Historicus Carlo Ginzburg houdt niet van preken

De jaarlijkse Nexus-lezing is dit keer gehouden door de bekende Italiaanse historicus Carlo Ginzburg. Maar al was de door hem opgediepte geschiedenis van de zeventiende-eeuwse Zwitserse wijnboer en VOC'er Jean Pierre Pury op zich interessant, of hiermee, zoals de bedoeling was, 'een plaatselijke benadering van de globalisatie' werd gegeven is de vraag.

Samuel de Lange

De Italiaanse, aan de Franse Annalesschool verwante, historicus Carlo Ginzburg heeft de goegemeente verblijd met een reeks boeken over buitenbeentjes, die een verhelderend licht werpen op de zogenaamde mentaliteitsgeschiedenis.

Ginzburg is vooral geïnteresseerd in verschuivingen op lange termijn, en daarom heeft tot nu toe de rand van de nieuwe en de oude tijd, de zestiende eeuw, zijn bijzondere aandacht gekregen. Van zijn studies over zonderlingen en heksen heeft 'De kaas en de wormen' (1976), het proces tegen een Italiaanse boerenketter, ook in Nederland succes gehad buiten de kring van onmiddellijk geïnteresseerden.

Altijd is Ginzburg op zoek naar 'lekken' in een tekst die de verborgen agenda van de tijd tonen, waar de schrijver zich misschien maar amper van bewust was. Zijn interesse in voorbeeldige zonderlingen heeft hem nu op het spoor gezet van een zeventiende-eeuwse wijnboer uit het Zwitserse Neuchâtel die, de Bijbel in de hand, in woord en daad de onderwerping van de aarde aan de beschaafde volkeren verkondigde.

In de Katholieke Universiteit Brabant stond deze Jean Pierre Pury (1675-1736) afgelopen vrijdag model voor maar liefst kolonisatie én globalisatie. Dat laatste waarschijnlijk op aandringen van de organiserende denktank Nexus die, behalve geleerd, ook graag bij-de-tijds uit de hoek komt. Ginzburg deed in Tilburg verslag van de omzwervingen van Pury langs Afrika, Azië en Amerika, waar hij tenslotte stierf, en van verschillende traktaten waar Pury zijn tijdgenoten op vergastte. In dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie schreef hij bijvoorbeeld een 'Mémoire over het land van de Kaffers'.

Ginzburgs kracht ligt in het ontcijferen van dit soort gelegenheidsgeschriften. In zijn rede, die 'Breedtegraad, Slaven en de Bijbel' tot titel had, maakte hij veel werk van de vele citaten en verwijzingen naar de Bijbel waarmee de calvinist Pury zijn voorstellen staafde. Het land van de Kaffers, het huidige Zuid-Afrika dus, was voorbeschikt door ondernemende kolonialen ontgonnen te worden, zoals het land van Kanaün eertijds de Israëlieten rechtens toeviel.

Een niet onbelangrijke bijkomstigheid in de ogen van de voormalige wijnboer was dat de breedtegraad, zo tussen de 25 en 35 graden, gunstig voor de landbouw was. Lag ook niet het Beloofde Land op die breedtegraad? De heren van de VOC moesten zich niet laten afschrikken door de idee dat er al inheemsen woonden. Alle land was van de Heer, en het lag gereed voor wie er met noeste arbeid profijt van wist te trekken. Christelijke naties hadden de inboorlingen te leren en te bekeren. Ook tot de wijnbouw.

Ondanks Pury's welsprekende verdediging zag de VOC niks in kolonisatie, en hij wendde zich vervolgens tot de Franse, en later tot de Engelse koloniale compagnieën. Ten slotte liet de Engelse koning hem in 1732 met Zwitserse geloofsgenoten de moerassen van South Carolina koloniseren. Hij stierf er, maar zijn zoon oogstte het fortuin dat Pury had nagejaagd. Met slavenhandel op de zuidelijke plantages.

Wat heeft dit kleurrijke leven de grote geschiedenis te vertellen? Daar was Ginzburg niet zo duidelijk over. Ogenschijnlijk bevestigen de plannen van Pury de these van de Duitse socioloog Max Weber die in zijn boek Die protestantische Ethik und der 'Geist' des Kapitalismus (1905) verdedigde dat calvinisten aan de wieg van handel en entrepreneurschap staan. Maar het ontbrak de hebzuchtige Pury eigenlijk aan innerweltliche Askese, en, alle vrome praatjes ten spijt, was het niet het christelijke voorbeeld dat de wereld rijp voor het kapitalisme heeft gemaakt.

Met kennelijk welbehagen haalde Ginzburg Karl Marx aan die in het hoofdstuk over 'de oorspronkelijke vergaring van rijkdom' in Das Kapital (1867) schrijft: 'In de werkelijke geschiedenis spelen -zoals bekend- verovering, onderdrukking, roofmoord, kortom geweld de hoofdrol'. Die realiteitszin van Marx bewijst nog niet dat de Zwitserse avonturier zijn godsdienstige motieven alleen als voorwendsels gebruikt, maar wel dat zulke historische teksten niet alles zeggen. Geen schokkende conclusie voor een betoog dat met 'een plaatselijke benadering van de globalisatie' ondertiteld was.

De initiatiefnemer van Nexus probeerde in een tweegesprek de historicus nog wat prikkelende opmerkingen over de globalisatie te ontlokken. Maar Ginzburg was, met een verrassende terughoudendheid, de mening toegedaan dat historici geen preken moeten houden. Op het laatste moment besloot hij om niet voor doemdenker te spelen, een rol die het Tilburgse gezelschap na aan het hart ligt gebakken. Pogingen om de Italiaan politieke uitspraken over de huidige internationale gelijkschakeling te laten doen, stuitten ook af op de ijdelheid van de vragensteller, die niet genoeg kreeg van het herhalen van dezelfde vraag in telkens andere bewoordingen. Zo werd het publiek de dupe van een misverstand tussen Nexus en Ginzburg.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden