Hillier smelt soberheid met zoete meerstemmigheid

Muziek

’The Great Service’: Nederlands Kamerkoor olv Paul Hillier, do 24/4 in St. Joriskerk Amersfoort. Vanavond in de Nieuwe Kerk, Den Haag; zo 27/4 in Concertgebouw Amsterdam; di 29/4 Oosterpoort, Groningen; vr 2/5 Pieterskerk, Utrecht; za 3/5 Grote Kerk, Enschede. Uitzending Radio 4 op 8 mei, 20.00 uur.

Het was alweer een tijdje geleden dat dirigent Paul Hillier voor het Nederlands Kamerkoor had gestaan. Om precies te zijn was de laatste keer in 1995, toen hij in het Festival Oude Muziek een klein programma met de heren van het koor dirigeerde. Voor de nieuwe concertserie ’The Great Service’ had het Kamerkoor Hillier daarom carte blanche gegeven: hij mocht zelf een programma samenstellen, met als enige eis dat er nieuwe en oude muziek zou klinken.

Als liefhebber van het rituele in de muziek stelde Hillier voor het Kamerkoor een concertprogramma samen als een eredienst: met delen uit de ’Great Service’ – een Anglicaanse kerkdienst – van de Engelse renaissancecomponist William Byrd als pilaren naast ander verstild werk van hedendaagse componisten uit Engeland, Amerika en Nieuw Zeeland. Met de akoestiek (ruim maar toch genoeg detail) en ambiance van de goed bezochte Amersfoortse St. Joriskerk als cadeautje afgelopen donderdag.

Het Nederlands Kamerkoor voerde de liturgische werken van Byrd eerlijk en eenvoudig uit. Anders dan in zijn katholieke meerstemmige werken zocht de Engelse componist de verfijning in zijn anglicaanse werken in de benadrukking van de taal en in de zoete harmonieën die de vorm van deze stukken bepalen. Die vloeiende sonoriteit vertolkte het koor meesterlijk; in de fragmenten waarin afzonderlijke stemmen zich losmaken uit het geheel (bijvoorbeeld in het ’Te Deum’), zocht het ensemble hier en daar nog naar de juiste balans.

Hillier had de hedendaagse werken niet uitgezocht op hun contrast met Byrd, maar ze sloten er juist wonderwel op aan. Het korte werk ’Again (after Ecclesiastes)’ van Pullitzer-prijswinnaar David Lang was adembenemend in zijn eenvoud: een simpel herhaald motiefje in de lage stemmen en een liedmelodie daarboven, als illustratie van de tekst die over de eeuwige cyclus der dingen ging. Mooi, hoe het Kamerkoor het maximale uit die beperkte ruimte haalde.

In de archaïsch-volkse ’Five Lullabies’ van de Nieuw-Zeelander Jack Body klonk het Kamerkoor Orff-achtig in zijn ritmiek en exotisch door Body’s fantasietaal. En in het verhalende werk van de Engelsman Gavin Bryars over de laatste dagen van de filosoof Kant knipoogde de rituele verstilling af en toe beheerst en boeiend naar close harmony.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden