Hij kocht benzine, toog naar het provinciehuis en stak zich in brand

Tunesië kampt met sterke toename zelfverbrandingen als actiemiddel

Spijt heeft hij ervan. Als haren op zijn hoofd. Tegelijk heeft Taoefik Anfaoewi veel geluk gehad, want hij heeft die haren tenminste nog. "Ik had me overgoten met benzine, maar toen glipte de aansteker uit mijn vingers", aldus Anfaoewi (34) vanuit een rolstoel in de gang van het brandwondencentrum van Ben Aroes, een voorstad van Tunis. "Mijn benen vatten vlam, maar ter hoogte van mijn borst doofde het vuur. Dat ik nog in leven ben heb ik eerst aan God te danken en vervolgens aan de mensen van dit ziekenhuis."

Het brandwondencentrum (CTGB) heeft in betrekkelijk korte tijd een prominente plaats verworven in het collectieve geheugen van de Tunesiërs. Het was hier waar begin vorig jaar Mohammed Boeazizi overleed. Uit frustratie over zijn schamele bestaan als groenten- en fruitverkoper overgoot hij zich met benzine en stak hij zich in brand. Deze daad markeerde het begin van de volksopstand die eerst president Ben Ali zou verdrijven en uiteindelijk geen enkel land in de Arabische wereld ongemoeid zou laten. Boeazizi groeide uit tot hét symbool van wat later de 'Arabische lente' is gaan heten. Straten en pleinen werden naar hem vernoemd en het Amerikaanse weekblad Time riep betogers zoals hij uit tot 'persoon van het jaar'.

Zorgelijker is dat het erop lijkt dat Boeazizi's daad ook letterlijk weet te inspireren. Alleen al de eerste twee weken van januari staken negen Tunesiërs zich in brand. Ook buurland Algerije en Marokko kregen met het fenomeen te maken. Onlangs nog staken vijf Marokkanen zich in brand. Een groep anderen dreigde het zelfde te doen als hen geen baan in de lokale fosfaatmijn werd toegezegd.

"Zelfverbrandingen in Tunesië zijn op zich geen nieuw verschijnsel", zegt professor Amen Messaadi, afdelingshoofd van het CTGB. "Maar de toename is gerust spectaculair te noemen." Sinds 1992 krijgt het centrum gemiddeld één geval per maand binnen. Maar sinds de dood van Boeazizi kunnen dat er zomaar negen zijn. "Het werkelijke aantal zelfverbrandingen ligt nog veel hoger, want wij krijgen alleen de allerzwaarste gevallen binnen," aldus Messaadi.

Nagenoeg alle zelfverbranders zijn laag opgeleid; zo'n 30 procent heeft een verleden van psychische problemen. De aanleiding kan in de familiale sfeer liggen of in de professionele, zoals in het geval van Taoefik Anfaoewi. "Dit voorjaar dong ik mee naar een baan als beveiliger in de provinciestad Le Kef. Ik was al jaren werkloos. Toen ik in juni een afwijzing kreeg, werd alles zwart voor mijn ogen." Hij kocht benzine, toog naar het provinciehuis en stak zich daar in brand. "Het was een schreeuw om aandacht", zegt hij nu.

Amel Mokline, arts bij het CTGB, noemt de slechte economische situatie en het ontbreken van toekomstperspectief als een belangrijke drijfveer. Maar tegelijkertijd neemt ze ook een zekere trivialisering weer. "Tijdens de jaarwisseling stak een jongen zich om één over twaalf in brand, het horloge in de hand. Hij wilde simpelweg de eerste martelaar van 2012 zijn. Het is copycat-gedrag" stelt Messaadi, die met een beschuldigende vinger wijst in de richting van de media. "Tunesische media hebben de neiging de zelfverbrandingen voor te stellen als een heroïsche en opofferende daad."

Anfaoewi erkent dat hij niet ongevoelig was voor de heldenstatus die Boeazizi heeft verworven. Messaadi: "Ieder geval haalt het achtuurjournaal, vaak met dramatische beelden erbij. Maar er wordt niet bij verteld dat het allemaal niets oplost. Voor degenen die het overleven begint een ware hel, want brandwondenzalf kan lang niet alle pijn wegnemen." De meesten zijn onverzekerd en ook geld voor plastische chirurgie is er meestal niet. "En daar zit je dan met je geamputeerde vingers en je verbrande gezicht." Wanneer er in de media meer aandacht zou zijn voor de gevolgen, zouden potentiële zelfverbranders zich volgens de artsen van het CTGB wel twee keer bedenken. "Toon maar eens beelden van mismaakte gezichten.", zegt Mokline, "Schokkend, zeker, maar het schrikt behoorlijk af."

Anfaoewi's benen zijn zwaar verbrand, maar met wat geluk kan hij over een paar maanden weer lopen. "In het begin schaamde ik me diep", zegt hij. "Zeker omdat zelfverbranding binnen de islam scherp wordt veroordeeld." Na een aantal zware maanden zegt Anfaoewi het leven nu weer te zien zitten. Wat hij gaat doen zodra hij uit het ziekenhuis komt? "Daar wil ik voorlopig niet aan denken, eerst herstellen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden