Hobbes: Burgervrede voor wolf beter dan rechtzinnige ethiek

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - De mens is gelijk een wolf in relatie tot de medemens. Uit het grote oeuvre van de Engelse filosoof en politieke denker Thomas Hobbes (1588-1679) is deze ene zin het bekendst, bekender dan de naam Hobbes. Het is de samenvatting van Hobbes' bijdrage aan het dagelijks denken van miljoenen in de (ooit) christelijke wereld. Homo homini lupus, daar helpt geen moedertje lief, geen kerk of on-kerkelijke ethiek aan.

Zoals dat gaat, kwam die ene zin niet eens voor in het debat over Hobbes, dat woensdagavond in de Amsterdamse Balie werd gehouden. Yves Charles Zarka (Frankrijk, Sorbonne) en Quentin Skinner (Engeland, Cambridge) zijn Hobbes-kènners en graven dieper.

De Brit en de Fransman hadden het dus over de verhouding tussen 'soeverein' en 'soevereiniteit' bij Hobbes, over het geweldsmonopolie van de Staat en Hobbes' rechtvaardiging ervoor, over het feit dat Hobbes als eerste theoreticus in Engeland de Staat in het hart van zijn betoog plaatste, enzovoort.

Een onderhoudende en leerzame avond. Beide heren verstonden de kunst niet alleen kenners maar ook leken gepassioneerd iets bij te brengen, de één zo Frans als de ander Brits was. En het aardige was dat de gewone man bleek geen oppervlakkige domoor te zijn door nou net dat ene wolvenzinnetje vast te houden. Het sombere mensbeeld van Hobbes is geen onbelangrijk zijlijntje in zijn denken, maar een hoofdzaak.

Yves Charles Zarka is donker en weldoorvoed, niet wars van brede armgebaren en heeft een hoofd vol zwarte krullen. Met zeer grote regelmaat stelde hij vast dat deze of gene idee absolument fondamentale is voor het denken van Hobbes en trouwens voor ons allen. Bij deze Zarka huilde de wolf toen hij uitlegde dat Hobbes als één van de eerste politieke denkers een antropologie van de gewone, normale, middelmatige mens onder zijn politieke theorie legde. Dat was een 'vondst', iets nieuws, en het trok een diepe voor tussen de klassieke en humanistische denkers enerzijds en Hobbes en zijn nakomelingen anderzijds.

Het individu van Hobbes is geen superman, geen held en geen wijze, maar een anti-held, bezeten van de wil zichzelf in stand te houden. Er is weinig verheffends aan het intermenselijke verkeer tussen deze lafhartige, zelfzuchtige tobbers: samen voeren ze een une comédie, une tragicomédie humaine op. Ze verscheuren elkaar zodra hun egoïstenharen overeind staan. Zarka's anti-héro is zijn naaste een wolf, tenzij een sterke staat hem dwingt zich fatsoenlijk te gedragen.

Schriel

Quentin Skinners verschijning - het leek wel afgesproken - stak zéér Angelsaksisch af bij die van zijn Latijnse tegenspeler. Schriel, lang en mager, met grauw-sluike haren boven geestig-twinkelende ogen, de rug krom boven een stapel boeken sprak Skinner in understatements. Over de betekenis van Hobbes - waar Zarka zo vol van blijft - kon hij kort zijn: In de anglofone, liberaal-utilitaristische traditie waarin Skinner als íédere Engelsman is opgegroeid, is die vraag domweg niet interessant. Hobbes' denken is zo grondig ingelijfd dat het meeste ervan al eeuwenlang gemeengoed om niet te zeggen gemeenplaats is.

Terwijl de Fransman blijft zoeken naar de 'essentie' van Hobbes en hoog opgeeft van de actualiteit van diens opvattingen, is de Brit in de weer met something completely different, namelijk de vraag waarom juist tóén een man als Hobbes dàt boek schreef. Het is de vraag naar de verklarende, historische context. In de eerste plaats de context van het hoogtepunt in Hobbes' werk, het baanbrekende Leviathan, waarmee de denker in één klap zowel het toekomstige liberalisme als het absolutisme een stevig filosofisch fundament gaf. Tussen de twee heren was niettemin nauwelijks strijd en veel respect. Samen bouwden ze in de Balie het spannende verhaal op van een groot en geestig denker.

Hobbes was, bijvoorbeeld, de man die de adel voorgoed uit uit het politieke denken in Europa wegschreef, terwijl hij op het moment van schrijven in dienst was van de Earl of Devonshire. Hij legde de Engelsen uit waarom ze zich zonder wroeging mochten neerleggen bij de onthoofding van de Engelse koning en de vervanging door een militaire dictatuur-in-wording: de burger mag en moet zelfs gehoorzamen aan (de wetten van) een gevestigd staatsgezag als dat zijn lijf en leden kan beschermen, stelde Hobbes. Als die bescherming een loze belofte blijkt, mag de burger zijn gehoorzaamheid aan de staat opzeggen.

Leviathan was de complete ondermijning van het gedachtegoed van de loyalisten die de Engelse koning trouw bleven. Hobbes schreef het boek in anderhalf jaar, in 1649-1651. Hij begon eraan een halfjaar nadat Karel I het hoofd op het blok had gelegd en hij schreef het boek in vrijwillige ballingschap in Parijs, waar hij voortdurend in gezelschap verkeerde van verjaagde aanhangers van de koning, ja zelfs van Karels zoon, aan wie hij wiskunde gaf.

Leviathan

Hobbes hoorde dus nergens bij en conformeerde zich nergens aan. Maar hoezeer ook geschreven door een outsider, Leviathan kan - zo maakten Skinner èn Zarka in de Balie duidelijk - niet los gezien worden van de toestand in West-Europa rond 1649 - Duitsland bijna doodgebloed in de Dertigjarige oorlog, Frankrijk verscheurd door de Fronde, Engeland op de drempel van de absolute heerschappij van een usurpator, Oliver Cromwell. De wereld stond op haar kop, anarchie en geweld waren dagelijkse kost en de mens liet zich niet voor het eerst en niet voor het laatst van zijn meest wolfse kant zien. Hobbes zocht een uitweg níét in theologische rechtzinnigheid, zoals zovele tijd- en landgenoten, maar in de gedachte dat burgervrede vóór alles gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden