Historisch Paars

Hoe het CDA voor het eerst in tachtig jaar niet meeregeerde, dankzij een struikelende voorman

Koningin Beatrix deed een opvallende zet in het formatieproces, nadat in de zomer van 1994 de eerste poging om een paars kabinet tot stand te brengen was mislukt. Ze benoemde PvdA-leider Wim Kok tot informateur. Hij moest onderzoeken welke coalitie op een vruchtbare samenwerking met het parlement kon rekenen. Daarmee had hij in feite de vrije hand.

Koks voorkeur ging uit naar een kabinet van zijn partij met het CDA en D66 - hij had als minister van financiën ruim vier jaar goed samengewerkt met de christen-democraten; D66 was nodig voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar door de opstelling van CDA-leider Elco Brinkman kwam dat kabinet er niet. Die eiste zware bezuinigingen op de sociale zekerheid, in de wetenschap dat dat voor de PvdA onaanvaardbaar was; Brinkman wilde het liefst in zee met de VVD. Bij de sociaal-democraten overheerste de opvatting dat het CDA bezig was met PvdA pesten. Kok besloot tot zijn tweede optie: een coalitie van PvdA, VVD en D66. Dat paarse kabinet kwam er dus toch.

In haar lezenswaardige boek 'Een doodgewoon kabinet - Acht jaar Paars 1994-2002' noemt de politicologe en bestuurskundige Klaartje Peters de opstelling van de CDA-leider 'doorslaggevend'. Ze heeft het over 'een struikelende Elco Brinkman die zichzelf en zijn CDA alsnog de das omdoet'. De partij verdween voor acht jaar in de oppositie waar ze amper potten kon breken.

Een tweede factor was D66-leider Hans van Mierlo die al jaren van een paarse coalitie droomde en wiens partij door de verkiezingsuitslag in 1994 een sleutelpositie innam - zonder D66 was er in feite geen meerderheidskabinet mogelijk. En Van Mierlo wilde noch centrum-links noch centrum-rechts, hij wilde slechts Paars en kreeg het ook.

Peters beschrijft de acht jaar Paars met kennis van zaken, goed politiek inzicht, eigen ervaringen (ze was jarenlang secretaris van de D66-fractie) en op grond van gesprekken met vrijwel alle hoofdrolspelers, inclusief Wim Kok; helaas heeft ze niet de in 2010 overleden Hans van Mierlo kunnen spreken. Spectaculaire onthullingen zijn er niet, maar de auteur geeft wel een prima inkijk in het reilen en zeilen van de twee kabinetten, en het treurige einde met de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn.

De titel van haar boek ontleent ze aan een opmerking van Kok die van mening was dat zijn kabinetten niet zo uitzonderlijk waren. Het was natuurlijk wel historisch dat er na tachtig jaar een regering zonder christen-democraten kwam, maar van triomfalisme wilde de minister-president niets weten.

Van paarse invloeden was de eerste vier jaar ook niet zoveel te merken, de coalitie leek wel een voortzetting van het vorige kabinet-Lubbers van CDA en PvdA. Pas in de tweede periode, van 1998 tot 2002, kwamen er maatregelen die in een kabinet met de christen-democraten onmogelijk waren geweest, zoals openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homo's, en een wettelijke regeling voor euthanasie, met de beruchte opmerking van minister Els Borst: "Het is volbracht." Het opmerkelijke was dat het veelal onderwerpen waren die D66 na aan het hart lagen terwijl deze partij rekenkundig niet meer nodig was voor een meerderheid in het parlement. Maar zowel PvdA als de VVD wilde de Democraten erbij houden om te voorkomen dat ze in de oppositie alleen maar zouden groeien in de kiezersgunst.

Peters heeft niet alleen oog voor de zware beleidsonderwerpen. Uitgebreid gaat ze in op de sfeer in de coalitie die vooral de eerste vier jaar buitengewoon goed was. Dat lag niet in de laatste plaats aan mensen als Hans Dijkstal en Hans Wijers, innemende persoonlijkheden die met een grap of goedgeplaatste opmerking de lachers op hun hand kregen dan wel een uitweg wisten te vinden in een moeilijke discussie. Ook Gerrit Zalm kon ontwapenend zijn.

Het boek kent wat onevenwichtigheden. Peters besteedt wel heel veel aandacht aan de formatie van het eerste paarse kabinet, de lezer wordt geen detail bespaard - dat belemmert soms het zicht op de grote lijn. Minpunt is ook het gebruik van citaten van de vele betrokkenen die Peters heeft gesproken. Dat ze aan het woord komen is natuurlijk prima, dat is juist een van de verdiensten van het boek, het maakt het levendig. Maar de auteur weet niet altijd maat te houden, sommige citaten beslaan hele alinea's. Dat laat allemaal onverlet dat dit een waardevol boek is voor de politieke geschiedschrijving.

Het PvdA-Kamerlid Maarten van Traa was in het eerste kabinet-Kok graag minister geweest, en bij voorkeur van buitenlandse zaken. Maar ja, die post was voor zijn vriend Van Mierlo, dat begreep hij ook wel. Na een paar jaar vroeg hij belet bij de premier met de vraag of

er misschien plaats was in een volgend kabinet. Hij kwam sip thuis, herinnert zijn vrouw Andrée van Es zich. Kok had niks kunnen beloven. Buitenlandse Zaken zat er sowieso niet in, misschien Justitie, maar dan moest alles wel meezitten.

Het verhaal staat in de buitengemeen boeiende biografie van Van Traa, geschreven door de jurist Willem van Bennekom. Van een ministerschap is het nooit gekomen: Van Traa verongelukte op een herfstavond in 1997 op de ring van Amsterdam, vlakbij zijn woning, op weg naar een spreekbeurt.

Zijn plotselinge dood bracht een schok teweeg, niet alleen bij zijn familie, vrienden, en collega's, maar in heel Nederland. Van Traa was een zeer gewaardeerd politicus, en een bekende Nederlander geworden door het voorzitterschap van de IRT-enquête: weken achtereen was hij op de buis te zien terwijl hij doordringend, maar ook met humor, juristen, Kamerleden, ministers en rechercheurs ondervroeg.

Of een gewoon Kamerlid wel zo'n vuistdikke biografie (bijna zeshonderd bladzijden) waard is, dat kun je je afvragen. Het antwoord is volmondig ja, zeker gezien de aanpak en schrijfwijze van de auteur. Van Bennekom weet het leven en werk van Van Traa perfect in hun context te plaats, zowel toen hij in de jaren zeventig journalist was (hij liep volgens collega's niet over van talent), als in zijn hoedanigheid van internationaal secretaris van de PvdA, en als Kamerlid.

Het boek beschrijft dan ook niet alleen het leven van een politicus, maar ook de geschiedenis van de PvdA en die van de sociaal-democratie in het algemeen. Alle denkbare onderwerpen komen aan bod, van de plaatsing van kruisraketten (Van Traa speelde een sleutelrol bij het nee van zijn partij) tot de opvang en rechten van asielzoekers en de vraag of de PvdA in zee moest gaan met de VVD - het Kamerlid was daar geen enthousiast voorstander van.

Van Traa moest in zijn politieke bestaan diverse malen een nederlaag incasseren - als je de portefeuille buitenlandse zaken hebt, ben je nogal makkelijk de pispaal, want iedereen heeft daar een mening over. En de PvdA staat er sowieso om berucht dat er voortdurend aan vele stoelpoten wordt gezaagd. Maar hij bleef overeind. Van Traa was een vertrouweling van Joop den Uyl die op buitenlands gebied bijna blind op hem voer.

De PvdA'er, opgegroeid in een Leids professorenmilieu, had voor een biograaf ook een interessant en niet alledaags privéleven. Hij was de veertig al gepasseerd toen hij hoorde dat zijn vader niet zijn biologische vader was - hij was verwekt door een vriend van het gezin met wie zijn moeder een langdurige relatie had. Maarten had tot diens dood een uitstekend contact met hem. Van Bennekom beschrijft het gevoelig en geserreerd. Dat doet hij ook als hij de relatie beschrijft met Andrée van Es, Kamerlid van GroenLinks, en de grote liefde van Van Traa.

Het boek is meeslepend geschreven, het kost moeite om het weg te leggen, Van Bennekom heeft een mooie pen. Maar af en toe slaat zijn fantasie op hol, bijvoorbeeld als hij, in de laatste alinea van het boek, zich probeert in te denken aan welke politieke tegenstanders en vrienden Van Traa in de laatste seconde van zijn leven heeft gedacht, pal voor het moment dat zijn Citroën BX zich in de file vóór hem boorde.

Overigens schrijft de auteur stellig dat er geen enkele aanleiding is te veronderstellen dat er met de auto geknoeid was. Direct na het ongeluk doken er wel complottheorieën op: Van Traa zou door de uitkomst van de IRT-enquête in criminele kringen de gebeten hond zijn.

Van Bennekom onthult wel dat Van Traa op de dag van zijn dood een verslag uitwerkte van 'een hoogst verontrustend gesprek' dat hij had met een hoge magistraat over losse eindjes in de IRT-affaire. Die magistraat zou hem hebben gesterkt in zijn vermoeden dat zijn commissie slechts het topje van de ijsberg had gezien. Maar Van Traa's auto was technisch in goede staat, zo bleek uit onderzoek. Van 'een moord op afstand' was absoluut geen sprake.

Klaartje Peters: Een doodgewoon kabinet. Acht jaar Paars 1994-2002 Boom; 320 blz. euro 19,90

Willem van Bennekom: De jaren van Maarten van Traa Verschijnt maandag. Boom; 592 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden