Hilversum graaft al schuttersputjes

Er heerst stilte voor de storm, en de vraag is wat op het moment slimmer is: met de armen over elkaar afwachten tot het woensdag wordt, of nu alvast enig kruit verschieten? Zeker is dat het na komende woensdag flink gaat borrelen bij de omroepen. Dan presenteert de door staatssecretaris Nuis geïnstalleerde commissie-Ververs haar bevindingen na een jaar soebatten over de toekomst van Hilversum.

Het rapport van commissievoorzitter M. Ververs, D66 en oud-bestuurder van Wolters Kluwer, maakt natuurlijk nog geen beleid an sich. Maar het gaat zeker wèl zijn stempel drukken op de standpunten die Den Haag de komende jaren over Hilversum inneemt. De commissie is een illuster gezelschap van wijze mannen, die inmiddels al een aantal keren de publicatiedatum van hun rapport uitstelden.

Zitting hebben de PvdA'er W. Meijer, voormalig commissaris van de koningin in Drenthe en thans voorzitter van de raad van bestuur van de Rabobank, J. Donner (CDA), voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Amsterdamse wethouder van financiën F. de Grave (VVD) en J. Groebel, hoogleraar mediapsychologie. Vooral de nevenfuncties van Donner, De Grave en Groebel maken de keuze voor deze heren opmerkelijk. Donner is vice-voorzitter van de NPS, De Grave is penningmeester van de VPRO, dezelfde omroep waar professor en media-orakel Groebel adviseur is.

De centrale vraag die de commissie van staatssecretaris Nuis moet beantwoorden, is welke houding de omroepen van de overheid in de toekomst kunnen verwachten. Het is de keuze tussen een onafhankelijke publieke omroep die een maatschappelijk draagvlak (met bijbehorende geldstroom) kan verwachten of een sterk gereguleerde, meer nationale omroep.

Het laatste alternatief wordt de 'BBC-variant' genoemd, verwijzend naar de organisatie van de omroep in Engeland. Spreekt de commissie-Ververs haar voorkeur uit voor het BBC-model, dan zullen de Hilversumse omroepen in de toekomst nog slechts als toeleveringsbedrijven functioneren. De huiver bij de meeste omroepen om tot een publieke Endemol te verworden is vrij groot. Op de Vara na dan, waar de woorden van oud-voorzitter Van Dam over 'opheffing ten gunste van het geheel' nog steeds in de gangen klinken.

Minder van belang, hoewel zeker ook onderwerp binnen de discussie, is de vraag of de band tussen ledenaantallen en bijbehorende programmabladen moet worden doorgesneden. Met andere woorden: word lid van een omroep, betaal jaarlijks minimaal 25 gulden en ontvang géén programmagids. Het zal de bodem dun maken onder EO en VPRO, die hun A-status ontlenen aan héél veel solidaire tientjesleden.

Een andere vraag voor de commissie-Ververs: kan Nederland met minder dan drie publieke televisienetten en vijf radiozenders toe? “De schaarste is voorbij, iedereen die wil kan commerciële televisie bedrijven”, aldus HMG-directievoorzitter Boermans deze week in een interview met het reclamevakblad Adformatie. Hij voorspelt meer nieuwe televisiestations, en meent ook dat drie publieke kanalen niet nodig zijn in een land als het onze. “Het is absoluut met twee te doen”, aldus Boermans, die natuurlijk als geen ander weet dat voor RTL en Veronica de concurrentie van de publieke omroep in zekere zin onverslaanbaar is. Ongeacht de kijkcijfers en reclame-inkomsten zal de overheid de publieke omroepen steunen. Dat maakt Nederland 3 een taaiere concurrent dan SBS 6.

Tot slot mogen de heren Ververs, Donner, De Grave, Meijer en Groebel ook nadenken over de hoogte van de omroepbijdrage en (de verhouding tot) de aanwezig reclame op de publieke netten. Het is vrij modieus onder omroepvoorzitters te zeggen dat de omroepbijdrage in Nederland te laag is, in vergelijking met de vergoeding die in de landen om ons heen wordt betaald. Het is waar dat een hogere omroepbijdrage het perspectief op reclamevrijere publieke zenders biedt, hoewel het pleidooi voor een verhoging van de omroepbijdrage raar blijft klinken van binnen de muren van de meestal steenrijke omroepen.

Een gisteren gepresenteerd rapport van de KRO spreekt over een jaarlijkse verhoging van 75 gulden. Een belangrijk argument vóór verhoging van de omroepbijdrage is, dat het de druk van de publieke netten haalt om te moeten scoren tegenover de kijkcijferkanonnen van de Holland Media Groep. Die druk is onzin, vinden steeds meer mensen, omdat publieke en commerciële zenders een verschillend gedachtengoed nastreven; het verschil tussen kijkers en consumenten.

Het is vreemd te constateren dat het nieuwe systeem van langdurige concessies aan de omroepen nooit voor rust in de winkel heeft kunnen zorgen. Dat was namelijk juist wat Hilversum er vorig jaar van verwachtte. Een adempauze van vijf jaar (oorspronkelijk was dat zelfs tien jaar, maar de Tweede Kamer halveerde die termijn), waarin er tijd was een aantrekkelijke programmering tegenover de commerciële stations neer te zetten en waarin er gelegenheid was verder te werken aan de onderlinge samenwerking per net.

De rust is er niet gekomen. Veronica verliet het nest even luidruchtig als ze er binnen kwam en sloeg een nieuwe - hoewel vooralsnog bescheiden - deuk in de kijkcijfers van de omroepen. Daarna deden alleen al de geruchten over de installatie van een commissie door staatssecretaris Nuis opnieuw een beroep op het incasseringsvermogen. Wat wilde de staatssecretaris nu eigenlijk?

Hoewel Nuis duidelijkheid wilde over de positie van de omroep tegenover de commerciële stations, had hij zich aanvankelijk wars getoond van al te fors overheidsingrijpen. Eind vorig jaar was zijn stemming anders. In een interview met de Volkskrant toonde Nuis zich voorstander van één publieke omroep, met één organisatie en één bestuur. De omroepen zouden in dat geval hun zendmachtiging verliezen, en wel snel ook; in het jaar 2000 eindigt immers de concessieperiode die Den Haag heeft gesteld.

Zijn woorden zullen het moment gemarkeerd hebben dat de Hilversumse omroepvoorzitters een hand boven het beschermende hoofd zagen verdwijnen. Niet langer was zeker dat de overheid hun waardige verenigingen tot in een onafzienbare toekomst als fraai publiek domein zou koesteren en ondersteunen. Binnen dat vacuüm borrelden oude alternatieven weer naar boven. Een bestaan buiten het publieke bestel bijvoorbeeld, een gedachte die Tros-voorzitter Van Doodewaerd bij meer dan één gelegenheid opperde en ineens voor de Evangelische Omroep ook weer een optie werd.

Het valt eigenlijk niet te hopen dat de commissie-Ververs aanbevelingen zal doen om EO en Avro van zender te laten wisselen, om zo tot een grotere eenheid per net te komen. Nergens wordt zo goed samengewerkt als op Nederland 2, waar het gedachtengoed van de grootste familie van Nederland en het evangelistische volksdeel zo ver uit elkaar liggen dat onderlinge wrijving er simpelweg niet in zit.

Tot ieders verrassing liet NCRV-voorzitter Herstel vorige week de verenigingsraad van zijn omroep weten 'de mogelijkheid te onderzoeken van een nieuwe, private start op basis van een contract met de overheid'. Herstel haastte zich daarna te zeggen geen commercieel station na te streven, maar een private en publieke media-onderneming. Los van overheidsbemoeienis, maar wel door diezelfde overheid beloond voor het werk ten dienste van het algemene nut dat ze verricht.

Nu pas blijkt dat Avro, KRO en NCRV zelfs al in gesprek zijn over nieuw heil buiten het bestel. Een zender zonder winstoogmerk, noemt KRO-voorzitter Slangen het in een reactie op het gisteren verschenen rapport 'Toekomst KRO'. De omroep liet een externe commissie de toekomstige positie van de KRO onderzoeken. In haar bevindingen spreekt die zich uit voor voortzetting van de rol van deze omroep binnen het publieke bestel. “Indien echter de omstandigheden nog knellender worden en de overheid niet bereid is tot een fundamentele wijziging van de verhoudingen binnen het bestel, zal de KRO moeten overwegen buiten het publieke bestel te treden”, laat het rapport weten.

De deelnemende partijen in de nieuwe private media-onderneming zijn volgens Slangen niet alleen de KRO en NCRV. Ook de Avro, de andere omroep waarmee de KRO een alliantie op het eerste net aanging, zal van de partij zijn indien de toekomst daartoe dwingt. “Wallis de Vries (voorzitter van de Avro, red.) zal zeker mee gaan”, aldus Slangen. Voor andere belangstellende partijen staat de deur open, laat hij nog weten.

Maar vóór alles moet wel gezegd worden dat het rapport 'Toekomst KRO' voorlopig zeker geen definitieve afstand neemt van de rol van de KRO binnen de publieke omroep. Zij het dat er in de ogen van de externe commissie wel het een en ander moet veranderen. Het zevenkoppige monster heet de NOS. Het rapport spreekt van tal van constructiefouten binnen de NOS, die zijn ontaard in een 'centralistische bemoeienis'. De NOS werd door de overheid opgericht als koepel van de zendgemachtigden, maar werd zèlf ook een omroep, en dat gaat volgens het rapport niet langer samen.

De samenstellers van het rapport bepleiten een forse terugdringing van de rol die de NOS speelt, en de oprichting van een Vereniging van Landelijke Zendgemachtigden (VLZ). De VLZ krijgt als taak als gesprekspartner voor de overheid op te treden, zendtijd in te delen, omroepbijdragen en reclame-inkomsten te innen en te verdelen. Programmataken van de NOS worden ondergebracht in een dochterbedrijf van de VLZ, de programmataken van de NPS worden overgenomen door de andere omroepen.

Volgens KRO-voorzitter Slangen betekenen de plannen geenszins een afrekening met de NOS. Wel krijgen de omroepen zelf zo een sterkere positie, en ruimte om zelf plannen te ontplooien. “Het verleden heeft bewezen dat centrale sturing door de overheid in de praktijk nooit werkt; kijk maar naar het onderwijs. Het lijkt mij goed als de omroepen samenwerken, maar dan vanuit hun eigen kracht. Wanneer Nuis denkt dat dat het beste functioneert middels een centraal gestuurd systeem moet hij daar nog maar eens goed over nadenken.”

Het denken over het functioneren van de publieke omroep wordt nog steeds overheerst door de opvatting dat Hilversum een museum is, waar de bezoeker de restanten van een voorheen verzuilde samenleving kan aantreffen. Onzin, vindt J. Stappers, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, en een van de opstellers van het KRO-rapport. “Men heeft geconcludeerd dat die situatie vroeger zo was, zonder zich af te vragen of dat nu ook nog zo is. Feitelijk beschouwd hebben wij in Nederland nooit een echt verzuilde omroep gekend, alleen al door de rol van de Avro.”

“De Avro was voorstander van een BBC-achtige omroep in Nederland, een opzet die hier denk ik niet mogelijk was geweest. En nog steeds niet mogelijk is. Engeland is een ander land, en dat strekt verder dan de kwaliteiten van het landelijke voetbalteam. Engeland kent een andere politieke traditie, een burgerlijke traditie van rangen en standen, een andere opzet van de pers. De BBC is lang geleden opgericht en de structuur van de Britse omroep, met ITV en Channel 4 er omheen, is een situatie die wij hier nooit meer kunnen inhalen. Ik heb ook sterk de indruk dat de politici die op dit moment weglopen met het model van de BBC zich daar nauwelijks bewust van zijn. Vergeet niet, wat we nu wegschuiven krijgen we nooit meer terug.”

De NOS wilde gisteren niet reageren op de inhoud van het KRO-rapport, hoewel een zegsman het 'vrij pittig' noemt. In het NOS-bestuur was de nota in ieder geval geen onderwerp van gesprek. De inhoud was daar officieel nog niet bekend, en KRO-voorzitter Slangen zelf bevond zich op een steenworp afstand van de vergaderzaal van het NOS-bestuur, bij een persbijeenkomst naar aanleiding van het rapport. En NOS-voorzitter Van der Louw was niet bereikbaar wegens verblijf in het buitenland.

Wie wel snel reageerde op de KRO-plannen was de ondernemingsraad van de NOS, die het rapport 'misplaatst en verbijsterend slecht' noemde, en daar nog aan toevoegde in lange tijd geen 'onzinniger en boosaardiger' plan gehoord te hebben. “In werkelijkheid is het voor iedereen al jaren duidelijk dat de omroepverenigingen in hun eeuwige verdeeldheid een slagvaardige besluitvorming in het NOS-bestuur in de weg staan”, aldus de ondernemingsraad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden