Hij was ondanks alles haar zielsverwant

Lia (68) werd jarenlang verkracht door haar man. Ze bleef lang bij hem uit liefde. Tot het niet meer ging. Deel 2 van een serie waarin Asha ten Broeke de verhalen van vijf vrouwen optekent.

Toen ik definitief een punt achter ons huwelijk zette, zei hij: "Ik snap het. Ik snap het, maar ik kan je niet missen." Er waren heel veel tranen, ook van mij. We waren bovenal ook heel goede vrienden. Mensen hebben het weleens over een soulmate. Ja, dat was hij wel. Maar het kon gewoon niet meer. Ik had al jarenlang het gevoel dat ik niemand was. Dat ik een soort gebruiksvoorwerp was.

Ik ontmoette mijn man toen ik veertien was, bij de jeugdbeweging. Ik ging daarheen om te volleyballen, maar ik raakte al snel betrokken bij allerlei acties. Demonstraties - ook al mocht dat toen nog niet - tegen de rassenpolitiek in Zuid-Afrika, en de rassenrellen in Amerika. Onrecht is een belangrijk thema voor mij.

Ik ben geboren in de oorlog. In de hongerwinter, in Amsterdam. Mijn ouders zaten allebei in het verzet. Mijn vader heeft lang ondergedoken gezeten. De oorlog heeft een grote stempel op mijn leven gedrukt. Doordat ik in de hongerwinter geboren ben, kreeg ik al jong last van mijn gezondheid, artrose. Na de oorlog bleven mijn ouders gericht op wat er gebeurde in de wereld. Mijn vader was actief bij de vakbeweging, mijn moeder in de vrouwenorganisatie. In ons gezin ging het over politiek en vrede.

Mijn man en ik hadden meteen een klik en we kregen verkering. Hij was zestien, twee jaar ouder dan ik. We trokken altijd met een groep op. In de zomer gingen we samen kamperen. Toen ik achttien was, zijn we elkaar uit het oog verloren. Ik ging studeren, kwam nieuwe mensen tegen, ging andere dingen doen.

Maar op mijn 22ste zag ik hem weer. Bij een of ander feest, ik weet niet precies meer waarvoor of van wie. Het voelde meteen weer heel vertrouwd. We gingen samen naar de film, en vanaf dat moment ging het heel snel. We konden enorm goed praten. Hij had dan wel niet gestudeerd, maar hij was heel ontwikkeld. Hele discussies hadden we, over politiek, over de wereld. We hadden die zielsverwantschap.

We gingen al gauw samenwonen, want we konden een woning krijgen. We trouwden omdat ik zwanger was. Dat was niet helemaal de bedoeling. Niet dat het erg was. Maar vanzelfsprekend werd er wel getrouwd. Terwijl ik zwanger was van mijn oudste dochter voerde ik actie voor goede kinderopvang. Ik heb meegedaan aan de neutronenbomacties, streed voor de legalisering van abortus.

Truttig
Het was in die periode moeilijk om te blijven werken als je een kind had. Er was eind jaren zestig nog een groot gebrek aan kinderopvang, want het was volgens velen not done je kind daar naartoe te brengen - als vrouw hoorde je voor je kind te zorgen. Dat vond ik niet, maar toen de baby er was, stopte ik wel met werken. Oh, als ik ergens spijt van heb! Mijn dochter is geboren in maart, toen de lente kwam ging ik naar het park. Daar zaten andere moeders. De gesprekken die zij voerden: afschuwelijk! Alsof er niks anders was dan luiers en spugende baby's. Ik heb me nog nooit zo truttig gevoeld.

En emotioneel vond ik het zo moeilijk. Alles viel ineens stil. Ik miste mijn werk, mijn contacten, zelfs mijn salaris. Want dat is toch iets dat je terugkrijgt voor wat je doet, een soort compliment. Een bewijs dat je een leven buiten de deur hebt. Met alleen een kind en een huishouden wordt je wereld zo klein. En niemand had het daar toen over. Baby's krijgen, dat was toch zo leuk. Een roze wolk. Ik vond het verschrikkelijk. Ik voelde me een nietsnut.

Dat is ook de kentering geweest in mijn huwelijk. Eerder deelden we alles: we hadden allebei ons werk, we deden samen het huishouden. En toen ineens was ik thuis. En dan word je geacht alles te doen. En niemand die zegt: goh, wat heb je de ramen toch mooi gelapt. En dan heb ik het nog niet eens over de gebroken nachten met de baby.

Daarvoor hadden we een fijn, normaal seksleven. Dat hij iets vaker wilde dan ik was eigenlijk nooit een probleem. Maar door mijn emotionele achtbaan na de geboorte van ons eerste kind, was ik totaal niet in de stemming. Seks was het laatste waar ik behoefte aan had. Dat had ook een fysieke reden. Tijdens de bevalling was ik erg ingescheurd, richting de voorkant, precies waar het het gevoeligst is.

Huwelijksrecht
Die mei vertrok ik naar het Gooi, met de kleine. Daar hadden mijn ouders een tenthuisje. Mijn man werkte in de bouw, dus die bleef in Amsterdam. In het weekend kwam hij, op de scooter, want we hadden geen auto. Maar op een gegeven moment had hij daar geen zin meer in. Ik moest van hem naar huis komen, eventueel zonder de baby. Ik wilde niet, want ik had wel door waarvoor ik thuis moest komen. Dus dan zit je daar, in een tenthuisje, zonder man, met een kind en een moeder die niet snapte waarom ik emotioneel zo in de war was. Dat gaf enorme wrijving. Dus ben ik toch maar weer naar huis gegaan.

Achteraf gezien is dat het punt geweest dat de verandering heeft ingeluid. Want vanaf dat moment ging hij in bed zijn 'huwelijksrecht' opeisen. En wat begin je als vrouw, in je eigen bed, tegen iemand die sterker is dan jij? En van wie je ook nog eens houdt? Vervolgens veranderde ik ook, dat is logisch. Mijn eigen zin in seks ging helemaal weg. Niet de behoefte aan aanhankelijkheid, natuurlijk. Maar ik durfde voor geen prijs meer toenadering te zoeken, of even te knuffelen. Want dan denk je bij jezelf: nee, niet doen, want straks moet ik weer...

Het ging niet altijd zo. We hebben ook periodes gehad dat het weer goed ging. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een tweede kind. Maar toen de jongste er eenmaal was, ging het weer met vallen en opstaan. Dan was er weer die dwang. De volgende dag had hij altijd enorme spijt. Dan beloofde hij dat het nooit meer zou gebeuren. Tot die drift te sterk werd. Dan moest hij zijn recht opeisen. Zo zei hij dat later zelf ook.

En je wilt absoluut niet dat de buitenwereld iets merkt. We leken zo'n leuk stel samen. We wáren ook een leuk stel. Hij was ook een heerlijke vader, zo goed met de kinderen. In mijn hoofd ging ik die zaken helemaal scheiden: ons mooie leven, en wat er in bed gebeurde. Het was alsof ik in twee werelden leefde.

Maar op een gegeven moment werd dat laatste zo erg dat ik met mijn huisarts ging praten. Die stelde voor om in therapie te gaan. Ook omdat we het verder zo goed hadden samen. Mijn man ging mee. Ik had toen het gevoel dat hij er echt aan wilde werken, aan een oplossing. We kregen opdrachten: een seksverbod, of juist romantisch gedoe met kaarsjes. Ik vond het te geforceerd, maar toch ging het daarna een tijdje goed. Totdat de oude patronen terugkwamen. Ik kon gewoon nooit nee zeggen, want dan nam hij wat hem 'toekwam'. Later realiseerde ik me dat het ook in therapie al scheef zat. Hij deed weliswaar enthousiast mee, maar hij zag mij als de patiënt. In zijn ogen was ik frigide, moest ik genezen.

Dat was het moment dat ik me voornam om op te stappen. Ik ben heel lang bezig geweest met weggaan. Hem eigenlijk willen verlaten, en dan toch vanwege de kinderen maar weer proberen hem te begrijpen. Uiteindelijk heb ik die knoop pas doorgehakt in 1985. Mijn dochters waren toen vijftien en twaalf. Ze snapten ook niet waarom we uit elkaar gingen, want ze hadden nooit iets gemerkt.

Vriendinnen zeggen: onbegrijpelijk dat je het zo lang hebt volgehouden. Ik kan dat ook niet uitleggen. Maar ik denk dat het veel te maken had met liefde. Er was een soort vermenging tussen de hechte vriendschap die we hadden, en het schuldgevoel dat hij had.

Scheidingsfabriek
Achteraf vind ik het ook onbegrijpelijk van mezelf. Toen mijn oudste dochter één was, ben ik weer aan het werk gegaan. In de tijd dat we uit elkaar gingen, had ik een baan bij maatschappelijk werk, op de Joke Smit-school. Daar kwamen vrouwen die dachten dat ze niets konden, en die daar ontdekten dat ze toch heel goed waren in dingen. Ik hoorde verhalen van vrouwen: hoe hun mannen hun studieboeken verscheurden, hen uitlachten en treiterden omdat ze weer naar school gingen. Die vrouwen werden steeds bijdehanter - de school stond bekend als scheidingsfabriek. En daar zat ik dan overdag die vrouwen de weg te wijzen, terwijl ik zelf in een vergelijkbare situatie zat.

Dat gevoel, dat ik er mocht zijn, dat ik geen ding was, dat groeide na de scheiding langzaam weer aan. Toen ik eenmaal een eigen woning had, was de vriendschap tussen mij en mijn man ook voorbij. En nadat de kinderen uit huis waren gegaan, begon een heel ander leven. Ik hoefde alleen nog maar om mezelf te geven. Ik ontmoette nieuwe vrienden. Ik ging reizen, naar Azië en Afrika, het echte leven in die landen zien.

Op mijn 59ste kwam ik op mijn werk in aanmerking voor een afvloeiingsregeling. Het was dat of naar Apeldoorn verhuizen, en daar had ik geen zin in. Dus ik dacht: doe maar. Ik was nog geen maand thuis of ik was weer actief in de vrouwenbeweging. De laatste jaren doe ik veel in de werkgroep huiselijk geweld. Daarin ben ik de enige vrouw. Verder zijn het mannen, met allerlei culturele achtergronden. Ik zie steeds meer allochtone vrouwen actief worden. Dat is goed om te zien. Ik heb ook een avond georganiseerd over homoseksualiteit, speciaal ook voor allochtonen. De zaal zat niet vol, maar het gaat erom dat je een zaadje plant. Dat je mensen op weg kunt helpen. Ze sterken, zodat ze weer verder kunnen. Dat kan ik goed.

Ik heb nooit meer een nieuwe liefde gehad. Het animeert niet. Het heeft allemaal toch te lang geduurd, denk ik. Ik heb wel eens gedacht: misschien voel ik me meer tot vrouwen aangetrokken. Want ik voel me zo vrij bij vrouwen. Ik heb het wel geprobeerd. Het samenwonen was heerlijk. Het is sowieso een ontzettend fijn gevoel, dat je met iemand woont die gewoon uit zichzelf ziet dat de vloer gezogen moet worden. Maar dat seksuele is er bij mij niet. Ik heb nog wel eens seks gehad met een jongere man. Dat was een heel fijne ervaring. Een soort bevestiging dat er niks aan je mankeert. Je komt er toch een beetje gekneusd uit, uit zo'n geschiedenis. Maar ook dat overwin je. Je vindt jezelf opnieuw uit.

Ontstaan van de serie
Asha ten Broeke beschreef op 21 januari 2013 in haar column hoe ze op haar achttiende werd verkracht door de vriend van haar vriendje. De column maakte veel los. Sommigen vonden dat het Ten Broekes eigen schuld was, andere vrouwen vatten moed en vertelden hun eigen verhaal. Onder hun eigen naam, omdat er eigenlijk niets is om je voor te schamen. De verhalen gaan niet alleen over hun verkrachting. Ze gaan over hun complete leven. Want evenmin als deze vrouwen schuld hebben aan wat hen overkwam, zijn ze eeuwige slachtoffers.

Dit is de tweede aflevering in een serie van vijf verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden