid. Zijn kinderen: Noor, Casper en Felix, hockeyen ook bij Feijenoord. "En dat is een bewuste keuze geweest", zegt de inwoner van Katendrecht. "Zoals het ook een bewuste keuze was om ze naar school te laten gaan in de wijk waar wij wonen. Wij vinden als ouder dat je verankerd moet zijn met je omgeving. Dat is goed voor de kinderen. Hun vriendjes vertegenwoordigen diverse culturen. Daar leren ze alleen maar van. Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik met ouders uit verschillende culturen langs de kant sta. Ik zie het verschil niet meer."

Rennen en springen
Moeder Ruthline Hortencia knikt te midden van een groepje ouders instemmend bij die woorden. Haar dochter Redseley (8) hockeyt nu ruim twee jaar. Zij neemt het deze ochtend met de meisjes van Feijenoord E1 op tegen De IJssel E4. "Op school mocht ze invullen welke sport ze graag wilde proberen", vertelt Hortencia, met roots op Curaçao. "Redseley wilde graag hockeyen. Ik kende die sport niet echt. Ik wist de spelregels niet eens." Vervolgens, zachtjes lachend: "Ik ken de spelregels eigenlijk nog steeds niet allemaal." Maar wat geeft het? Redseley heeft het uitstekend naar haar zin bij Feijenoord. Hortencia: "Als ze maar kan rennen en springen." En de spelvreugde spat ervan af. Redseley rent van voor naar achter. Alsof ze bevrijd is.

Marianne Dekker kreeg laatst een bevreemdende reactie van een leider van de tegenpartij. "Hij zei: ik heb er nu drie op de bank zitten die niet meer durven spelen. Ik dacht: wat denk je dat die meisjes gaan doen? Ze gaan ze heus niet opeten, hoor. Maar ik snap die reactie wel. Wij komen als een bij elkaar geraapt zooitje aan, onze kleding is een chaos en uiteindelijk winnen we wel gewoon dik. Dat levert soms scheve gezichten op." Talent is er zeker bij Feijenoord. Dekker is bezig ervoor te zorgen dat coaches opgeleid worden, zodat kinderen straks deskundige begeleiding krijgen tijdens trainingen. De basis is in ieder geval goed. "Deze kinderen willen zó graag", ziet Dekker.

Bouwplannen
Hoewel het ledenbestand van Feijenoord alsmaar groeit en er inmiddels tweehonderd hockeyers van het enige speelveld gebruik maken, hangen er donkere wolken boven de club. Als hockeyclub Feijenoord op de huidige locatie aan de Laan van Zuid wil blijven, moeten er geen bouwplannen voor de locatie worden ontwikkeld. "Het terrein heeft meer dan een generatie braak gelegen en als wij hier zouden moeten vertrekken mag dat niet weer gebeuren", vindt Veldhuijzen. Een verhuizing naar sportcomplex Varkenoord, waar sprake van is, is eveneens onzeker. De gemeente Rotterdam zet bij de aanleg van nieuwe sportvelden namelijk in op multifunctionaliteit, maar voetbalbond UEFA ziet niets in het plan een voetbalveld te delen met hockeyers. "Op zich logisch", vindt Veldhuijzen. "Als een voetballer een sliding maakt op een hockeyveld, ligt hij meteen open. Dat werkt niet." Hockeybond KNHB keurt geen kunstgrasvoetbalveld goed voor het spelen van competitiewedstrijden; het gras is hoger en de bal rolt daardoor langzamer. Later dit jaar zal meer duidelijk worden voor Feijenoord.

Ook Dekker, afgestudeerd pedagoge, vreest voor de toekomst. In oktober hoort ze of ze haar baan behoudt bij Feijenoord, waar ze nu zes dagen per week te vinden is. "Wij hebben als club zo'n grote maatschappelijke waarde", benadrukt ze. "Als een kind niet op de training verschijnt, bel ik naar school om te vragen waar hij of zij is. Wie doet dat straks nog?" Over het antwoord op die vraag wil ze liever niet nadenken.

Ruthline Hortencia koestert het sociale en multiculturele karakter van de club. Want ook de ouders langs de kant mixen met elkaar. Samen schreeuwen ze Feijenoord E1 deze zaterdagochtend vooruit, terwijl het verkeer voorbijraast en treinen passeren. In de rust krijgen de meisjes vers fruit. En dat werkt. In de tweede helft komen de meisjes van Feijenoord pas echt op stoom. De IJssel wordt met een 6-0 nederlaag terug naar Nieuwerkerk aan den IJssel gestuurd. Redseley scoort zelfs één keer. En dat als verdediger. Juichend lopen de meisjes van Feijenoord het veld af, terwijl de blonde paardenstaartjes van De IJssel teleurgesteld afdruipen. Na afloop is er ranja. Voor iedereen. Want sommige dingen veranderen nooit in het hockey.

Verbinding was thema WK hockey in Den Haag

Johan Wakkie nam deze zomer afscheid als directeur van de Nederlandse hockeybond. Zijn laatste klus was het wereldkampioenschap hockey in Den Haag, begin juni, waar de Nederlandse hockeysters (goud) en hockeyers (zilver) succesvol waren. Onder het bewind van Wakkie groeide het ledenaantal van de hockeybond explosief. Voor het WK in 1998 in Utrecht waren er nog 125.000 hockeyers, nu zijn dat er ruim 240.000.

Wakkie stelde duidelijke doelen bij de twee WK's in Nederland. Op het WK in 1998 moest hockey uit de elitaire hoek getrokken worden, in 2014 was het thema verbinding. "We willen afrekenen met het feit dat we een witte sport zijn, die niets doet voor anderen", zei Wakkie tijdens zijn afscheidsinterview in deze krant.

Toen hem werd gevraagd waar hij na twintig arbeidsjaren bij de hockeybond het meeste genoegen uit putte, noemde hij hockeyclub Feijenoord, gelegen in zijn geboortestad Rotterdam. "Dat vind ik toch wel de mooiste overwinning", zei Wakkie eind mei. "Dan zie je dat je met weinig middelen veel kunt bereiken. Kinderen - vaak opgevoed door alleenstaande moeders - bloeien helemaal op door de inbreng van 250 euro uit het Jeugdsportfonds."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden