Hindostanen: Zo het land, zo de zeden

Chan Choenni: Doordat Hindostanen zich gedeisd houden, blijven ze ook relatief onzichtbaar

Surinaamse Hindostanen zijn op een 'bijzondere' manier in Nederland geïntegreerd, betoogt Chan Choenni vandaag in zijn oratie als bijzonder hoogleraar Hindostaanse migratie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De Surinaams-Hindostaanse wetenschapper die vorig jaar oktober op de Lalla Rookh-leerstoel benoemd is, onderzoekt deze integratie en de immigratiegeschiedenis van de Hindostanen: nakomelingen van contractarbeiders die tussen 1873 en 1916 van India naar Suriname werden gebracht om op de plantages te werken. De Hollanders hadden de arbeiders nodig, omdat de slaven sinds 1 juli 1863 vrij waren en de meesten van hen ervoor kozen niet langer op de plantages te werken.

Choenni heeft in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend dat de Hindostanen in Nederland de grootste Surinaamse bevolkingsgroep vormen, in tegenstelling tot wat eerder werd gedacht. Toen werd ervan uitgegaan dat de Afro-Surinaamse groep de grootste is. "De ongeveer 160.000 Hindostanen zijn als groep vrij onbekend. Dat ligt deels aan het feit dat er weinig Hindostanen in zichtbare beroepen zoals media, amusement en sport werken."

De hoogleraar noemt de integratie van de Hindostanen 'Integratie Hindostani stijl', zoals ook zijn oratie is getiteld. "Deze vorm van integratie heeft als kenmerk dat de groep goed integreert op sociaal-economisch terrein. Op cultureel vlak streeft de groep harmonie en aanpassing na, maar ook behoud van het cultureel erfgoed. Integratie op het politieke toneel blijkt minder succesvol", zegt Choenni.

Uit zijn onderzoek blijkt dat er meer onjuiste beweringen zijn gedaan over de Surinaamse Hindostanen. "Regelmatig wordt beweerd dat Hindostanen sociaal-economisch succesvol zijn. Ze worden vergeleken met Turken, Marokkanen en Afro-Surinamers. Het klopt dat Surinamers een betere positie hebben dan Turken en Marokkanen, maar uit de cijfers blijkt niet dat de Hindostanen het beter doen dan de Afro-Surinamers." Wel blijkt volgens Choenni dat Hindostanen gaandeweg - en met name de tweede generatie - een betere positie hebben verworven.

"Wat betreft de culturele integratie onderschrijven de Hindostanen over het algemeen de basiswaarden en -normen van Nederland, zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Er zijn dan ook nauwelijks culturele conflicten met de autochtone Nederlandse cultuur."

Hindostanen hebben volgens de onderzoeker het motto 'Jaisa des, waisa bhes', vertaald uit het Sarnami-Hindi: 'Zo het land, zo de zeden', oftewel 'Pas je zoveel mogelijk aan'. "Doordat ze zich gedeisd houden, blijven ze ook relatief onzichtbaar. Hindostanen blijven wel sterk op de eigen groep gericht. Slechts 36 procent heeft in hun vrije tijd vaak contact met autochtonen. Ruim zeventien procent heeft meer contact met autochtonen dan met de eigen groep of andere allochtonen. Zo'n 32 procent heeft meer contact met de eigen groep of met andere etnische groepen. Van de Hindostanen die lid zijn van een vereniging, is bijna de helft actief in etnische verenigingen. Lid van voornamelijk autochtone verenigingen is negentien procent en de rest participeert in gemengde verenigingen."

Daarmee integreren de Hindo- stanen met behoud van eigen cultuur en identiteit, zegt Choenni, die daarin geen tegenstelling ziet. Hij meent dat de negatieve kant van de multiculturele samenleving te vaak onder een vergrootglas wordt gelegd.

"Hierdoor wordt de positieve bij-drage van migranten aan de Nederlandse samenleving overschaduwd. Sterker nog, de laatste jaren is sprake van een multiculturele kramp."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden