'Hij kan bijten, maar tegelijkertijd een warm geluid voortbrengen'

Lolapaloeza - Bebopalula, 23.19 uur op Ned. 3.

“Die klinkt komisch, het lijkt wel een bromvlieg in een puntzak”, reageert Jan Akkerman, maar hij kan de gitarist niet thuisbrengen. Nederlands grootste rockgitarist draait nog eens een shagje op de achterbank van een auto die hem naar Hamburg voert, naar het Europese mekka van de Gibson-gitaar. Via de stereo klinkt opeens Cuby en The Blizzards: “Kuipje en de Sneeuwstormpjes met Eelco Gelling”, roept Akkerman. “Ik vond hem stukken beter dan Clapton, die is nu pas aan het niveau van Gelling toe.”

Met deze binnenkomer zit de kijker gelijk midden in het onderwerp, dat niet zozeer over de geschiedenis van gitaargigant Gibson gaat als wel over de band met zijn elektrische gitaren. Over de liefde voor een instrument “dat als geen ander je handen laat zeggen wat je hoofd je ingeeft”, zoals Magnapop-gitariste Ruth Morris het onder woorden brengt. Met Adam Jones van de Amerikaanse groep Tool en Toon Moerland van Hallo Venray ontstaat aldus een mini-vierluik dat de binnenkant van de popcultuur belicht. Want zoals autofanaten in codetaal converseren over hun liefhebberij, zo praten muzikanten over hetgeen zij dagelijks onder handen hebben. Jones noemt het 'Talking guitars'.

Met de introductie van de rock 'n roll midden jaren vijftig groeide de elektrische gitaar wereldwijd uit tot het symbool van de popmuziek. De toen fameuze gitarist Les Paul verbond in 1952 zijn naam aan het eerste elektrische instrument van Gibson. Volgens Akkerman waren het Bill Haley's gitarist Tony van Vliet (van Nederlandse komaf) en Andy Tielman die de Gibson Les Paul in de rock 'n roll introduceerden.

Eenmaal in Hamburg geeft het voormalig snarenwonder van Focus, dat in 1973 tot 's werelds beste rockgitarist werd uitgeroepen, aanschouwelijk onderwijs. Op de vraag waarom rond 1970 juist de Gibson Les Paul zo geliefd werd in rockkringen - bij Cream, Led Zeppelin, The Free, Neil Young - geeft Akkerman toepasselijk antwoord. Spelend op een collectors item: “Hij heeft een lange sustain, hij kan bijten maar tegelijkertijd een warm geluid voortbrengen. Dat komt door de massieve kast.”

De huidige rockgeneratie heeft het fameuze instrument herontdekt. Toon Moerland looft de Gibson om het 'mooiste rockgeluid', Adam Jones is weg van de controle die het instrument geeft, terwijl volgens Morris de invloed van Neil Young hieraan debet is. Of ze als vrouw moeite heeft met dit fallus-symbool bij uitstek? “Het is geen 'dick compensator', maar een kast met snaren” repliceert ze.

De met archiefopnames doorsneden interviews missen, op dat met Akkerman na, diepgang. De juist zo verhelderende antwoorden op de quizvragen aan het begin blijven naderhand achterwege. Daarmee had deze documentaire aan kracht kunnen winnen. Temeer daar de achtergrond van jubilaris Gibson geheel onbelicht blijft en het effect van de elektrische gitaar op het verloop van de populaire muziekgeschiedenis al helemaal niet ter sprake komt. Alleen al in Nederland konden eind jaren '50 tienduizenden accordeonisten hun instrument aan de wilgen hangen.

Aan het slot mag Akkerman nog watertanden bij een originele Gibson uit 1952. Hij verbaast zich dat niemand zich realiseert wat er werkelijk in de gitaarwereld aan de hand is. “Voor een model van dertig jaar oud wordt 150 000 dollar geboden. OK, dat is een lachertje vergeleken bij een Stradivarius, maar wie zegt mij dat over 200 jaar niet hetzelfde met de Gibson gebeurt? Als tenminste tegen die tijd niet iedereen unplugged is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden