null Beeld Trea van Vliet
Beeld Trea van Vliet

Column

Hij werkt zo hard aan zijn fantasiebedrijf. Laten we het gewoon doen, denk ik soms

Trea van Vliet

Trea van Vliet schrijft over haar vader die psychiatrisch patiënt is.

Als ik bij mijn vader arriveer, staat hij in de gang wanden op te meten. Ik kus hem en vraag wat hij aan het doen is.
“Dag meisje. Ik onderzoek hoeveel wanden ik nodig heb op mijn schepen.”
Veertien bemanningsleden wil hij per schip kwijt kunnen. Die kunnen wel met z’n tweeën in een hut en daar is hij nu dus mee bezig.
We lopen naar zijn slaapkamer waar ik mijn jas uittrek en mijn vader meteen weer achter zijn bureautje gaat zitten rekenen.
Ik ga op zijn bed liggen en kijk naar zijn kromme rug.

Zo langzamerhand begin ik diep respect te krijgen voor de botenplannen van mijn vader. Hij weet van welke materialen de boten moeten zijn. Hoe ze ingericht moeten worden. Wanneer de investeringen terugverdiend zijn. Onder welke vlag de schepen moeten varen. Hoeveel potten en pannen er per schip moeten komen. Dat er een duurzaam alternatief voor stookolie moet komen (daar zoekt hij nog naar). Hij heeft uitgezocht welke subsidies er zijn en hoe je die aanvraagt.

Maar alles loopt steeds spaak op het gegeven dat mijn vader geen geld heeft, niet bij zijn bankrekening kan (hij staat onder bewind) en zich ook niet kan laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel.

Soms betrap ik mezelf erop dat ik zijn plannen zó realistisch vind dat ik denk ‘laten we in vredesnaam een projectmanager zoeken die alles even helpt realiseren’.

Maar ja.

Ik kijk hoe mijn lieve gekke oude vader toegewijd zit te rekenen aan het tafeltje dat zijn begeleiders voor hem hebben geregeld als bureau. Waar zijn vorige begeleiders direct zijn medicatie wilden verhogen als er een scheepswerf voor mijn vader belde, zien de huidige begeleiders er gelukkig meer in om hem in staat te stellen zijn energie onschuldig te kanaliseren.

“Wat wil je doen vandaag pap?”, vraag ik aan mijn vaders kromme rug.
“Me dunkt dat jij en ik wel een ijsje kunnen gaan eten”, zegt hij zonder om te kijken.
Ook in de winter eet mijn vader graag ijs. Verkoeling voor al die innerlijke botenhitte, denk ik bij mezelf.
Mijn vader wil nog een paar sommen afmaken en ik val in slaap.
Als ik wakker word heeft hij zich omgedraaid en zit hij geduldig naar me te kijken.
“Ik meen dat je niet zo hard moet werken”, zegt hij ernstig.
“Kijk naar jezelf”, antwoord ik.
Hij lacht en we maken ons plan. Schoenen aan, jas aan, naar de boulevard.
En of we even een kraslot kunnen gaan kopen.
“Ik voel dat ik een dikke kans maak”, zegt mijn vader terwijl hij in zijn handen wrijft van de voorpret.
“Op een leuke middag met je dochter zeker”, zeg ik.
Toch maar temperen, al die verwachtingen, ook al is het zinloos.

Trea van Vliet is journalist en schrijfster. Op deze plek schrijft ze over haar vader, die verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden