Historie doping in Tour de France

Al eind jaren vijftig was er sprake van doping in de Ronde van Frankrijk. Enkele jaren later kwamen de eerste controles en dus ook positieve renners. Een overzicht.

1959: De Franse douane neemt pillen in beslag die bestemd waren voor de tweevoudig winnaar van het bergklassement, de Luxemburger Charly Gaul. Het gaat om prestatiebevorderende middelen. De Tourartsen eisen dan al dopingcontroles.

1960: Tourarts Pierre Dumas ontdekt hoe de Italiaanse kampioen Gastone Nenzini zich in een hotel mannelijke hormonen toedient.

1962: Favorieten Nenzini en Hans Junkermann (Dui) stappen uit de Tour. Officieel wegens voedselvergiftiging. Dokters denken dat het echter morfine geweest zou kunnen zijn.

1966: Eerste officiële dopingcontrole op 28 juni in de Tour. Op 5 juli volgt tweede controle. Vijf renners reageren positief.

1967: Op vrijdag 13 juli valt de Engelsman Tommy Simpson dood neer op de flanken van de Mont Ventoux. In de zakken van zijn rennerstrui worden amfetamines gevonden.

1977: Vier renners worden bij dopingcontroles positief bevonden. Het zijn de Spanjaarden Menendez en Pozo, de Portugees Agostinho en Joop Zoetemelk. Zoetemelk wordt betrapt in de klimtijdrit naar Avoriaz, die hij winnend afsluit. Zoetemelk wordt teruggezet in de uitslag, krijgt tijdstraf en zal uiteindelijk als achtste op bijna twintig minuten van winnaar Thevenet in Parijs arriveren.

1978: Geletruidrager Michel Pollentier fraudeert bij de dopingcontrole. Dankzij de truc met de peer levert hij vreemde urine af. Hij wordt uitgesloten van verdere deelneming.

1979: De Italiaan Giovanni Battaglin wordt positief bevonden na de derde etappe. Zoetemelk finisht op de Champs Elysées met Tourwinnaar Hinault, met ruim twee minuten voorsprong op het peloton. Opnieuw is er iets mis met de urine van Zoetemelk. Ondanks de tijdstraf (tien minuten) blijft hij tweede in het eindklassement.

1980: Vijfvoudig winnaar Bernard Hinault geeft op met knieproblemen, terwijl hij in de gele trui rijdt. Dokter Miserez vermoedt het gebruik van cortisonen. De Duitser Thurau wordt na zijn derde positieve dopingcontrole in het seizoen uit de Tour gezet.

1987: Thurau beëindigt voortijdig zijn derde Tour. Hij wordt verdacht van anabolicagebruik. Guido Bontempi wordt de etappewinst in Troyes ontnomen. De Italiaanse rassprinter heeft geslikt.

1988: Pedro Delgado wordt ervan beschuldigd het maskerende middel probenicide te hebben gebruikt. Het product staat wel op de lijst van het IOC maar niet op die van de UCI. Delgado mag verder rijden en wint de Tour. Twee weken later zet de UCI het middel op de zwarte lijst.

1991: De volledige PDM-ploeg stapt wegens voedselvergiftiging uit de Tour. Later wordt bekend dat het gaat om een vergiftiging als gevolg van verkeerd gebruik van intralipid, een maskerend middel.

1997: De Oezbeek Abdoesjaparov wordt betrapt op het gebruik van clenbuterol en bromantan. De sprinter wordt uit de Tour gezet. Voordien was hij al verschillende keren betrapt, maar toen kwam hij er telkens met een waarschuwing vanaf.

1998: De volledige Festina-ploeg wordt uit de Tour gezet na de bekentenis van ploegleider Roussel dat zijn ploeg een georganiseerd netwerk op poten heeft gezet om hun renners van doping te voorzien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden