Hij was bijzonder,

Koos van den Akker 1939-2015

Hij stierf zoals hij had gewild: achter de naaimachine waarmee hij in Amerika naam had gemaakt.

Hij had een afkeer van zijn klanten. Dus was hij zelden te vinden in zijn chique kledingwinkel aan Madison Avenue in New York. "Ik hou niet van vrouwen, ik werk niet graag met ze", zei hij vijf jaar geleden. "Die vrouwen maken zoveel gedoe in de winkel. Ze hebben een psychiater nodig, geen ontwerper."

Het liefst zat Koos van den Akker in zijn werkplaats in het rommelige textieldistrict van de stad. Tot het einde toe zat hij daar zelf achter de naaimachine."Ik ben een naaister, geen modeontwerper", zei hij graag.

Ook noemde hij zichzelf wel een schilder met stoffen. Oude bontjassen die zijn klanten niet meer droegen, lapte hij letterlijk op met andere materialen. Ook van een gewone trui maakte hij een collage door er allerlei textiel op te stikken.

Die truien werden beroemd door de Amerikaanse komediant en tv-ster Bill Cosby. Een vriendin van Van den Akker had Cosby zo'n wilde trui cadeau gegeven en hij droeg die op tv. Na de uitzending regende het telefoontjes bij de studio van mensen die ook zo'n trui wilden. Zo werd Van den Akker bekend bij een groter publiek onder de naam 'Koos', zijn handelsmerk.

Andere Amerikaanse beroemdheden volgden. Hij genoot ervan. "Natuurlijk is dat leuk", zei hij in 2012 in 'Tien geboden' in Trouw. "Natuurlijk is het leuk als Liv Ullmann 'Hi Koez!' roept als ze je in een warenhuis tegenkomt, maar dat is het alleen omdat we als vrienden met elkaar kunnen omgaan. Adoratie, daar doe ik niet aan." Wel was hij met zichzelf ingenomen: "Ik ben bijzonder, daar kan ik verder ook niet veel aan doen."

Dat bijzondere paste slecht in zijn ouderlijk huis in Den Haag. Zijn ouders waren christelijk gereformeerd, 'goede, eerlijke mensen maar dodelijk saai', zoals hij zei. Mode was iets van de duivel, vonden ze. Maar Koos kleedde graag zijn twee oudere zusters aan, met een wit laken dat hij had bestikt met kralen.

Op zijn vijftiende werd hij al toegelaten tot de kunstacademie in Den Haag. Om bij te verdienen richtte hij de etalages van V&D in. Daarna moest hij in militaire dienst. Hij nam zijn naaimachine mee naar de kazerne en al gauw zat hij in de kelder kleren te naaien voor de vrouwen en dochters van officieren.

Koos trok naar Parijs om verder te leren aan de particuliere hogeschool voor mode ESMOD, die was gevestigd in hetzelfde gebouw waar Christian Dior zijn atelier had. In 1963 werd hij leerling bij Dior, waar hij drie jaar bleef.

Toen hij terugkeerde in Nederland gaf zijn vader hem, ondanks alle bezwaren van vroeger, geld om een winkeltje te beginnen. Zijn etalage trok veel bekijks, maar weinig klanten. "Holland was nog niet klaar voor mode", vertelde hij later. "Ik kwam aanzetten met allerlei Dior-fantasieën, maar de vrouwen leken wel koeien. Ze wilden allemaal een rok met extra lappen voor op de knieën, tegen de slijtage."

Na de dood van zijn vader in 1968 beproefde Koos zijn geluk in New York City. Die stad fascineerde hem sinds hij de filmkomedie 'Breakfast at Tiffany's' had gezien, over een vrouw die ervan droomt te kunnen winkelen bij juwelier Tiffany.

De dromen van Koos moesten nog even wachten. Hij had alleen zijn naaimachine meegenomen en hij had nog geen tweehonderd dollar op zak. 's Avonds naaide hij jurken op zijn hotelbed om ze overdag te verkopen op de stoep. Toen hij een baan kreeg als ontwerper van ondergoed, kon hij genoeg sparen om na twee jaar een winkeltje te openen. Net als in zijn Haagse winkel sliep hij in een achterkamer. Na vier jaar verhuisde hij in 1975 naar de prestigieuze Madison Avenue, wat zijn belangrijkste winkel is gebleven.

Belasting had hij nooit betaald. Dat kwam hem te staan op een rekening van een half miljoen dollar, die hij inmiddels kon betalen. In de jaren tachtig kostte een jas bij hem al zo'n tweeduizend dollar.

Zijn collagetechniek met bizarre patronen sloeg aan. Op een simpele basis naaide hij lappen katoen, wol, fluweel, bont, leer en soms metaal. Opdrachtgevers hadden weinig te vertellen, ze mochten alleen de basiskleur bepalen. Voor de rest wilde hij de vrije hand hebben. "Het is net als bij een kunstschilder", zei hij. "Hoe vrijer we zijn, des te beter is het resultaat."

Voor de een was het kunst, voor de ander broddelwerk. Daar was hij zich van bewust. "Er loopt een heel dunne lijn tussen iets afschuwelijks en iets geniaals", zei hij.

Voordat hij zijn levenspartner John Bell ontmoette, leefde hij alleen en zonder vrienden. "Mijn kamer zag er verschrikkelijk uit, ik maakte nooit iets schoon, ik verzorgde mezelf niet. Het enige wat ik deed was werken, werken, werken." Met John kreeg hij ook een huiselijk leven. Hij stierf in 1991 aan aids, zoals zoveel vrienden wier portretten aan de wand van zijn werkplaats hangen.

Achttien later kreeg hij een relatie met een halve eeuw jongere masseur die hem als verjaarscadeau was gestuurd. "Ik werd op slag verliefd. Een bakvis van zeventig", zei hij in deze krant. "Eerst betaalde ik hem voor zijn bezoekjes, maar inmiddels hebben we een relatie. Ik kom er nu pas achter hoe fantastisch seks kan zijn. Als ik dit op mijn dertigste had geweten, zou ik nooit aan een carrière zijn toegekomen."

Koos kreeg darmkanker en hij stierf zoals hij had gewild: achter zijn naaimachine.

Koos van den Akker werd geboren op 16 maart 1939 in Den Haag. Hij stierf op 4 februari 2015 in New York City.

daar kon hij niets aan doen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden