'Hij is naar Bobby toe' en iedereen bij Ajax weet wat er aan de hand is

AMSTERDAM - “Gedienstig zijn”. Vraag aan Bob Haarms naar de ideale profielschets voor een assistent-trainer en hij kiest, zonder een denkpauze in acht te nemen, voor die twee sobere woorden. “Gedienstig zijn, de trainer uit de wind houden, hem de randzaken uit handen nemen.” Bobby Haarms brengt al bijna 25 jaar die onbaatzuchtige dienstbaarheid in praktijk.

Zijn opofferingsgezindheid werd niet immer op juiste waarde geschat. Als compagnon van Barry Hughes bij Volendam, kreeg hij na zijn aanstelling te horen, dat hij niet bij de centrale trainingen aanwezig hoefde te zijn. Nadat hij een keer de honneurs had moeten waarnemen, kwam de Engelsman met een fles whisky naar de Dijk. Haarms (61): “Hij bedankte me! Daar snapte ik niets van. Ik deed gewoon mijn werk. Hughes betrok me daarna bij alles wat er gebeurde. Hij vertelde me in een eerlijk gesprek een inschattingsfout te hebben gemaakt. 'Ik dacht dat jij zo'n typische arrogante Amsterdammer was', bekende hij. Een verkeerde gedachte; ik heb altijd achter alle hoofdtrainers gestaan en ben niet iemand, die aan poten zaagt.”

Bobby Haarms bemoeit zich bij Ajax in de eerste plaats met revaliderende voetballers. De uitdrukking “Hij is naar Bobby toe”, is bij Ajax het synoniem voor “Hij zit in de laatste fase van zijn genezingsproces.” Haarms koestert een heilig geloof in de stelregel die Ajax hanteert: “Vandaag geblesseerd, gisteren terug”. “Waar in Nederland zie je spelers zo snel weer tussen de lijnen, nergens toch?” De assistent-trainer kan zijn bewering met feiten staven. In vergelijking met Feyenoord en PSV, waar de ziekenboeg vaak overbevolkt is, houdt Ajax het lichamelijke onheil met verbazingwekkend gemak binnen de perken.

Aan een opleiding in de geneeskunde is de Ajax-veteraan nooit toegekomen. Zijn lessen kreeg hij in de praktijk. In zijn actieve periode als voetballer had hij het geluk kennis te maken met de legendarische Engelse coach Vic Buckingham. Haarms: “Buckingham had medicijnen gestudeerd en was zijn tijd - we praten over de jaren vijftig - ver vooruit. Ik kreeg op een gegeven moment last van mijn knie en ging bij dokter Tetzner onder het mes. Een meniscusoperatie.”

Haarms wijst naar zijn been. “Ze maakten in die tijd niet van die mooie kleine gaatjes. Nee, een flinke operatie met een lekkere stevige jaap van boven tot onder. Op 31 december kwam ik uit het ziekenhuis. Belt Buckingham mij met de mededeling 'Ik wil je morgen in het stadion zien'. Drie keer per dag nam hij me onder handen. In zes weken had hij me speelklaar, een ongelooflijke prestatie. Krachthonken met van die mooie toestellen bestonden niet, dus had Buckingham in basketbalschoenen de zool opengesneden en met lood verzwaard. Elke dag werd met een centimeter om het dijbeen de spierontwikkeling gecontroleerd. 's Avonds thuis zat je met een strijkijzer aan je voet je oefeningen te doen. Had je een dag verzaakt, dan bracht de centimeter dat onverbiddelijk aan het licht en kon je rekenen op een uitbrander: 'You're a bad boy, Bobby'. Van Buckinghams trainingsmethoden en medische inzichten heb ik enorm veel opgestoken.” Dankzij die vroeg verworven geestelijke bagage schreeuwt Bobby Haarms zich nu al bijna een kwart eeuw de longen uit het lijf op het trainingsterrein, de velden waar hij als klein jochie vanuit zijn huis aan de Middenweg dagelijks op uit keek. De korte sprintjes, het spervuur van heen-en-weer kaatsende ballen, steevast vocaal begeleid door een luid 'ta-ta-ta-ta'.

Opgroeien in Betondorp is opgroeien samen met Ajax. Voor Bobby Haarms ging die stelling heel letterlijk op. Terwijl hij in de wieg lag, werd aan de overkant van de straat de laatste hand gelegd aan het destijds nieuwe Ajax Stadion. Haarms: “Ik ben van maart '34, het stadion in De Meer werd in september van dat jaar opgeleverd. Het spreekt vanzelf, dat ik doordeweeks altijd op de Ajax-velden te vinden was en op de zondagen voor een dubbeltje de wedstrijden bijwoonde.” Omdat in die vooroorlogse jaren een lidmaatschap voor het twaalfde jaar niet mogelijk was, moest Haarms tot 1947 zijn geduld bewaren. In dat jaar werd hij na drie proefwedstrijden aangenomen om uiteindelijk in 1952 door te dringen door het eerste elftal. Haarms: “Als ik aan mijn jeugd terugdenk, moet ik automatisch ook aan Cruijff denken. Dezelfde jeugd in hetzelfde Betondorp. Ik gooide vroeger de verdwaalde ballen terug naar Jack Reynolds en heb Cruijff als jong knulletje net zo om het oefenterrein heen zien cirkelen.”

Een herbezinning op de lange serie landstitels die Haarms als technisch staflid mocht aanschouwen, biedt maar weinig concrete aangrijpingspunten. Van de uitbarstingen van vreugde na de beslissende wedstrijden kan hij zich veelal niets meer herinneren. Zelfs het behalen van die prijs in eerste eredivisiejaar (1957) toen hijzelf - gezegend met de bijnaam 'de spijker' - een vaste plaats in de Ajax-garde innam, staat hem niet meer helder voor de geest. Haarms kijkt liever naar het heden, de laatste titel is immers altijd de mooiste. Morgen kan Ajax tegen Volendam een nieuw kampioenschap op de erelijst bijschrijven. “Ach, die titels, het was natuurlijk prachtig, maar Ajax stond vaak al wedstrijden voor het eind een sloot punten voor. Net zoals het duel tegen Volendam eigenlijk een formaliteit is.”

Eén aardig voorval vindt Haarms het vermelden waard. “Het seizoen is me ontschoten, maar we konden een keer kampioen worden tegen MVV. Frans Derks floot die pot. We verloren de wedstrijd door een doelpunt, waarvan zelfs de meest verstokte MVV'ers geen jota begrepen. Méters buitenspel. Het verlies had voor ons geen ernstige consequenties, maar we wilden na afloop toch wel even verhaal halen bij Derks. Zegt-ie me daar doodleuk 'Kom zeg, ik heb vanavond een feestje in Maastricht. Daar kan ik me met een nederlaag voor MVV niet vertonen.”

De stem van Haarms klinkt pas lyrisch als hij het vakmanschap van zijn superieuren beschrijft. Hij zag er veel gaan en komen. Tomislav Ivic, Cor Brom, Leo Beenhakker, Kurt Linder, George Knobel, Hans Kraay en Aad de Mos.

Drie trainers hebben volgens de Amsterdammer echter het belangrijkste stempel gedrukt op de grote successen van Ajax: Rinus Michels, de gisteren overleden Stefan Kovacs en Louis van Gaal. Haarms: “Je kunt zeggen dat Michels de basis heeft gelegd voor het moderne Ajax. Hij bracht een shockeffect teweeg, toen de Ajacieden de overstap moesten maken van de semiprof-status naar een volledig profbestaan. Zijn aanpak was hard, gedisciplineerd. Hij was de absolute baas. Dat zal in die tijd wellicht bij sommigen wat wrevel gewekt hebben, maar in 1971 stond er wel een elftal dat rijp was voor drie jaar Europa Cup-voetbal. Kovacs maakte het karwei af. Daar werd vaak schamper over gesproken, in de trant van 'dat had mijn schoonmoeder ook gekund'. De algemene beeldvorming over Kovacs is onjuist. Hij was diplomatieker dan Michels, een echte ambassadeur, maar de verhalen over zijn vermeende zachtzinnigheid kloppen van geen kant. Kovacs stond boven de groep en tilde de ploeg vaak met humor over de zwakke momenten heen.”

Een van de pijnlijkste momenten beleefde Haarms in 1982, het jaar waarin het Ajax-bestuur Kurt Linder naast Aad de Mos posteerde om de Hagenaar op te leiden voor het Europees voetbal. Van de ene op de andere dag was er voor Haarms geen plaats meer. Mister Ajax belandde na een kortstondige omweg (Aalsmeer) voor drie jaar in Volendam. “Toen Cruijff mij polste over een terugkeer, was mijn eerste reactie dan ook 'Wanneer kan ik beginnen?'.”

In 1974 had Haarms een unieke gelegenheid een glansrijke internationale carrière op te bouwen. Na een oefenwedstrijd in Parijs tegen het Franse nationale elftal, benaderde Kovacs hem, met de mededeling dat Olympique Marseille serieuze belangstelling had. 'Maar mijn Frans is zo slecht' sputterde ik toen. 'Dat geeft niet', vond Kovacs, 'je hoeft maar honderd woorden te leren'. 'Moet ik dan honderd krachttermen kiezen?' spotte ik, maar het kwam zelfs tot een heus banket met het bestuur. De nacht voordat ik moest beslissen, heb ik de knoop doorgehakt. Van mijn besluit hier te blijven, heb ik nooit spijt gehad. ''

Als het aan hem ligt, rondt Haarms zijn voetbalcarrière af onder de vleugels van Van Gaal, een van de meest fanatieke perfectionisten, die de 61-jarige assistent heeft meegemaakt. “Michels was top, met zijn ploeg rond Cruijff, Keizer, Swart en Vasovic. Van Gaal is dat met dit stel ook. Een vakman die alle kneepjes beheerst. Waar ik bovenal bewondering voor heb, is zijn eindeloze geduld, de bereidheid om telkens weer uit te leggen waar spelers hun foutjes maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden