'Hij ziet meteen waar het misgaat' Yvonne van Gennip: Voor mij was gevoel van onzekerheid juist een stimulans Tjaart Kloosterboer: Ze kon zich veilig voelen omdat ik geen andere persoon werd

Een sportende vrouw en een man die haar traint. Niets bijzonders in de topsport. Het enige wat erbij opvalt, is dat de sportster zich vaak sterk afhankelijk maakt van haar trainer. Is dat toeval, of heeft zij meer behoefte aan zekerheid dan haar mannelijke collega's? In een serie artikelen belicht Trouw een aantal duo's. Vandaag deel 5: oud-schaatster Yvonne van Gennip en Tjaart Kloosterboer. De vorige afleveringen stonden in de krant van 20, 22, 24 en 27 december.

JOHAN WOLDENDORP; NICOLIEN VAN DOORN

Op het podium straalde, drie blinkende Olympische medailles om haar nek bungelend en het vrolijke ijsmutsje met het haast legendarische opschrift 'Goud hè?' op het ongekroonde hoofd, schaatskoningin Yvonne van Gennip. Aan de ene kant werd ze geflankeerd door Egbert van 't Oever, op het ijs van de Olympic Oval in Calgary de winnende coach. Een goedmoedige prins in de ongewilde creatie van hofnar. Aan de andere kant stond de van bondswege verguisde Tjaart Kloosterboer, de 06-trainer die op tienduizend kilometer afstand per telefoon het feitelijke werk had gedaan.

Kloosterboer ervaart dat ook aan hem gerichte huldebetoon nog altijd als een moment in zijn leven dat hem intens diep raakte. Aan de andere kant vond hij het gênant, publiekelijk partij te zijn in een Kaïn en Abel-achtige vertoning. Tot een bloedige, door jaloezie ingegeven slachting kwam het overigens niet. De massale jubel was de juichende laatste zin van de epiloog in het schaatsboek van Van Gennip. Dat er nog een paar naschriften verschenen, konden ze toen niet weten. Van 't Oever figureerde daarin niet meer, Kloosterboer slechts in voetnoten.

Schaatsminnend Nederland fêteerde zijn prima donna en verkneukelde zich om het gekissebis aan de zijlijn. Maar het verhaal begon natuurlijk veel eerder, in 1984. Kloosterboer volgde Henk Louwmans op als coach van de vrouwenkernploeg en leerde bij die gelegenheid de toen nog groene Van Gennip kennen. Aanvankelijk zat de Haarlemse niet op de Cios-leraar uit Heerenveen te wachten. Ze vond dat de ontslagen Louwmans onrecht was aangedaan. Maar, hoe treffend, na een twee uur durend gesprek in een cafeetje in Muiden brak het ijs tussen twee mensen die elkaar al snel - figuurlijk - in de armen sloten. “Het klikte meteen”, zegt Kloosterboer. “Waarom, dat weet ik niet. Het heeft nooit handen en voeten gehad. Ik heb het ook nooit willen beredeneren.”

“Het eerste wat hij in '84 deed was het roer omgooien”, weet Van Gennip nog. “Leer eerst maar eens schaatsen, zei hij. Dat was moeilijk, maar zonder een goede techniek kom je nu eenmaal niet ver. Als het niet goed ging, gaf hij één dingetje aan en dan ging het wel.”

De acceptatie verliep wat stroever dan de schaatsster in ruste het omschrijft. Als het vertrouwen er al meteen was, schiep ze er met haar hartsvriendin Marieke Stam, ook een debutante, toch een genoegen in als een dwarse puber de trainer te dollen. Kloosterboer: “Met hun tweeën hebben ze me constant uitgeprobeerd. Waar ligt bij hem de grens? Wat is de norm, en is hij consequent in zijn handelwijze? Dat ging maar door, zozeer dat ik Yvonne op bepaalde momenten totaal negeerde. Ga maar buiten spelen, zei ik. Doe me een lol en zoek je plezier liever niet in het schaatsen. Ze kon er slecht tegen, dat ze helemaal genegeerd werd. Ze maakte vrij snel duidelijk dat ze toch aandacht wilde. Ik wens op je netvlies te zijn, luidde haar boodschap.”

Ondanks haar prille leeftijd had de gevoelige Van Gennip al een heel verleden als schaatsster achter zich. In 1981 werd ze op de WK sprint in Alkmaar verrassend vierde. In plaats van waardering werd spot haar deel. Het zag er allemaal niet uit, vonden de insiders. Het maakte haar toen al schuw voor de grote boze-mensenwereld. Kloosterboer: “Ze zat niet lekker in haar vel. Ze was op zoek naar de balans in haar leven. Is schaatsen wel mijn hele leven? Toen ze besloot door te gaan met die sport, hebben we met elkaar afgesproken dat we er gedisciplineerd aan zouden werken, maar dat ze ook de consequenties ervan moest aanvaarden. Ik kan wel tig gevoelens bedenken die maken dat ze zich gedroeg zoals ze zich gedroeg. Ik denk dat ze zich op een bepaald moment heel veilig voelde, omdat ik geen andere persoon werd. Ook het feit dat ze merkte dat ze beter ging presteren gaf haar houvast.”

Yvonne van Gennip: “Wat mij heel erg aansprak in Tjaart, was dat hij zo'n goed programma had. Dat ik ontzag voor hem had en in hem kon geloven. Bovendien kon hij heel goed zien welke manier van werken bij een bepaalde sporter paste. Bij mij zag Tjaart altijd meteen waar het mis ging. Als ik merk dat een trainer dat ziet, vind ik het een goede trainer. Dan krijg ik meteen vertrouwen in hem. Hij wist mij zodanig te manipuleren, dat als ik linksaf wilde, ik toch rechtsaf ging omdat hij dat nou toevallig wou. Dan moest ik lachen en dacht ik: je hebt het toch maar weer mooi voor elkaar gekregen! Met hem heb ik altijd het gevoel gehad dat wij bij elkaar pasten als een dekseltje op een potje. ”

Aan de andere kant wil Nederlands beste schaatsster op de tot dusver eeuwige ranglijst de vertrouwensband met Kloosterboer van een relativerend ondertoontje voorzien. “Het hangt van verschillende factoren af of je talenten ook daadwerkelijk uit de verf komen. Daarvoor ben je niet uitsluitend afhankelijk van een goede coach. Gezondheid en het materiaal dat je gebruikt, zijn net zo belangrijk. Voor mij is een gevoel van onzekerheid juist een stimulans. Daardoor kon ik een stapje extra doen”.

Anderzijds kon Van Gennip haar favoriete coach - die in 1986 was vervangen door Dinus Vos, die op zijn beurt na het geflopte EK van 1987 in Groningen werd ingeruild voor 'manusje van alles' Van 't Oever - in de zwartste dagen van de beste jaren van haar sportieve loopbaan niet missen. Koud drie maanden voor de Spelen van Calgary, speelde tijdens een trainingskamp in Butte (VS) een ontsteking op haar voet dusdanig op dat operatief ingrijpen noodzakelijk bleek. Calgary leek ineens een onbereikbaar ideaal. “In tijden dat het wat minder ging en ik me minder zeker van mezelf voelde, kon Tjaart dat goed weerleggen door er met me over te praten. Je moet je emoties kwijt kunnen. Als topsporter heb je al zoveel te verwerken. Je bent een wandelende tijdbom”.

“Tjaart en ik hadden samen een trainingsschema (Kloosterboer was aangebleven als conditietrainer van de mannen en de vrouwen - red.) opgesteld. Na Butte begon de ellende met mijn voet. Ik wilde mijn eigen koers bepalen, met de trainer waar ik lekker mee had gewerkt. Maar ik mocht niet met hem samenwerken. Het is moeilijk als iemand, met wie je alle voorbereidingen samen hebt doorgemaakt, niet aanwezig is.”

Voor Butte hield Kloosterboer de boot bewust af. Hij wilde Egbert van 't Oever niet voor de voeten lopen. “Yvonne kwam bij mij thuis. Ik heb haar opgelegd: geef Egbert het voordeel van de twijfel. Jij hebt hier niets te zoeken. Je moet me met heel veel dingen niet lastig vallen, sterker, ik wens er ook niet mee lastig te worden gevallen.”

Na een telefonisch verzoek van vader Van Gennip om zijn dochter terzijde te staan op de lange zware mars richting Calgary, zwichtte hij en smeet en passant de deur voor een vervolgcarrière als kernploegtrainer in het slot. In de karavaan was ook een plaatsje ingeruimd voor Van 't Oever en KNSB-arts Koornneef. De eerste kwam nog een keer langs in Heerenveen om trainingsschema's op te halen, maar schond al snel de zorgvuldig gemaakte afspraken. Volgens Kloosterboer onder druk van de KNSB-officials Van Zanten en Charisius die op het onwrikbare standpunt stonden dat “iemand die niet kan schaatsen ook geen schaatsers kan trainen”. Van 't Oever werd helemaal aangeschoten wild, toen Van Gennip op het EK in het Noorse Kongsberg een ondermaatse eerste dag had en Kloosterboer vanuit de thuisbasis telefonisch haar slag corrigeerde. “Ik volgde het toernooi op de televisie en zag dat er in technisch opzicht dingen gebeurden die niet klopten. Toen kwam er een telefoontje van Yvonne met het verzoek om het bij te sturen. Ik schroomde niet om opmerkingen te maken aan de hand van de beelden die ik gezien had. Haar trainer faalde omdat hij die opmerkingen op dat moment niet maakte.”

Het was duidelijk dat de aanwezigheid van Kloosterboer in Calgary niet gewenst was. “Los van de financiële kant van de zaak, had ik sterk de indruk daar overbodig te zijn. Ik zou een storende factor zijn, ik had niets kunnen bijdragen waardoor zij harder was gaan schaatsen. Bovendien werd mij door de KNSB te verstaan gegeven dat ik mijn poten van Yvonne moest afhouden.”

De telefoon kon echter niet worden afgetapt. “In Calgary heb ik de coaching door Egbert laten doen,” zegt Van Gennip. “Het dilemma was dat ik met Tjaart de koers had bepaald en dat hij er desondanks niet bij mocht zijn. Toch ging het goed, omdat ik hem elke dag vanuit Calgary belde. Dat was best spannend. Met hem had ik een vertrouwensrelatie. Al was Egbert trouwens ook een welkome aanvulling. Hij is een kei in het opporren van het zelfvertrouwen.”

“Waar die telefoontjes over gingen?” draait Kloosterboer de film weer eens af. “Over alles. Over hoe ze de wedstrijd in moest gaan, maar ook over simpele dingen als: wat moet ik doen met de huldiging van de drie kilometer? Hoe laad ik me op, wat doe ik wel, wat doe ik niet? Met Egbert had ze niet zoveel contact. Zij accepteerde de rol die hij daar speelde. Het was niet aan mij om daar beroerd over te doen. Er was geen vooraf gemaakte afspraak over het bellen. Yvonne zou het uitsluitend doen als ze er behoefte aan had.”

Na haar eerste gouden medaille, op de 3000 meter, maakte het ganse land kennis met de 06-coach. “De wereld hier rond dit huis stond op zijn kop. Vooraf was ik gevraagd op de tv commentaar te geven bij de drie kilometer. Ik heb het geweigerd, ik was te nerveus. Anderen hebben toen het vuurtje aan het branden gemaakt. Toen heel Nederland eenmaal wist hoe het zat, is Van Gennip er ook niet voor weggelopen. De bond pikte dat niet. Op een persconferentie in het vliegtuig terug naar huis werd ik alsnog ontslagen. Het zal wel van de hoogte zijn gekomen, ik wist niet eens dat ik nog voor de KNSB werkte.”

Na haar triomftocht in Canada ging Van Gennip voor haar plezier nog een tijdje door. Eerst, onder de vleugels van Kloosterboer, een jaartje in een alternatieve kernploeg. Later maakte ze zelfs een speerpunt van de Winterspelen van Albertville (1992). Noch het een noch het ander had ze moeten doen. Kloosterboer: “Er zijn door de successen dingen met Yvonne gebeurd, die haar totaal van slag hebben gebracht. Die haar tot de rand van overspannenheid dreven. Ze werd van alle kanten geleefd. Die rol strookte geen centimeter met haar gedachten over het leven dat ze graag wilde leiden.” Twee jaar geleden deed ze de Vlaamse schrijver Hugo Camps een ontwapenende, alles typerende ontboezeming: “Was ik maar zonder verleden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden