Hij opende mij de ogen

Schrijver en wetenschapper Maarten van Buuren was er ondersteboven van in de jaren zestig: 'Wahrheit und Methode' van Hans-Georg Gadamer, 500 pagina's geestverruiming. Na meer dan een halve eeuw eindelijk in het Nederlands vertaald.

MAARTEN VAN BUUREN

Maarten van Buuren was hoogleraar moderne Franse letterkunde in Utrecht. Met Joep Dohmen schreef hij 'Van oude en nieuwe deugden. Levenskunst van Aristoteles tot Nussbaum'.

Tijdens mijn studie vond er een revolutie plaats in de manier waarop naar kunst, literatuur en de wereld werd gekeken. Onderzoekers die tot dan toe bezig waren geweest om de betekenis van een tekst te reconstrueren aan de hand van de vraag wat de schrijver kon hebben bedoeld, of wat de tekst in de tijd van verschijnen kon hebben betekend, werden met succes bestreden door jonge honden die vonden dat betekenis ontstaat op het moment dat de tekst wordt toegepast op eigen omstandigheden. Het was een bevrijdend inzicht. Weg met de muggenzifters! De verbeelding aan de macht! Anything goes!

De nieuwlichters beriepen zich op een eerbiedwaardig werk over de kunst van het interpreteren, de hermeneutiek, dat kort daarvoor was verschenen: 'Wahrheit und Methode'.

Ik haastte me dat boek aan te schaffen. Het heeft sindsdien mijn denken over taal, literatuur en de wereld bepaald.

Het heeft ruim zestig jaar geduurd, maar eindelijk is dat boek in Nederlandse vertaling verschenen: Gadamers 'Waarheid en methode. Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek'.

Hermeneutiek verwijst van oudsher naar de interpretatie van de Bijbel, een combinatie van de kunst van het uitleggen (subtilitas explicandi) en toepassen (subtilitas applicandi). In de negentiende eeuw werd hermeneutiek versmald tot een reconstructie van de oorspronkelijke betekenis. Wat is de betekenis van het Tweede Gebod, 'Gij zult u geen gesneden beeld maken'? In de negentiende eeuw zou men zeggen dat je moet kijken naar de periode waarin dit gebod werd vastgelegd: ergens in de zesde eeuw voor Christus. Het gebod werd uitgevaardigd om de cultus van het gouden kalf, gewijd aan God El, uit te bannen. God El werd door diverse stammen van Israël vereerd. In het boek Kronieken is te lezen hoe koning Jerobeam in Bethel en Dan heiligdommen stichtte waar El in de gedaante van een gouden kalf werd aanbeden. Het was de periode waarin Israël was verscheurd tussen een Noordrijk (onder Jerobeam) en een Zuidrijk. De bedoeling van het Tweede Gebod was om het gouden kalf en god El uit te schakelen ter wille van JHWH. De alleenheerschappij van JHWH was noodzakelijk om de twaalf stammen van Israël die in tweedracht uiteen waren gevallen, tot één staatkundige eenheid te smeden. De oorspronkelijke betekenis van het Tweede Gebod ligt in dit streven naar staatkundige eenwording.

Gadamers hermeneutiek is een reactie op deze historische benadering. Volgens hem is toepassing op de huidige situatie minstens zo belangrijk als het achterhalen van de oorspronkelijke betekenis. De vraag moet niet luiden: wat betekent de tekst, maar wat betekent de tekst voor óns?

Bovendien is het onmogelijk om zich los te maken uit de tijd waarin men leeft en zich in gedachten te verplaatsen naar de periode waarin de tekst ontstond. Wij zijn ingebed in voorkennis, een netwerk van vooronderstellingen waaruit we ons met de beste wil van de wereld niet kunnen bevrijden. Deze voorkennis bestaat uit taal, uit begrips- en denkkaders, normen en waarden. We worden gedragen door deze voorkennis en alles wat daarin besloten ligt aan traditie, autoriteit en vooroordeel.

Een van de grote kwaliteiten van Gadamers boek is de herwaardering van deze laatste begrippen.

In het Romeinse recht was het voor-oordeel een voorlopige rechterlijke uitspraak die aan het uiteindelijke oordeel voorafging. De Romeinen maakten onderscheid tussen vooroordelen in de ongunstige zin van overijlde oordelen, en vooroordelen in de gunstige zin van oordelen berustend op overlevering en autoriteit. Voor autoriteit gold iets dergelijks. De ongunstige betekenis ervan (een vorm van betutteling die door de Verlichting terecht werd veroordeeld) werd onderscheiden van de gunstige betekenis, die verwijst naar autoriteit als een noodzakelijke voorwaarde voor begrip.

Begrijpen is volgens Gadamer een proces waarin twee horizonten in het geding zijn: de begripshorizon waarin wij staan (de grens tot waar wij kunnen denken) en de historische horizon waarin het werk verscheen. Begrip komt tot stand als we ons uitstrekken naar de historische horizon en proberen een historisch werk of gebeurtenis op onze eigen horizon toe te passen. Begrijpen is de 'versmelting' van beide horizonten. Voor een toepassingvan het beeldverbod (het Tweede Gebod) op onze eigentijdse situatie, kan men denken aan speelfilms, een moderne vorm van beeldverdwazing, reden waarom speelfilms elk jaar op ironische wijze worden onderscheiden met een gouden kalf.

De immense kracht van Gadamers boek bestaat hierin dat het de betekenis van betekenis fundamenteel verandert. Betekenis (van wat dan ook: tekst, kunstwerk, natuur of mens) is niet een onveranderlijke kern die eens en voor altijd in de dingen is neergelegd, maar een kiemkracht die zich in de loop van de tijd ontplooit in een nooit eindigende reeks interpretaties. Denk voor het Tweede Gebod aan de ontelbare reeks toepassingen die in de loop van de geschiedenis aan dit gebod zijn gegeven.

Volgens Spinoza was de menselijke verbeelding bijvoorbeeld zoiets als een dans om het gouden kalf. Onze verbeelding (opgebouwd uit zintuiglijke waarnemingen) verleidt ons tot aanbidding van zaken als geld en seks en beneemt ons het zicht op de ware God die alleen met redelijk denken ontdekt kan worden. Voor de neomarxisten werkt 'ideologie' op dezelfde manier als 'verbeelding' voor Spinoza. Ideologie is een denkbeeldige voorstelling van de sociale werkelijkheid, zeggen de neomarxisten. Ideologie misleidt de mensen en schuift als een scherm tussen hen en de echte werkelijkheid. De mensen moeten dat scherm vernietigen, willen ze in contact komen met de echte werkelijkheid.

Volgens Gadamer is het beste voorbeeld van kiemkracht te vinden in de rechtspraak. De betekenis van een wetsartikel ligt niet in de oorspronkelijke betekenis van het artikel (hoewel er rechtsgeleerden zijn die menen van wel), maar in de oneindige hoeveelheid toepassingen die er in de loop van tijd van worden gemaakt en die worden vastgelegd in de jurisprudentie.

In de literatuurwetenschap vond naar aanleiding van de publicatie van 'Waarheid en methode' een omwenteling plaats die tot de zogeheten receptie-esthetica leidde. De betekenis van een tekst, zoals 'Hamlet', werd niet langer gezocht in een reconstructie van de betekenis die Shakespeare in 1601 bedoeld kon hebben, ook niet in de betekenis die het stuk kon hebben gehad voor het publiek van toen, maar in de lange reeks interpretaties die in de loop van de tijd aan dat stuk zijn gegeven.

Tijd is voor Gadamer niet een belemmering die de betekenis onzichtbaar maakt achter een steeds dikker wordende mist. Het is een werkzame dimensie waarin de potentiële mogelijkheden van de betekenis worden uitgeplooid. De geschiedenis van een tekst, een kunstwerk of een historische gebeurtenis bestaat uit alle interpretaties die er in de loop van de tijd aan zijn gegeven. Het is een Wirkungsgeschichte.

Gadamers hermeneutiek sluit aan op de theologie van Rudolf Bultmann, eveneens een leerling van Heidegger. Aan het begin van de twintigste eeuw pleitte hij ervoor om de toepassing (applicatio) in ere te herstellen. De Bijbel is niet een historisch geschrift, zei Bultmann, maar een aan ons gericht appèl.

Dat appèl maakt deel uit van wat we verstaan onder betekenis en begrip. Als we iets werkelijk begrijpen, vindt er een omkering plaats waarbij de tekst het heft in handen neemt en ons in de positie van object plaatst. Het is de tekst die ons ondervraagt en ter discussie stelt, niet andersom. Elk begrip dat die naam verdient is een ervaring, en elke ervaring bergt een moment van negativiteit in zich. Gadamer bedoelt daarmee dat tekst en kunstwerk alleen in zoverre tot werkelijk begrip leiden als ze niet aan onze verwachtingen voldoen.

Een half jaar geleden kocht ik een litho van Francis Bacon, het derde luik van 'Triptiek 1972'. Een man zit op een keukenstoel. Het lijkt alsof er op hem is ingehakt met een machete. De linkerhelft van zijn lichaam begint van hem af te vallen als een plak ham. Zijn rechterarm verschrompelt ter hoogte van zijn pols, zijn rechterbeen verwatert vlak onder de knie en vloeit weg in een plas die de kleur heeft van ontbinding. Dit verontrustende tafereel fascineert me omdat het niet beantwoordt aan wat ik normaal onder kunst versta. Bacon portretteert zijn minnaar die kort daarvoor zelfmoord had gepleegd. De onzegbare gruwel van wat dat betekent wordt me hier geopenbaard. Bacons litho verlegt de grenzen van mijn horizon. Hij vergroot mijn 'wereld' om het in de woorden van Gadamer en Heidegger te zeggen.

In het derde en laatste deel van zijn boek neemt Gadamer een enorme stap. Hij verbreedt de betekenis van hermeneutiek als begripsleer naar die van zijnsleer. Wat Gadamer bedoelt is dat het menselijke bestaan zich op hermeneutische wijze ontplooit. We worden op aarde 'geworpen', gewapend met een voorkennis die ons in staat stelt ons uit te plooien (explicatio) in het bestaan en ons aan te passen (applicatio) aan de omstandigheden waarin we terecht zijn gekomen. Ik vind dat een fantastisch uitzicht.

Mijn enthousiasme wordt getemperd doordat Gadamer het 'zijn' definieert als een 'zijn in taal'. De titel van het derde deel luidt: 'Taal als horizon van een hermeneutische ontologie', een leer over het 'zijn'. De mens 'is' volgens Gadamer (en Heidegger) in de mate waarin hij zich een wereld (Welt) schept in taal. Mensen ontwikkelen een Welt, omdat ze over taal beschikken. Dieren hebben geen Welt, want ze hebben geen taal. Dieren hebben alleen een Umwelt (een omgeving, een milieu).

Ik proef hier iets van de arrogantie van Duitse classici die menen dat mensen meer Welt hebben, naarmate ze zich verder in taal hebben ontplooid, en niet zomaar in taal, maar in de taal van de Klassieken, met een voorkeur voor de vroeg-Griekse filosofen. Het is kenmerkend dat Gadamer en Heidegger deze Klassieken veelvuldig citeren in het Grieks, zonder vertaling.

Ik proef de discriminatie door gymnasiasten die menen dat de wereld van degenen die zich laven aan de Klassieken groter is dan de wereld van u en mij (ik heb tot mijn spijt nooit gymnasium gedaan) en nog veel groter dan van degenen die nooit aan een universitaire opleiding zijn toegekomen. En wat te denken van vmbo-leerlingen? Hebben die eigenlijk wel een Welt?

Ik stel voor om het fantastische idee van een hermeneutische zijnsleer te behouden, maar deze te verbreden tot de echte wereld. Ik ben ervan overtuigd dat het 'zijn' zich hermeneutisch ontvouwt. Ik ben ervan overtuigd dat dit geldt voor alles wat leeft en groeit: mensen, dieren en planten. Elk beukenootje weet hoe het zich moet ontplooien en aanpassen aan het stukje bos waarin het terecht is gekomen, elk beverjong weet hoe het takken en stammetjes moet verzamelen om een dam te maken, omdat zich daarachter het meer vormt waarin de vissen zwemmen waarvan het moet leven, elke baby weet wat het moet doen om zich een plaats te verwerven in een wereld die zich veel verder uitstrekt dan in taal alleen.

"Ik heb de laatste tijd last van mijn knieën. Het lopen valt me zwaar. Het is een handicap die mijn gedachten en mijn werktempo vertraagt", vertelde Hans-Georg Gadamer in 2000 in een interview naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag. Gadamer, geboren in 1900, promoveerde op zijn 22ste op een proefschrift over Plato. Tijdens zijn studie ontmoette hij Heidegger, die hem aanraadde om klassieke talen te gaan studeren.

Onder leiding van Heidegger verdedigde hij in 1928 zijn tweede promotie ('Habilitation'), eveneens over Plato.

Hans-Georg Gadamer
In 1949 werd Gadamer tot hoogleraar benoemd in Heidelberg als opvolger van de beroemde Karl Jaspers. Hij had vrijwel niets gepubliceerd en was buiten de kleine kring van Heidegger-adepten onbekend. Dat dwong hem tot het schrijven van zijn eerste echte boek. In 1960 verscheen 'Wahrheit und Methode'. Gadamer overleed in 2002.

Van zijn monumentale boek is nu een vertaling verschenen van filosoof en meester-vertaler Mark Wildschut.

Hans-Georg Gadamer: Waarheid en methode. Hoofdlijnen van een filosofische hermeneutiek. Vertaling Mark Wildschut. Vantilt, Nijmegen; 518 blz. euro29,50

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden