Hij huilt en pakt wat hij kan

Dit is de vijfde etappe van een fietstocht dwars door Nederland, van Dorst naar Hongerige Wolf. De eerste twee verschenen vorige zomer in de krant: op 14 augustus 1999 (Dorst - Diefdijk) en 25 september 1999 (Culemborg - Appel); de derde, van Putten naar Dalfsen, werd gepubliceerd op 6 mei van dit jaar, de vierde, van Dalfsen naar Beilen, op 15 juli.

In Ganzedijk, een gehucht net voor het einde van Nederland, moet ik toch even de weg vragen, terwijl ik dat toch zoveel mogelijk vermijd. Waarom eigenlijk? Het is een gekke naam, Hongerige Wolf, maar ze vinden hem hier toch zeker heel gewoon? Ik wil ook niet voor ramptoerist aangezien worden, maar zouden die hier nu nog komen, weken na de veroordeling van de schrijver die zijn vrouw vermoordde? Maakt niet uit, ik moet het vragen, want rechtsaf gaat naar Drieborg en linksaf... gaat naar niks, zoals het gehucht waar ik al ruim een jaar naar onderweg ben al vanaf Winschoten consequent op geen enkel kruispunt genoemd wordt.

Vragen dus maar. En het gaat meteen mis. ,,Rechtdoor'', wijst een behulpzame man, zo te horen import uit Amsterdam. En dan: ,,Pas op hoor! Hij heeft honger.'' En zo rijd ik de laatste kilometers, mijmerend over de kleinheid van Nederland, naar Hongerige Wolf. Het plaatsje dat volgens de inwoners zelf genoemd is naar de Dollard: die kan huilen, en pakt wat hij kan. Navraag bij het Meertensinstituut in Amsterdam, waar ze alles weten van dialecten en plaatsnamen, leert dat de naam oorspronkelijk die van een herberg was (net als bij de twee Hongerige Wolven in Overijssel). Maar dat worden wel erg veel Amsterdamse stemmen in dit verhaal.

Vanaf Beilen laat Drenthe zich, zeker als je eerst even de linkerkant van de snelweg aanhoudt, van zijn aardigste kant zien, licht glooiend, heidevelden die met schaaps- en Schotse-koeienkudden hun onnatuurlijke maar wel mooi ouderwetse begroeiing mogen houden. Je bent alleen bepaald niet de enige die het smalle fietspad neemt dat even voorbij Hooghalen naar Rolde gaat. En de koffietent op de driesprong in Rolde doet superzaken op zo'n mooie septemberzomerzondag.

Dit moet, al heb ik het bij eerdere etappes vast ook over het toen vigerende jaargetijde gedacht, de mooiste tijd zijn om te fietsen. Het is warm, maar niet te warm. De nattigheid die Nederland eigen is zweeft om je heen, maar net niet irritant. Het kruipt in je neusgaten: nat gras, nat zand (de Drentse Aa gaat er zowaar van naar zee ruiken) en nat bos, allemaal net even nadrukkelijker dan op andere dagen. En als je het bos uit bent en door het akkerbouwgebied rijdt, staat er van alles rijp te wezen, van de bieten (de campagne is net begonnen, dus hier en daar liggen ze al op grote hopen) tot de schapen (die boer voorbij Annen heeft de ram dit keer kennelijk een fluoriserend groen stuk krijt voor de borst gehangen).

Na Annen is het snel gedaan met de zandgronden. De veenkoloniën beginnen. In het uiterlijk van de boerderijen kun je de bouwstijl herkennen die de Oldambters daarheen meenamen, vertelt een bord bij Annerveenschekanaal, op de provinciegrens. De brug waar je langskomt, op het eind van het dorp, heeft een van de twee in Nederland resterende 'rolpalen', gebruikt om trekschuiten langs het kanaal de scherpe bocht om te krijgen.

Dat kanaal is lang en recht, zoals alles nu lang en recht is. Met als hoogtepunt wel Borgercompagnie, een kilometerslange strook huizen. Dat rechte blijft er voor de rest van de dag wel in, al is het niet overal zo extreem. Wel weer extreem zijn de grote boerderijen. Van voren zijn het helemaal geen boerderijen meer, maar kasteeltjes en herenhuizen, met bijbehorend parkje ervoor. Pas als je wat verder fietst zie je opeens het rieten dak en de stallencomplexen en krijgt het gebouw een heel andere persoonlijkheid. Je rijdt het land in van de grote verschillen, en niet toevallig natuurlijk ook van de communisten. Maar ook van de nationale geschiedenis: na Muntendam, Meede en Westerlee klinkt Heiligerlee opeens vertrouwd - ach ja natuurlijk, de slag! En rond tussen al dat recht ligt daar het Graaf Adolfpark, met een mooi (zinne)beeld van de in de slag gebleven broer van Willem de Zwijger. Het is daar in de eervorige eeuw neergezet om te herdenken dat hier voor het eerst in de 'tachtigjarige worsteling' werd gewonnen.

Nee, echt leeg is het in Oost-Groningen nog helemaal niet. De dorpen volgen elkaar snel op, wat vooral erg prettig is als je met een flinke wind tegen te maken hebt. Na Winschoten krijg je bijvoorbeeld binnen een paar kilometer Finsterwolde, en daarna staat Drieborg alweer op de borden.

Maar Hongerige Wolf dus niet, nergens en nooit. Daarvoor moet je in Ganzedijk gewoon rechtdoor gaan in plaats van naar Drieborg, en dan nergens meer afslaan. Uiteindelijk kom je dan bij een straatje huizen. Als je daar al zo'n beetje voorbij bent komt er een simpel straatnaambordje. Je bent er. En dat is het waard: tot aan de Dollard strekken de weilanden en akkers zich uit, net voordat het definitief ophoudt weet Nederland zich te onttrekken aan de tirannie van vol-vol-vol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden