Jordaan

Hiphoplabel geeft Jordaanliedjes een nieuwe ziel

Een bruine kroeg midden in de Amsterdamse Jordaan.Beeld ANP XTRA

De goeie ouwe Jordaan van Zwarte Riek en Tante Leen bestaat niet meer. Maar leeft het Jordaanlied nog wel? Hiphoplabel TopNotch geeft het genre een boost met tien nieuwe uitgaven van de klassiekers.

Het gebeurt vanzelf, al na een paar minuten. Dan móét het bovenlichaam wel meewiegen met de aanstekelijke liedjes van Het Zwanenkoor. Zeker als Yvonne Uijtendaal (67), in deze kring bekend als ‘onze eigen Tante Leen’, de microfoon pakt en in plat Amsterdams haar solo zingt:

Waar is het op de wereld zo vrolijk

Gezellig en olijk

Waar heb je op de hele aardbol meer plezier

Reuzenkeet en vertier?

Het antwoord komt van het 38-koppige en grotendeels grijsharige koor, dat zoals elke dinsdagavond repeteert in een kerkzaaltje in Amsterdam Nieuw-West. Zo houden de koorleden decennia oude volksmuziek in ere. Als uit één volle borst:

In de Jordaan

In onze enige Jordaan

Dat is het enigst plekkie waar ik dood wil gaan

(‘O mooie Westertoren’ - Louis Davids)

(Hieronder de versie van Willy Alberti)

Razend populair

In de pauze legt muzikaal leider en accordeonist André Vrolijk (54) uit waarom Het Zwanenkoor vooral repertoire zingt uit deze Amsterdamse buurt, de enige Nederlandse stadswijk met een geheel eigen muziekgenre. “Wat wij doen is het Jordanese culturele erfgoed beschermen.” Terwijl het buurtje tussen de Prinsengracht en de Leidsgracht nu geldt als een van de duurste en veryuptste wijken van de hoofdstad, zingt Het Zwanenkoor nog over een volkse, voorbije wereld, een goeie ouwe tijd.

Het Jordaanlied werd razend populair vanaf 1955, met zangers als Manke Nelis, Zwarte Riek en vooral de grote drie: Johnny Jordaan, Tante Leen en Willy Alberti. Zij bezongen het leven in de arme volksbuurt die de Jordaan ooit was, in de tijd van hún ouders, rond 1900. Maar dan een sterk geromantiseerde versie ervan: niet de stank van de sloppenwijk waarin gezinnen met tien kinderen in één bedompt keldertje moesten wonen, maar de vrolijkheid en saamhorigheid.

De Jordaan was een mythe, ook al in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Onder de mooie Westertoren dansten de mensen, arm maar gelukkig. Al was hun ‘wiegie’ een ‘stijfselkissie’ en hun woning een krot, al dronken ze te veel en ging hun man er met een jonge meid vandoor, ze konden lief en leed - ‘smart’ op z’n Jordaans, met lang uitgerekte ‘ààà’ - delen.

En samen zingen in het café; de huizen waren immers te klein om het leven te vieren. “Zou er ook een Jordaan in de hemel bestaan”, verzuchtte Johnny Jordaan in een van zijn liedjes.

Oh Johnny, zing een liedje voor mij alleen

Oh Johnny, want voor mij ben je nummer een

Zing een lied met een lach en een traan

In jouw stem klinkt de hele Jordaan

(‘Oh Johnny’ - Tante Leen)

Hulp uit verrassende hoek

Met z’n Jordanese repertoire stond Het Zwanenkoor al op grote podia, van het Concertgebouw tot de Amsterdamse Arena en deze maand zelfs op Eurosonic Noorderslag, het popfestival in Groningen. Maar veel vaker treedt het op in verzorgingshuizen, voor een dankbaar publiek. Het is belangrijk om moeite te blijven doen voor de Jordaanmuziek, vindt accordeonist Vrolijk, want op geheide inhakers na blijven veel oude liedjes tegenwoordig ongezongen. Of ze worden verkeerd vertolkt: zonder inleving, te plat. “Daar kan ik me boos over maken. Weinig Amsterdamse zangers brengen die liedjes nog serieus. Ze willen er alleen een polonaise mee creëren, niet het echte Jordaan-gevoel overbrengen.”

Vrolijk en zijn Zwanenkoor krijgen bij hun muzikale monumentenzorg hulp uit verrassende hoek. Platenlabel TopNotch, dat vooral naam maakt met Nederlandse hiphop, brengt deze maand ook de ‘Parels van de Jordaan’ uit: tien cd’s met klassiekers én vergeten liedjes die voor het laatst verschenen op 78-toerenplaat.

Hiphop en het Jordanese levenslied zijn helemaal geen vreemde combinatie volgens Kees de Koning, oprichter en baas van TopNotch. Armoede, de afgekeurde woning, alcoholverslaving, hier en daar zelfs een moord, het is muziek van de straat. “De thematiek van de Jordanese zangers lijkt op de hiphop van nu. Die liedjes zijn niet alleen maar holadiee en inhaken.”

Met de ‘Parels’, waaraan bij TopNotch ruim twee jaar werd gewerkt, zou De Koning graag een herwaardering van het Jordaanlied teweegbrengen. “Ik vind het jammer dat er vaak lacherig over wordt gedaan, dat mensen erop neerkijken. Het Jordanese lied is vergelijkbaar met de fado uit Portugal en de country uit Amerika: volkse muziek gemaakt door volkse mensen. Het is muziek over het alledaagse leven, muziek die je bij de strot pakt, met heel veel bezieling. Ik kan er tranen van in mijn ogen krijgen.”

Ook De Koning heeft een culturele missie, zegt hij : “Ik wil heel veel nieuwe mensen met het Jordaanlied in aanraking brengen.” Ook jonge muzikanten, “om ze te laten zien dat ze schatplichtig zijn”.

Nog altijd knaagt mijn geweten

Nog altijd voel ik de pijn

Omdat ik éénmaal in mijn leven heb vergeten

Dat ik alleen van jou zou zijn

(‘Nog altijd’ - Sjaan uit de Jordaan)

Beeld rv

De beroemde ‘snik’ in de stem

De Jordanese smartlap als de fado van de lage landen? De vergelijking spreekt variétékenner Jacques Klöters (70) wel aan. “Als ik buitenlanders over de vloer krijg, laat ik ze altijd Jordaanmuziek horen. Die begrijpen ze metéén.”

Dat komt door de melancholie, de beroemde ‘snik’ in de stem, de vibrato die de Jordanese zangers afkeken van de Italiaanse opera. “Hun stem zeilt altijd naar de noten toe. De Jordanezen tikken de noten nooit meteen op de kop. Het hele gevoel moet mee hè.”

Klöters geldt als dé deskundige sinds hij ‘Bij ons in de Jordaan’ schreef (2001), een kloeke verzameling van liedteksten. Hij heeft ook Jordanese wortels: zijn vader, geboren in 1910, groeide op in de buurt, als zoon uit een gezin met zestien kinderen, van wie er tien overleden. “Ze leefden daar zoals ze nu in een vluchtelingenkamp leven. Mijn vader verruilde de Jordaan voor het chique Amsterdam-Zuid en wilde daarna niet meer over de buurt van zijn jeugd praten.”

Volgens Klöters leeft het Jordaan-lied nog zeker wel, in ‘de echte Jordaan-buurten’ waar de oude Amsterdammers heentrokken toen de hoofdstad te duur werd: “In Almere, Purmerend en Hoorn: daar zijn nog zat cafés waar het Jordaanlied wordt gedraaid.”

Dat in slepende meezingers als ‘Aan de voet van die oude Wester’ een idyllische, verdwenen plek wordt bezongen, maakt voor de populariteit niet uit, denkt Klöters. “In de melancholieke liedjes wordt teruggekeken op een gelukkige tijd, op de eenheid en verbondenheid van een groep mensen. Daar verlangen we in deze tijd ook enorm naar. We zoeken krampachtig naar de verbinding.”

Maar hoe lang het Jordanese culturele erfgoed nog tegen vergetelheid bestand is, weet Klöters niet. “Het is een historisch genre hè, er komen nauwelijks nieuwe liedjes bij. Als je nu door de Jordaan loopt, zie je een mix van oude Jordanezen en nieuwe rijken, boetiekjes en ateliers. Uit die humus is nog geen nieuwe muziek voortgekomen.”

Ik heb geleefd als een beest

ben dagen dronken geweest

ik heb gehuild en geschreeuwd als een kind

en toch haat ik je niet

al doe jij me verdriet

ik geloof dat ik jou nog bemin

(‘En toch haat ik je niet’ - Tante Leen)

'Eén grote polonaise'

In de huidige veryupte Jordaan, met een vierkante-meterprijs van meer dan zesduizend euro en delicatessenzaakjes in peperdure zeventiende-eeuwse pandjes waar ooit de slager en de patatboer zaten, zijn nog enkele cafés die het Amsterdamse lied in ere houden. Op zaterdagavond staan daar zangers achter de bar, met microfoon, een heel enkele keer begeleid door hét Jordaan-instrument, de accordeon.

In café Lowietje is het op een doordeweekse middag heel rustig: alleen eigenaar Rik Lelieveld, een vijftiger en geboren Jordanees, staat achter de bar. Uit de luidsprekers schalt André Hazes; geen Jordanees, wel ras-Amsterdammer uit de wijk De Pijp. “In het weekend kun je hier niet meer staan. Dan is het één grote polonaise”, zegt Lelieveld. Er zijn dan mensen “van Groningen tot Brugge en van twintig tot zeventig jaar oud”. Ze komen in de zomer vaak via evenementenbureaus, die een ‘rondje Jordaan’ verkopen als bedrijfsuitje. “De Amsterdammers lopen er op zaterdag tussendoor. Ik vind die mix wel leuk.”

Het repertoire van zijn zaterdagavondzangers is fifty-fifty, schat Lelieveld: half Jordanees, half ‘gewoon’, moderner Amsterdams. En nee, volgens hem zien de toeristen de muziek in zijn café niet als ‘camp’ of als iets waar je lacherig over doet, zoals op een bierfiets door de stad trekken. “Ze vinden de Jordanese en Amsterdamse muziek écht mooi. Omdat er een bepaalde sfeer in zit, een stuk nostalgie, het pakt de mensen. Je wilt niet weten hoeveel mensen na zo’n bedrijfsuitje privé terugkomen, helemaal uit Schubbekutteveen.”

De Jordaan lééft, zegt de café-eigenaar, al verdwijnt ‘de echte Jordanees’ intussen wel. “Ik zal het geen uitstervend ras noemen, maar de spoeling wordt steeds dunner.” Zijn vader is er één, hij is helaas ziek, Alzheimer, een mensonterende ziekte volgens Lelieveld. “Het enige wat hem nog kan triggeren is de Jordaanmuziek. Als je zegt: Pak de melk uit de ijskast, dan vraagt hij: wat is een ijskast? Maar ‘Liefde’ van Willy Alberti kent hij helemaal uit zijn hoofd.”

Liefde, klein, maar wat een woord

Liefde is, wat bij ons, mensen, hoort

Hij die leeft

En nog hart voor een medemens heeft

Die kent de rijkdom, die liefde geeft

(‘Liefde’ - Willy Alberti)

(Hieronder een duet met Gerard Joling)

‘Het is muziek over het alledaagse leven, muziek die je bij de strot pakt, met heel veel bezieling’

Hoezen van de ‘Parels van de Jordaan’ die platenlabel TopNotch deze week uitgeeft. Foto: bruine kroeg in de Amsterdamse Jordaan. illustraties erik kriek, topnotch, foto lex van lieshout, anp

De Jordaan in Paradiso

De muzikaalste wijk van Nederland wordt op zondag 12 februari bezongen in Paradiso in Amsterdam, vanaf 15.30 uur. Het programma ‘Parels van de Jordaan’ wordt georganiseerd in samenwerking met platenlabel TopNotch en onder anderen Het Zwanenkoor, Willeke Alberti, Thijs Boontjes, Janne Schra, Wende Snijders en Roxeanne Hazes. Na afloop is er een Smartlappenkaraoke.

Het Jordaanfestival

Voor andere Jordanezen heet Jan de Bie (75), al 42 jaar de drijvende kracht achter het Jordaanfestival, nog gewoon Ome Jan. Hij is van de generatie die Rik Lelieveld nog net geen ‘uitstervend ras’ noemt: hij heeft Willy Alberti nog persoonlijk gekend. “Mijn moeder zat dan buiten op de vullesbak aardappels te schillen en als hij langs kwam fietsen, riep zij: Hee Willy, moet je thee? En dan gingen ze thee drinken in het keldertje waar we woonden. Ik had nogal een mooie moeder en dacht wel eens: Wat komt die kerel toch steeds bij haar?”

Elke zomer organiseert gewezen timmerman De Bie als vrijwilliger een festival van Nederlandstalige, Amsterdamse muziek, dat zo’n 25.000 bezoekers trekt. Alle groten van het genre stonden op zijn podium: Johnny Jordaan zelf, Adèle Bloemendaal, Ben Cramer, René Froger, André Hazes aan het begin van zijn carrière.

De zaterdagmiddag is altijd gereserveerd voor het zuiver Jordanese lied, met accordeon. “Ik heb altijd gezegd: zolang ik het Jordaanfestival blijf doen, blijft die accordeonmuziek erin.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden