Hij moest en zou wraak nemen

De schrijver van 'Ik heb altijd gelijk' wílde helemaal geen gelijk krijgen, hij wilde juist de messen blijven slijpen

W.F. Hermans riep sterk verdeelde reacties op. Groot schrijver ja, maar wat een onaangenaam mens! Nee, juist een van de scherpste intellectuelen in naoorlogs Nederland! Zijn bewonderaars, zoals Max Pam of Volkskrant-criticus Arjan Peters, hebben de neiging Hermans te annexeren, zodat zijn officiële biograaf Willem Otterspeer na het eerste deel van zijn biografie niet veel goed kon doen. Het boek was volgens de critici veel te dik, terwijl Otterspeer zelf gezegd had dat biografieën niet zo omvangrijk moesten zijn. En de titel 'De mislukkingskunstenaar' zat er al helemaal naast voor zo'n groot schrijver. Otterspeer wierp tegen dat Hermans had zichzelf een 'mislukkingskunstenaar' had genoemd. Hij schreef over menselijke en maatschappelijke mislukking en beschouwde zich zelf op het eind van zijn leven ook als mislukt.

Ook het nog dikkere tweede en laatste deel, 'De zanger van de wrok', zal wel op kritiek stuiten. Werd Hermans werkelijk door zoiets kleins als wraakgevoelens gedreven of was hij vooral de superieure geest die naoorlogs Nederland de maat nam? De kwestie is denk ik dat Otterspeer Hermans psychologisch wil duiden, heel deze biografie is erop gericht om het hoe en waarom van zijn schrijven en denken te verklaren, en dat terwijl Hermans zelf niet veel met de psychologie en haar zachte, verklarende kanten had. Hij wordt kortom gemeten met een hemzelf onwelgevallige maat.

Mij dunkt intussen dat Otterspeer een heel eind komt met zijn uitleg van het complexe karakter van Hermans en de weerslag daarvan in zijn literaire werk. En nog iets, deze inderdaad nogal ongebreidelde biografie is bij alle gepsychologiseer geschreven zoals het hoort, objectief, informatief, helder. De lengte ontstaat vooral doordat Otterspeer steeds heel uitgebreid citeert uit Hermans werk. Dat is prettig, het voelt alsof de schrijver zelf zijn biografie illustreert. Ik las de kleine 1200 pagina's in elk geval in één ruk uit.

Tegelijkertijd vraag ik mij af of ik dit allemaal wel wil weten, de grote schrijver komt er als een vaak kleingeestig mens uit, een probleem dat trouwens wel vaker optreedt als je kunstenaarsbiografieën leest: ze beïnvloeden je beeld van de schrijver en zijn werk nogal eens negatief. Otterspeer ontziet het monument bepaald niet. Met instemming citeert hij aan het eind van zijn verhaal de verzuchtingen van Hermans' paladijn Frans Janssen: "W. heeft twee overheersende elementen in zijn karakter. 1) sterk egocentrisme: uitleven van eigen wens en wil, 2) sterke neiging tot 'pesten' van anderen, hun zwakheden onder de neus wrijven, het naar beneden halen." Geen wonder dat op den duur al zijn vrienden, zoals de tekenaar Oey Tjeng Sit en zelfs deze trouwe Janssen zelf, met hem gebrouilleerd raakten; alleen Freddy de Vree hield het, op enige afstand, met hem uit. Hermans met zijn sadomasochistische wereldbeeld had vijandschappen nodig, stelt Otterspeer; hij moest wraak nemen, voor zijn jeugd, voor zijn gevoel dat hij ondanks alles mislukt was, als wetenschapper en als schrijver, dat hij niet internationaal was doorgebroken en dat men niet naar hem luisterde. Hij was een rancuneus man die het vooral op idealisten en op links gemunt had.

Opmerkelijk is Otterspeers visie op de Weinreb-affaire. In zijn wantrouwen aan de man die zijn collaboratie na de oorlog probeerde weg te moffelen, kreeg Hermans gelijk. En dat is volgens Otterspeer misschien het fnuikendste dat hem overkwam. "Niet het onbegrip van de Nederlandse kritiek, niet het gebrek aan dank van zijn vaderland, maar zijn gelijk deed hem de das om. De oorlog, die archetypische chaos, werd opeens helder als glas, goed kon opeens van kwaad gescheiden worden. Opeens kon er wel iets over de mens bewezen worden. Het historische gelijk ontmantelde het mythologische." Een gewaagde conclusie die je niet hoeft te onderschrijven om het eens te zijn met de onderliggende gedachte: de schrijver van 'Ik heb altijd gelijk' wílde helemaal geen gelijk krijgen, hij wilde juist de messen blijven slijpen.

Deel II van deze biografie over de jaren 1953-1995 behandelt de periode van Hermans' hoogtepunt als schrijver, zeg van midden jaren vijftig tot en met de jaren zeventig, toen hij klassiekers als 'De donkere kamer van Damokles' en 'Nooit meer slapen' schreef, maar ook zijn neergang als het allemaal matiger wordt, met een mislukte roman als 'Uit talloos veel miljoenen', of de vaak makke columns die hij onder het pseudoniem Age Bijkaart schreef. Hermans is dan een tandeloze tijger geworden.

Hermans' grote verhalen zijn mythologieën, over ambities en mislukkingen, over de absurditeit en de onkenbaarheid van de wereld. Als hij tegen het eind van zijn leven een soort karikaturale realist wordt, gaat het mis: "het is alsof de concentratie waarmee hij zijn romans voorheen op papier wierp, de volledige overgave aan het schrijven, doorbroken was. De banale buitenwereld was zijn romanwereld binnengekropen en had zijn thematiek vervalst", schrijft Otterspeer naar aanleiding van 'Herinneringen van een engelbewaarder'. Het lijkt me een conclusie die menig Hermansiaan zal bestrijden. Want zijn naam dankt Hermans niet in de laatste plaats aan zijn gedesillusioneerde mensbeeld, zijn superieure scherpte, zijn polemische pen, zijn maatschappijkritiek.

Toch rijst uit 'De zanger van de wrok' het beeld op van een misantropisch en verongelijkt man, eenzaam ondanks zijn gezinsleven en altijd bang niet serieus genomen te worden. Ongelukkig ook, behalve als hij zich met zijn hobby's kon bezighouden. Met een zekere vertedering lees je over de huiselijke Hermans, zijn liefde voor katten, oude schrijfmachines, snelle auto's die hij eigenlijk niet aankon, zijn hartstochtelijk genomen foto's die door kenners en professionals werden versmaad. Daar was hij zichzelf, maar voor de buitenwereld wilde hij scoren. Aan alles lees je af dat de titel van een van zijn verhalen, 'Een wonderkind of een total loss', op hemzelf sloeg: de hyperintelligente man die zijn ongenoegen over de buitenwereld ventileerde door de verkondiging van onwrikbare waarheden.

Persoonlijk denk ik dat zijn problemen aan de Groninger Universiteit, die Hermans, lector Fysische Geografie, ten tijde van de democratiseringsgolf uitrookte, hem meer hebben geraakt dan de zaak Weinreb. Het wierp hem terug op zichzelf. Of hij het in onze tijd gered zou hebben met zijn ijzeren conservatisme, vraag ik me af. De opkomst in de jaren zestig van de open, 'permissieve' maatschappij riep in deze steile, reactionaire man een verzet op dat, in de woorden van Otterspeer, van de 'waarheidszegger' ten slotte een 'zelfvernietiger' maakte.

Willem Otterspeer: De zanger van de wrok, Willem Frederik Hermans Biografie deel II (1953-1995). De Bezige Bij; 1150 blz. euro 49,90

Met een zekere vertedering lees je over de huiselijke Hermans - daar hoefde hij niet te scoren

W.F. Hermans in 1995.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden