Historici zien waarde in van alledaagse foto's uit oorlogsjaren

De tentoonstelling 'Fotografie Geschiedenis Beeldvorming. Nederland en de Tweede Wereldoorlog' is tot en met 11 juli te bezichtigen in het Legermuseum te Delft. De bijbehorende catalogus 'Fotografie in bezettingstijd' werd samengesteld door Rene Kok, Herman Selier en Erik Somers en is uitgegeven in opdracht van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod) en kost f 29,50.

De Jong geeft toe dat hij bij zijn grote werk over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog de waarde van het beeld onderschat heeft. De Jong: "Ik zag voor mijn geest een strak geheel en dat zou alleen zonder afbeelding zijn waarde krijgen. De reden daarvoor was dat ik, in die tijd althans, illustraties als een nodeloze toevoeging aan het verhaal beschouwde." Maar Presser, zo vertelt De Jong verder, bestreedt die opvatting. Voor hem voegden foto's wel degelijk iets toe aan de geschiedschrijving. Sterker, zonder zulke historische beelden zouden de lezers de werkelijkheid van de oorlog nooit goed genoeg voor ogen krijgen. En zo zwichtte De Jong en kwamen er toch, zij het nog mondjesmaat en slordig begeleid, foto's in zijn standaardwerk.

De houding van De Jong en andere historici in de jaren vijftig (en zestig en zeventig) jegens de ongeschreven geschiedbron - die vorig jaar door de directeur van het Nederlands Fotoarchief te Rotterdam, Flip Bool, het beste getypeerd werd met de woorden 'O ja, en zoek er ook nog even een plaatje bij' is de laatste jaren flink veranderd. Steeds meer raken historici en kunsthistorici ervan overtuigd dat het beeld wel degelijk iets toe te voegen heeft aan de inhoud van het geschiedbeeld van een bepaalde periode. Een inmiddels beroemd voorbeeld in dit verband is de foto die amateurfotograaf W. F. Leijns vlak na de bevrijding op 7 mei maakte van een schietpartij op de Dam. Aan de hand van zijn en andere foto's kon de gebeurtenis, die het meeste wegheeft van een machteloze en vuile wraakactie van de verslagen bezetter tegen onschuldige burgers, worden geregistreerd.

Maar er is meer. De invloed van de foto gaat verder dan het laten zien hoe schietpartijen tot stand kwamen, hoe het verzet werkte en wat de Duitsers voor schade aanrichtten. Wat vooral opvalt bij de tentoonstelling in Delft is de bijdrage die de foto heeft geleverd (en dat geldt dus nog steeds; juist de laatste jaren komen er pas prachtige amateurreportages vrij met grote historische waarde, reportages waarvan men vroeger dacht dat ze slechts interessant voor het familie-album waren) aan de opvatting dat het leven in de oorlog voor het grootste deel gewoon doorging. Natuurlijk waren er de bombardementen, hadden mensen hier en daar onderduikers in dienst en werd er wel eens een 'moffenvriend' neergeschoten. En vanzelfsprekend zijn er de foto's die van zulke gebeurtenissen gemaakt zijn, neem de beroemde foto's van Cas Oorthuys ('Joods onderduikersechtpaar' of die van twee onbekende mensen die bij de Amsterdamse Weteringschans in alle haast een vlag leggen over een aantal lijken van de slachtoffers van een Duitse repressaillemaatregel voor de gelukte aanslag op een SS-commandant op 12 maart '45) of Ed van Wijk, Charles Breijer en anderen die illegaal de bezetting fotografeerden. Maar tegelijkertijd gingen, en dat geldt dan vooral voor de eerste jaren van de oorlog, de zaken en het familieleven gewoon door, werd er 'normaal' gevoetbald, kregen de vrouwen bij de PTT gewoon leuke nieuwe uniformen waar ze trots op waren en lagen de stranden bij Scheveningen en Zandvoort gewoon vol met dagjesmensen. Alsof er niets aan de hand was.

In dit opzicht sluit de breed opgezette tentoonstelling, die mooi eenvoudig is ingedeeld in de onderdelen pers-, vak(allemaal familieportretten, goed of fout, dat maakte voor de fotografen niets uit), kleuren-, amateur- en illegale fotografie, goed aan bij de jongste tendens in de oorlogsgeschiedschrijving waarin de nadruk verschoven is van de traditionele politieke, op geschreven documenten gebaseerde geschiedschrijving naar een meer thematische benadering, waarbij veel aandacht besteedt wordt aan de verhalen en het wel en wee van 'gewone' mensen, gebaseerd op minder voor de hand liggende bronnen als vraaggesprekken, filmpjes en (dus ook) fotobeelden.

De meest in het oog springende afdeling op de tentoonstelling is die van de kleurenfoto's. De foto's zijn heel verschilend van karakter en varieren van uitbundige door Engelse soldaten gemaakte bevrijdingsfoto's in Eindhoven tot voor propagandadoeleinden gebruikte dia's van in uniform door Utrecht marcherende NSB'ers en de amateurfoto's van Alphons Hustinx die in 1984 'ontdekt' werden. Gedurende de hele periode tussen '40 en '45 fotografeerde Hustinx de meest uiteenlopende situaties in de meest uiteenlopende gebieden, zoals een buschauffeur in Purmerend die een kolenvergasgenerator vult in de zomer van '41 tot en met een wegtrekkend Duits gecamoufleerd legervoertuig in Roermond.

Bijzonder is ook de collectie van de Duitse propagandafotograaf Otto Kropf. Tijdens de oorlog werd Kropf als Wehrmacht-lid in Belgie geplaatst, waar hij tijdens de oorlog ook het meest fotografeerde. Zijn collectie van maar liefst 600 kleurendia's en 198 zwart-wit negatieffilms werd in 1986 aangekocht door de Nederlandse verzamelaar Otto Spronk op een veiling in het Duitse Sugenheim. Hij ontdekte dat er tussen de vele Belgische foto's ook een aantal Nederlandse zat, zoals die van de Duitse intocht in Arnemuiden, waarbij een Duitse officier vanuit zijn auto al of niet wantrouwend door een groep Zeeuwse meisjes wordt aangestaard en die van een vroljk aan Duitse officieren eten verkopende straatventer in de buurt van Meppel in de meidagen van 1940. De foto's hebben niets van de grimmigheid van de beelden die de meeste mensen na de oorlog leerden kennen. Maar daarvoor waren het dan ook propagandafoto's: technisch fraai en 'akelig realistisch', zoals een bezoeker van de voorloper van deze tentoonstelling ze vorig najaar in Amsterdam omschreef.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden