Historicus Coen Hilbrink: 'Einthoven had reputatie van een fascistische gezindheid'

ENSCHEDE - Mr. Louis Einthoven, van 1946 tot 1961 de Nederlandse contra-spionagechef, heeft nooit bekend gestaan als een uitgesproken tegenstander van nazi-Duitsland. “Dat hij op een namenlijst van de Gestapo blijkt voor te komen, bevestigt die houding”, zei historicus dr. Coen Hilbrink gisteren. “Hij had de reputatie van een fascistische gezindheid.”

HUIB GOUDRIAAN

Hilbrink heeft veel gepubliceerd over het voormalig verzet en de houding van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog. Met Riod-medewerker dr. Gerard Aalders publiceerde hij vorig jaar De affaire Sanders, waarin Einthoven schetsmatig wordt beschreven. Hilbrink meent dat de gisteren in Trouw gepubliceerde, deels tot dusver onbekende gegevens over de pro-Duitse houding van sommige politiechefs en topambtenaren in de jaren dertig, passen in een tijdsbeeld: fel anti-communisme, waarbij soms 'marxistisch en Joods' onder één noemer vielen.

Ook de door professor dr. G. van Roon in Berlijn ontdekte lijst van de Gestapo, de Duitse geheime politie, met namen van politiechefs op wie Duitse troepen in 1939 een beroep konden doen, past in die context. “Einthoven in Rotterdam, Broekhoff in Amsterdam, Van der Wal in Enschede, zij waren 'grenscommissarissen' die van nut konden zijn voor de Duitsers. Zo konden ze namen geven van Duitse vluchtelingen van het nationaal-socialisme. Dat Einthoven op dat lijstje staat, hoeft niet te betekenen dat hij nazi-spion was. Wél bewijst het dat hij geenszins afwijzend stond tegenover medewerking met de nazi's tegen hun politieke tegenstanders.”

Gerard Aalders en Hilbrink beschrijven in hun boek onder meer de rol van Einthoven - in 1946 directeur van Bureau Nationale Veiligheid (BNV), later BVD-chef - bij het wegwerken van de BNV-prominent en oud-verzetsman Willem Evert Sanders. Hilbrink leerde uit onderzoek dat dezelfde politiefunctionarissen die communisten voor de bezetters arresteerden, soms ook Joden hielpen door hen te waarschuwen.

“Bij de gevestigde orde heerste in de jaren dertig en tijdens de bezetting een angst voor rood, voor marxisme, en de politie was verdediger van die gevestigde orde. Daaruit is wellicht te verklaren dat de politiecommissaris in Enschede, Tjeerd van der Wal, in 25 juni 1941 meewerkte aan het ophalen van communistische gemeenteraadsleden uit Overijssel en op 14 september van zo'n honderd Joden. Anderzijds wilde Van der Wal eind 1942 mensen die de arbeidsdienst weigerden, niet laten arresteren. Hij kreeg na enkele weken cel ontslag.”

Hilbrink ziet drie categorieën politie: “De notoir fouten, zeg maar de Jodenjagers; de goeden, die het verzet steunden; en de grote grijze massa. Tot de laatste categorie behoorden de meeste Nederlanders. Veel van wat nu wordt gepubliceerd, was bekend, maar kennelijk nog geen gemeengoed. Het is goed dat door de publicaties het valse beeld van een heldhaftig tegen de bezetter strijdend Nederland omver valt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden