Hinken op de Brunssummerheide

Beeld Van Doorn Flip

Weinig natuurgebieden in Nederland zijn op een kleine oppervlakte zo afwisselend als de Brunssummerheide. Toch schuilt in die kracht ook een zwakte. Recreatie en natuur komen op gespannen voet met elkaar te staan.

Een ongemakkelijke naam is het. Parkstad Limburg. De belofte van vriendelijk groen klinkt erin door, maar ook het jargon dat projectontwikkelaars in hun brochures hanteren. Kan een regio tegelijkertijd park en stad zijn? Brunssum, Heerlen, Landgraaf, Kerkrade en enkele kleinere gemeenten vormen samen dit mozaïek van groen en grijs in de uiterste zuidoosthoek van ons land. Ergens in die lappendeken moet een mooi hoekje natuur verscholen liggen.

De eerste aanblik stemt weinig hoopvol. De stad is een allegaartje van oude dorpskernen, omgord door een wirwar van industrieterreinen, wijkjes met mijnwerkerswoningen, droefgeestige winkelcentra, sportvelden en nieuwbouw. Het groen is een themapark, een dierentuin of een botanische tuin. Aan de horizon flatgebouwen. Ooit was dit de Oostelijke Mijnstreek. Bruinkool en steenkool brachten welvaart. Nu levert de bodem zilverzand, zuivere grondstof voor glas. Zo zwart als de steenkool was, zo helder wit is nu het fijne zand dat uit een enorme open groeve wordt gewonnen. Achter die groeve wil ik zijn. Daar ligt de Brunssummerheide.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Van Doorn Flip

De natuur in volle hevigheid

Eerst is daar een morsig parkeerterrein. Mijn auto zou ik er niet achterlaten, mijn kinderen er niet zonder toezicht laten spelen. Een man zoekt de vuilnisbakken af naar iets eetbaars, vanuit een camper loeren twee ongure types naar het geparkeerde blik. Dan het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Gebouwd op een vuilstortplaats en ingeklemd tussen losloopgebieden voor honden doet het dapper zijn best aantrekkelijk te zijn. Een groot spandoek rept van lammetjes aaien, maar de schaapskooi is dicht en van de lammetjes hoor ik alleen het gemekker.

Paadjes leiden het bos in en daar barst uiteindelijk toch de natuur de los, en dan ook meteen in volle hevigheid. Het frisgroene blad aan de bomen, onder mijn zolen zand zo wit als op de bodem van een aquarium. Uit de hoogte klinkt het lied van een boomleeuwerik zo luid dat ik vergeet te kijken waar ik mijn voeten zet. Bijna stap ik op een beestje dat ik in eerste instantie voor een kleine ringslang houd. Pas wanneer ik thuis mijn foto's bekijk, blijk ik mij te hebben vergist. Mijn ringslang is een hazelworm. Hij heeft meer het formaat van een slang dan van een worm, maar is volgens de spelregels van de biologen geen van beide. Welbeschouwd gaat het om een hagedis zonder poten en met een lange staart. Hij ligt te zonnebaden in het warme witte zand en lijkt zich geen moment geïntimideerd te voelen door de nabijheid van mijn wandelschoenen.

Verder gaat het, over een steeds klimmend en dalend pad, langs een verbluffend mooi stukje hoogveen. Pal naast het pad bouwen mieren aan een enorme mierenhoop. Met vele duizenden zijn ze en wie stil is hoort ze ploeteren. Als geritsel oorverdovend kon zijn, dan was het een oorverdovend geritsel van dorre blaadjes en takjes. Dennenaalden lijken pootjes te hebben en wandelen als vanzelfsprekend de chaos in.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Van Doorn Flip

Parkstad of stadspark

Ik wandel verder naar een heuvel die uitzicht biedt op een zandverstuiving. De Brunssummerheide herbergt een variatie aan landschappen en biotopen die wandelend nauwelijks bij te benen valt. Aan de rand van de zandvlakte welt water op dat het lapje hoogveen voedt en dat aan de andere kant de oorsprong vormt van de Roode Beek. Een pad buigt af naar een vroegere bruinkoolgroeve die nu vol bruin water staat en daarom de Koffiepoel heet. Ik wandel erheen en tegelijkertijd hink ik. Ik hink op twee gedachten. Enerzijds geniet ik voluit van de diversiteit en de pure schoonheid van deze omgeving, anderzijds voel ik het knellen.

Een nieuwe rondweg - de Buitenring Parkstad Limburg - schampt de Brunssummerheide, op hoge ijzeren poten doorkruist een hoogspanningsleiding het terrein. Een woud aan paaltjes moet de stromen wandelaars, ruiters, trailrunners en mountainbikers uit elkaar houden. Als er wat zwerft, is het afval. Sportvissers met enorme hengels en dito aluminiumstoelen omzomen de Koffiepoel, de schaarse vuilnisbakken puilen uit en veel hondenbezitters lijken van mening dat hún hond ook buiten de losloopgebieden los mag lopen. Een verbindingsroute met het nabijgelegen natuurgebied Teverenerheide, aan de Duitse kant van de grens, wurmt zich tussen een zandgroeve en een golfterrein door, twee verkeerswegen kruisend.

Behalve de vergezichten over de heide zie ik vergezichten van postzegeltjes natuur, ingekapseld door woonwijken en industrie, overspoeld door recreanten en hondenuitlaters. Dit lapje prachtig maar platgetreden groen in Parkstad Limburg lijkt een voorbode van hetgeen het groen in Parkstad Nederland te wachten staat. Ik houd mijn hart vast voor de hazelwormen, de mieren, de reeën en wat hier verder maar leeft en zich vandaag wel of niet laat zien. Als deze regio inderdaad een Parkstad is, dan dreigt die prachtige Brunssummerheide te verworden tot een stadspark.

Brunssummerheide

Bij het bezoekerscentrum aan de Schaapskooiweg in Heerlen starten zeven wandelroutes over de Brunssummerheide, variërend in lengte tussen de 1 en 13,5 kilometer. (Laat geen waardevolle spullen in de auto achter).

www.natuurmonumenten.nl/brunssummerheide

Fietsen

De Heidenatuurpark-fietsroute van 30 kilometer voert rond de Brunssummerheide en door de aangrenzende natuurgebieden Teverenerheide (D) en Roode Beek.

www.roodebeek.eu/fietsen.html

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden