Historie van de 'Papoese eilanden'

'Papoea, een geschiedenis', hoe simpel de vondst ook lijkt, het werk van Dirk Vlasblom had geen betere titel kunnen krijgen. Het is een en niet de geschiedenis, omdat de schrijver zich goed bewust is van het subjectieve in de bronnen en in zijn eigen blik. Hij schreef een geschiedenis van de 'Papoea's', van het gebied 'Papoea', van de 'Papoeanatie' én een geschiedenis van de waarneming door buitenstaanders, die het stempel 'Papoea' verzonnen voor een waaier aan volken, talen en culturen.

Het verzinnen van de titel moet een feest zijn geweest. Het woord 'Papoea' staat bol van de betekenissen, en dat weet Dirk Vlasblom (antropoloog en correspondent in Indonesië voor NRC Handelsblad) als geen ander. 'Papoea' kan een gebiedsaanduiding zijn. Wat Nederland ooit Westelijk Nieuw-Guinea noemde, heet sinds 2000 eenvoudig 'Papoea', onderdeel van de Indonesische Republiek. Het buurland aan de oostelijke kant van het eiland heet 'Papoea Nieuw-Guinea'.

Het woord 'Papoea' kan ook op de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Guinea slaan. De Portugese gouverneur van het Molukse eiland Ternate pikte begin 16de eeuw de woorden 'sup-i-papwa'

('land onder de zonsondergang') op: de benaming van de Biakkerstam voor een reeks eilanden voor de kust van Westelijk Nieuw-Guinea. De Portugees plakte die naam in 1526 op de hele archipel: de 'Ilhas dos Papuas'. De Hollanders maakten er 'Papoese eilanden' van.

De Spanjaarden verzonnen 'Nova Guinea' omdat de bewoners in hun ogen zo op de negers van het Afrikaanse slavenland Guinee leken. Wat het land betreft beklijfde de naam 'Nieuw-Guinea' beter dan 'Papoese eilanden'. De bewoners, een waaier aan stammen met zeer uiteenlopende culturen en meer dan driehonderd talen, werden voor westerlingen al snel allemaal 'Papoea'.

Pas in de 20ste eeuw werd de benaming 'Papoea' door de autochtone bevolking overgenomen, als geuzennaam en als een etiket voor het streven naar nationale eenheid en naar een onafhankelijkheid die niet zou komen.

De benaming 'Nieuw-Guinea' bleef voor de eilandengroep als geheel in het Westen de gangbare. Veel Nederlanders noemen het gebied nog steeds 'voormalig Nederlands Nieuw-Guinea'. Maar Indonesië – dat in 1963 het gebied overnam – vond 'Nieuw-Guinea' te koloniaal klinken. De nieuwe heersers voerden de benaming 'West-Irian' in; 'irian' is Biaks voor 'oprijzend'.

Generaal Soeharto (van 1966 tot 1997 aan de macht in Indonesië) maakte er bij een bezoek in 1973 'Irian Jaya' van, 'Glorieus Irian'. Die naam werd op 31 december 1999 door de latere president en arabist Adurrahman Wahid vervangen door het huidige 'Papoea'. 'Irian' betekent 'naakt' in het Arabisch en werd daarom als vernederend voor de bevolking gezien.

'Land onder de zonsondergang', 'oprijzend', 'glorieus', 'naakt', what's in a name. Het woord 'Papoea' bevat in zichzelf al een hele geschiedenis, al is het een hele toer om die boven tafel te krijgen. Van de periode vóór de komst van de westerse avonturiers zijn slechts een paar schetsen over: de orale cultuur van de tientallen stammen liet weinig sporen na die door ons westerlingen 'gelezen' kunnen worden.

Pas bij aanvang van de koloniale periode, vanaf ongeveer 1600, wordt de geschiedenis van land en bevolking op schrift gesteld, en dan moet men zich daar voor de eerste eeuwen niet te veel van voorstellen. De bevolking werd door dienaren van de Hollandse Verenigde Oost-Indische Compagnie als 'puur wild, boos en naeckt' beschouwd, en ook als zeer schuw. Commandeur Jan Carstensz kreeg er 'met geen finesse' een te pakken, ook niet met de valstrikken die voor dat doel in de jungle in stelling werden gebracht.

Als er een structureler contact met de bevolking groeit worden ook de beschrijvingen beter. Hilarischer soms ook, door de botsing der culturen. ,,Na de kennismaking beklimmen we de heuvel waarop de bestuurspost staat”, schrijft de Nederlandse 'controleur' Vic de Bruijn in 1939. ,,De Bergpapoea's langs het pad tikken opgewonden op hun peniskokers. Van zo'n vijftig man is dat een heel geroffel.” Zulke opmerkingen van licht verbaasde Europeanen, die met westerse blik de Papoea de maat nemen, zijn er legio in het boek.

Vanaf het einde van de 19de eeuw wordt er gepoogd de Papoea te begrijpen vanuit zijn eigen culturele achtergrond. De Nederlandse koloniale overheid, de missie en de zending zetten volkenkundigen aan het werk. Langzaamaan ontstaat er zo een beeld van de complexiteit van de eilandculturen, van het belang van het adat-recht, de plaats van religie, van plaatselijke machtsstructuren en economieën. En van subtielere maatschappelijke mechanismen, zoals de schaamtecultuur en het (in westerse ogen) gebrek aan kleding.

Een Indonesische onderwijzer hield een groep Papoea's eens voor: driehonderd jaar kolonisatie door Nederland, en nog steeds lopen jullie in je blootje! Waarop droog het ontwapenende antwoord kwam: wij zijn niet bloot, wij dragen een peniskoker. Een waar woord, tekenend voor de culturele trots van de Papoea, die zich – een eeuw christelijk onderwijs ten spijt – geen westerse schaamte liet aanpraten.

Het is de grote verdienste van Dirk Vlasblom dat 'de' Papoea in dit boek zo goed uit de verf komt. Vlasblom kent als antropoloog de valkuilen van het volkenkundig onderzoek en heeft als journalist een neus voor rake typeringen, citaten en andere (geschreven) beelden. Ook weet hij door uitputtend onderzoek in de beschikbare bronnen hoe glad het ijs is waarop de geschiedschrijver van Papoea zich waagt. De even voorzichtige als krachtige ondertitel ('een geschiedenis') is even sterk als de titel zelf. In plaats van een 'De Geschiedenis' te willen schrijven, laat hij zien hoe de Papoea door de eeuwen heen in tekst benaderd is. Door overheidsdocumenten, scheepsverslagen, studies van missionarissen en dergelijke te laten spreken, laat Vlasblom zien hoe een volk een geschiedenis 'krijgt'.

Vervolgens voegt hij er een belangrijke hoeveelheid oral history aan toe, uit de mond opgetekende verhalen die de officiële teksten aanvullen en corrigeren. Als journalist had Vlasblom toegang tot tientallen hoofd-en bijrolspelers uit de recente geschiedenis, en tot mensen die nog een schakel zijn in de orale cultuur, dragers van verhalen die soms al eeuwen zijn overgedragen.

Zo ontstaat een beeld dat steunt op een fundament van lokale geschiedenissen. 'De geschiedenis' en 'het individu' versterken elkaar in het verhaal op een mooie manier. Door hoor-en wederhoor tussen verschillende betrokkenen komt de historische nuance vrij. Conclusies kan de lezer vervolgens zelf trekken.

Nu is in de recente geschiedenis de invloed van allerlei historische gebeurtenissen op (de) Papoea indrukwekkend. Golf na golf spoelden de grote gebeurtenissen over een cultureel systeem dat daarvoor zo lang geen buitenwereld kende. Aanvankelijk leek er met de komst van blanke kolonialisten nog niet zo heel veel te veranderen: die bleven aan de kust en kregen geen greep op de stammen in het ontoegankelijke binnenland. Missie en zending drongen soms door tot afgesloten streken, maar moesten soms ook weer verdwijnen, zodat tot 1900 van blijvende invloed nauwelijks sprake was.

Maar vanaf de Eerste Wereldoorlogwordt het menens tussen de geschiedenis en (de) Papoea. Het bestuur greep steeds vaker in bij binnenlandse oorlogen die hun oorsprong vonden in voor Europeanen onbegrijpelijke geschillen. Berichten over het koppensnellen en andere bloedige details droegen bij aan een roep om een 'beschavingsoffensief'.

In de Tweede Wereldoorlog werd Nieuw-Guinea in 1942 door de Japanners bezet om later, na een bijzonder zwaar offensief, te dienen als hoofdkwartier voor generaal Douglas MacArthur. Het geallieerde offensief met al het moderne wapentuig liet een onvergetelijke indruk achter. Een van Vlasbloms informanten zegt bijvoorbeeld: ,,Ik was op zee aan het vissen met een vriend, toen er plotseling een geweldig grote vis uit het water opdook. In de bovenkant van het beest ging een luik open en iemand riep naar ons. Het bleek een onderzeeër te zijn die op zoek was naar vermiste Amerikaanse piloten.”

Ook uit andere getuigenverslagen stijgt de geur van verwarring op. De plots intredende moderniteit werd deels begrepen en overgenomen, maar deels ook niet. Soms liep het treurig af. Opstandelingenleider Pasai, bijvoorbeeld, ondernam in 1943 een aanval op een Japanse post. Vanwege zijn oude geloof had hij zich een flesje 'onkwetsbaarheidswater' om de hals gehangen. Vanwege zijn geloof in Christus had hij het Nieuwe Testament op zijn voorhoofd gebonden. En zo ondernam hij een stormloop en liep het geweervuur tegemoet.

Na de oorlog werd Nieuw-Guinea opnieuw wereldwijd onder de loep genomen toen de 'kwestie-Nieuw-Guinea' speelde. Nederland nam in 1949 afscheid van Indonesië, de 'Gordel van Smaragd', maar wilde om verschillende redenen vasthouden aan Nederlands Nieuw-Guinea.

De 'kwestie' is in de Nederlandse literatuur uitvoerig bestudeerd, waarbij vooral de diplomatieke en psychologische kant van de zaak de nodige aandacht kreeg.

Vanaf Arend Lijpharts studie naar het 'trauma van de dekolonisatie' in 1966 wordt er gezocht naar een verklaring voor het lange Nederlandse vasthouden aan de 'Gordel van moeras die zich slingert om een barre rots', zoals een Nederlands diplomaat ooit sneerde. Was het pure realpolitik, een gretig vasthouden aan een economisch steunpunt in 'de oost'? Was het psychologische onwil om Soekarno, na het 'verlies' van Nederlands-Indië, nogmaals ter wille te zijn? Of was er een werkelijke behoefte de bevolking van Papoea bij te staan in haar pogingen aan te haken bij de vaart der volkeren?

Vlasbloms boek is bij het beantwoorden van die vragen zeer behulpzaam. Wat er ook op politiek niveau aan de hand geweest moge zijn, een zekere mate van wederzijds begrip, respect en als authentiek ervaren vriendschap tussen Nederlanders en Papoea's kan de toenmalige spelers niet ontzegd worden.

Met dat begrip en dat respect kon Vlasblom als Nederlandse onderzoeker zijn voordeel doen. Als blijk van dank kreeg Papoea er een begripvol en respectvol geschiedwerk voor terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden