'Hij schreeuwde dat hij niet bang was voor de baas'

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Gepensioneerd topambtenaar Arthur Docters van Leeuwen (68) begon in een metaalfabriek. Deze maand kwam zijn eerste poëziebundel 'Weggewaaid' uit.

"Het was een karweitje dat niemand wilde doen. Zes weken lang stond ik in een klein metaalfabriekje metalen voorwerpen te ontvetten door ze in verhitte ether te dompelen. Ether is brandgevaarlijk en niet best voor je gezondheid, maar het was eind jaren vijftig - ik was zestien - en aan arbovoorzieningen deed men nog nauwelijks.

Op een dag riep één van de werknemers mij bij zich. Hij deed heel geheimzinnig en voerde me mee tussen twee stampende machines, niet zichtbaar of hoorbaar voor anderen. Ik dacht: wat gaan we nú beleven? Over het geraas van de machines schreeuwde hij me toe: "Ik ben helemaal niet bang voor de chef!" Daarna gingen we beiden weer aan het werk.

Het was mijn eerste kennismaking met angst voor hiërarchie. Later ben ik nog veel mensen als hij tegengekomen. Hoe vaak mij niet is gevraagd iets tegen een minister te zeggen omdat de persoon in kwestie het zelf niet durfde! In de fabriek besloot ik: zo wil ik nooit worden.

Het werk was saai, de dagen duurden lang. Maar ik verkeerde als gymnasiast voor het eerst in een industriële omgeving en dat vond ik heel interessant. Wij mochten het thuis dan niet breed hebben, ik had heel goed door dat er voor mij wél perspectieven waren. Mijn moeder zei altijd: 'Arthur wordt burgemeester, of iemand in Den Haag'. De mensen in de fabriek moesten het met minder intelligentie doen, zij hadden geen toekomst voor zich zoals ik.

Tijdens mijn studie rechten kon ik aan de slag als rechtbankverslaggever van kleine rechtszaken bij het Utrechts Nieuwsblad. Het was mijn eerste kennismaking met de praktijk van rechtspraak. De rechter gedroeg zich op een manier die wij nu autoritair en kleinerend zouden noemen. 'Zo moedertje', zei hij dan tegen een winkeldievegge. Toch herinner ik mij geen enkel eclatant onrechtvaardig vonnis. Er was wel eens een zaak waarin een burger heel brutaal was, hij kreeg een half jaar extra gevangenisstraf. In het artikeltje dat ik erover schreef, liet ik merken dat ik het een te zware maatregel vond.

In het begin was ik helemaal niet goed in verslaggeven: te formeel. Maar ik leerde snel, ik zat altijd naast een verslaggever van het Vrije Volk met een voortreffelijk handschrift, ik kon prima bij hem afkijken. Zo heb ik smakelijk leren schrijven. Een beetje dan, want ik voerde ook strijd met de stadsredactie. Die vond dat ik de zaak sappig en met veel details moest beschrijven, zodat je bij wijze van spreken je buurman zou kunnen herkennen als die moest voorkomen. Daar wilde ik niet aan meewerken. In de wet staat dat mensen de kans moeten krijgen na hun straf te resocialiseren. Door hun privacy te schenden, belemmer je hen daarin. Toen de redactie steeds meer op die sappige schrijfstijl aandrong, ben ik voortijdig gestopt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden