Hitte in de stad? Groen helpt, beter nog dan water

In parken en in straten met groen voelen mensen zich op een hete zomerdag prettiger dan tussen warme stenen. Met het oog op klimaatverandering pleit landschapsarchitecte Wiebke Klemm voor meer en beter stadsgroen.

Hoeveel verkoeling levert een boom eigenlijk op? Een simpele vraag van de gemeente Den Haag, haar gesteld tijdens een eerder onderzoek naar klimaatadaptatie in de stad, was de trigger voor de Wageningse landschapsarchitecte Wiebke Klemm (36) om haar promotieonderzoek te wijden aan hittebestrijding in de stad.

Op een dag als vandaag kan de zomerse warmte de stad tot een onaangename broeikas maken. Kwetsbare groepen als ouderen, kleine kinderen en mensen met hartproblemen lijden het meest onder de stadse hitte. Maar ook 'gewone' burgers kunnen er flink last van hebben: slecht slapen, minder concentratie en prestatie. Klimaatverandering kan deze problemen nog verergeren, wanneer we met meer en langduriger hitteperiodes te maken krijgen.

Dat risico is ook de invalshoek van Klemms onderzoek. Haar promotietraject maakt deel uit van 'Kennis voor Klimaat', een onderzoeksprogramma waarin universiteiten, samen met gemeenten en bedrijfsleven kennis opbouwen en maatregelen bedenken voor een klimaatbestendige inrichting van stad en land.

Om een stad beter voor te bereiden op toekomstige hitte, moet je eerst weten hoe het daar nú voorstaat op warme zomerdagen. Meteorologen verzamelen daar gegevens over. Ze meten windrichting en -sterkte, luchtvochtigheid, lucht- en stralingstemperatuur (straling van zon, klinkers en gevels). En uit het samenspel tussen die elementen berekenen ze het zogenoemde thermisch comfort, een soort gevoelstemperatuur.

Klemm wilde weten hoe deze metingen uitpakken op straat, letterlijk op het leefniveau van mensen. Om daarachter te komen, trok ze met een bakfiets vol meetapparatuur de stad Utrecht in. "Met dit fietsende weerstation, ontworpen en op de fiets gemonteerd door de Wageningse meteoroloog Bert Heusinkveld, reden we door het centrum, door woonwijken, parken en een stukje buitengebied. In de parken bleek het gemiddeld 1 graad koeler te zijn dan in de bebouwing van de binnenstad. Ook de stralingstemperatuur lag er lager. We ontdekten dat straten zonder groen bij eenzelfde luchttemperatuur een beduidend hogere stralingstemperatuur hebben dan straten met groen. Waarom bomen zo'n geweldig effect hebben? Ze laten minder directe straling van de zon door en de straat straalt daardoor ook geen warmte terug."

Klemm en haar collega-onderzoekers fietsten met de brede bakfiets midden over straat, dus niet aan de zijkant onder de bomen door. "We ontdekten dat de schaduw van grote boomkruinen het meeste effect heeft. In straten met kleine bomen én voortuinen lag de stralingstemperatuur 2 graden lager dan in een straat zonder groen, terwijl in straten zonder voortuinen maar wel met grote bomen en dito kruinen de stralingstemperatuur wel 4 graden lager uitpakte. Stadsgroen zorgt dus echt voor koelte in de bebouwde omgeving." Dat wisten we toch al? "Ja, maar wij hebben het nu ook overtuigend bewezen, niet vanuit een weerstation, maar op straat, daar waar de mensen zijn."

Psychologische factoren

Leuk, maar de onderzoekster wilde meer te weten komen dan feitelijke meetgegevens. Hoe ervaren mensen warmte, en waar voelen ze zich het prettigst op een hete dag? Psychologische factoren dus, waarnaar meteorologen geen onderzoek doen. Daarvoor hield ze straatinterviews in Utrecht: 'u staat nu in deze straat, hoe aangenaam voelt u zich nu?'

"Het aardige van die gesprekken was dat ik merkte dat mensen zich meer bewust werden van hun eigen omgeving: 'oh, dus het maakt veel uit of hier een tegel ligt of gras?' Uit de straatgesprekken blijkt dat mensen zich het comfortabelst voelen in een straat met bomen en voortuinen, ook al is de stralingstemperatuur daar hoger dan in een straat met grote bomen maar zonder voortuinen. Alleen al het zien, de beleving van groen, maakt dus veel uit. Mensen voelen zich er prettiger door op hete zomerdagen en vinden de warmte draaglijker."

Ook een leuke ontdekking, vond Klemm, en interessant voor stedelijk ontwerpers, was dat mensen verschillend gebruik maken van de ruimte. "Ik vroeg of ze een voorkeur hebben voor een bepaalde kant van de straat. Ja, die hebben ze: 'ik loop zelf graag in de zon, maar met de hond of met een zware boodschappentas zoek ik de schaduw op'. Dat betekent dat je dus niet overál bomen hoeft te planten, maar juist moet proberen verschil aan te brengen, zodat mensen zelf kunnen kiezen. In parken zie dat ook terug. Ouderen weten precies waar ze moeten zijn, welke bank op welk moment van de dag in de schaduw ligt. En veel andere parkbezoekers hebben juist een voorkeur voor de rand van zon en schaduw. Dan kunnen ze afwisselen, in of juist uit de zon."

In Utrecht, Arnhem en Rotterdam heeft Klemm bewoners ook gevraagd naar welke plek in de stad zij het liefste toegaan om verkoeling te zoeken op een warme dag. "Per stad heb ik de gegevens gebundeld en dan springen de favorieten eruit. In Utrecht is dat het Wilhelminapark, maar liefst de helft van de ondervraagden vindt dat bij hitte de aangenaamste locatie. Park Sonsbeek en het Kralingse Bos eindigden in Arnhem en Rotterdam op de eerste plaats. Omgevingen met water scoorden ook hoog, maar niet zo hoog als groene, en een 'stenige' omgeving zoals een stadscentrum scoorde in alle drie steden het laagst."

Uit haar onderzoek heeft Klemm richtlijnen gedestilleerd voor landschapsarchitecten. De belangrijkste: behoud en onderhoud het groen in de stad en breid de bestaande groene ruimten uit. Ook pleit ze voor stadsgroen in wijken zonder privé-buitenruimtes en in wijken waar veel ouderen en jonge kinderen wonen, en adviseert ze bomen met grote kronen te planten in straten met veel zoninval.

Studenten in Wageningen zijn al aan de gang gegaan met stadsontwerpen volgens haar richtlijnen, evenals Aorta, het Architectuurcentrum van Utrecht. "Die link met de praktijk vind ik spannend. Ik wil niet alleen onderzoek doen maar mijn resultaten ook toetsen in concrete ontwerpen."

Wie is Wiebke Klemm

Wiebke Klemm (36) is in Dresden afgestudeerd als landschapsarchitecte. Ze was docent aan Wageningen University, onderzoekster bij het Planbureau van de Leefomgeving en werkte drie jaar bij het Haagse landschapsarchitectenbureau Bosch Slabbers. In opdracht van het ministerie van Vrom deed ze onderzoek naar klimaatadaptatie in de stad. In 2011 begon ze aan haar onderzoek naar het hittebestendig maken van steden, met het oog op klimaatverandering. Eind 2015 hoopt ze hierop te promoveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden