Historisch zuinig

Ook een historisch pand kan energiezuinig worden gemaakt. De restauratie van het 16de-eeuwse Paushuize moet een voorbeeld zijn van duurzame monumentenzorg.

De enige paus die Nederland ooit heeft voortgebracht, Adrianus VI, liet in 1517 in Utrecht een huis bouwen. Na Pasen begint de restauratie van dit statige Paushuize. De opdrachtgever heeft zijn fraaie huis nooit gezien, laat staan bewoond (zie kader).

Sinds de verhuizing in 1995 naar het provinciehuis in Rijnsweerd gebruikte de provincie Utrecht de fraaie zalen op de bel-etage van het Paushuize voor officiële ontvangsten door de commissaris van de koningin, burgemeestersbenoemingen en trouwerijen. De zalen en kamers op de andere etages dienden als vergaderruimten, sommige werden verhuurd. Na de verbouwing, die een jaar gaat duren en 4,2 miljoen euro kost, krijgt het gebouw deze functies weer terug.

Van de zolder tot de kelder wordt het pand straks onder handen genomen. Etage na etage laat Henk te Brake, projectleider namens de provincie Utrecht, zien wat er moet gebeuren, en hoe energiezuinig en milieubewust dat zal gaan. Te Brake: „Het NIBE, Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie, heeft onderzoek gedaan welke maatregelen de restauratie zo duurzaam mogelijk maken”, vertelt Te Brake, zelf bouwkundige. „Daarbij is natuurlijk belangrijk wat je wel en niet mag in een monumentaal pand. Waar mag je aankomen en waar moet je afblijven, de zogenaamde ’aanraakbaarheid’.

Zo heeft de dakconstructie een erg hoge monumentwaarde, alles dateert uit de eerste bouwfase. De originele houten spanten hier op zolder bijvoorbeeld, moeten blijven zoals ze zijn. De witgeverfde delen mogen wel worden schoongemaakt, maar alleen als dat op een milieuvriendelijke manier kan. Ook het dak, dat een beetje is doorgezakt, moet zo blijven. Het mag niet worden rechtgetrokken.”

Een leuk detail uit de tijd van de bouw van het Paushuize is de ’nummering’ van de spanten en balken op de zolder. Met een guts of beitel hebben de 16de eeuwse bouwlieden putjes gemaakt in het hout: de spant met zes putjes sluit aan op de balk met zes putjes, de spant met acht putjes op de balk met acht putjes enzovoorts, de hele zolder over. Nu kijk je nog door kieren in de houten zoldering tegen de onderkant van de dakpannen aan. Straks worden de dakpannen en panlatten verwijderd, en wordt er op het dakbeschot isolatie aangebracht, waarna de dakpannen weer worden teruggeplaatst, vertelt Te Brake.

„Twee ongebruikte zolderruimtes worden niet geïsoleerd, op de vloer na, om koude-uitstraling naar beneden toe te voorkomen. Dat worden aangrenzende onverwarmde ruimtes (AOR) genoemd. Die hebben een ’buffer’-functie tussen buiten en de verwarmde vertrekken binnen, en zijn te vergelijken met een onverwarmde serre of bijkeukens aan een woonhuis.”

In ruimten die niet langdurig in gebruik zijn, zoals de trappenhuizen, wc’s en garderobes, wordt de temperatuur laag gehouden en dus het energieverbruik gereduceerd: bij vijftien graden kun je ook nog best een plasje doen, moet de gedachte zijn. Verder is de verlichting energiezuinig door daglichtsensoren en aanwezigheids-detectie, er komen energiezuinige liften, waterbesparende toiletten, een energiezuinig ventilatiesysteem op basis van CO2-detectie en verwijderbare tochtstrippen als kierafdichting.

De sponningen van de ramen van het Paushuize zijn niet overal geschikt voor dubbele beglazing. Daarom is gekozen voor voorzetramen, die aan de binnenkant worden aangebracht. In de kelder komen aan de binnenkant luiken voor de ramen en dikke gordijnen.

Onder de vloer van de Spiegelzaal wordt een schelpenbed aangebracht op het zand; dat is een goede isolatie en werkt tevens als vochtbuffer. „Als wij alle door het NIBE voorgestelde duurzaamheidsmaatregelen daadwerkelijk uitvoeren, en dat zijn we van plan, dan komen we uit op een energielabel van A+. Een geweldig hoge score voor een monument”, zegt Te Brake met gepaste trots.

Op de bel-etage wachten de grootste verrassingen van de rondleiding. Bij het bouwkundig onderzoek zijn onder meer antieke, bewerkte radiatoren ontdekt. Tijdens de restauratie wordt de omkasting van die radiatoren weggehaald, zodat ze hun warmte ongestoord kunnen uitstralen, en weer zichtbaar worden.

We betreden de Spiegelzaal. De vele enorm grote spiegels, waaraan de zaal zijn huidige naam te danken heeft, zijn van de wanden verwijderd, op de korte kanten na. Wat er achter vandaan kwam, is verbijsterend. De spiegels blijken te zijn aangebracht over oude muurschilderingen heen, en dat is niet bepaald behoedzaam gebeurd.

Kennelijk had men begin vorige eeuw nog weinig cultuurhistorisch benul: letterlijk dwars door de muurschilderingen heen zijn spijkers geslagen om de latten vast te timmeren waarop vervolgens de wandbespanning en de spiegels werden bevestigd.

Enkele muurschilderingen zijn werkelijk op cultuurbarbaarse wijze onder handen genomen: om in de muur een elektriciteitskabel voor een lamp te kunnen aanbrengen, is gewoon een deel van de schildering weggehakt en later met cement weer dichtgesmeerd. Alle muurschilderingen worden tijdens de restauratie blootgelegd en in oude glorie hersteld. Na de verbouwing zal de zaal dan ook niet meer Spiegelzaal heten, maar zijn oude naam terugkrijgen: Statenzaal.

De kroonluchters van de Spiegelzaal en de schilderijen die vroeger in de ontvangstkamers hingen, zijn teruggevonden en komen weer op hun oude plaats te hangen. Als de restauratie van het Paushuize is voltooid, zullen de wanden van de Adrianussalon opnieuw worden gesierd met geschilderde portretten van de paus voor wie dit huis ooit werd gebouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden