Hij heeft vaker hoofdpijn

Beeld Nanne Meulendijks

Een man heeft altijd zin in seks. Die mythe is in veel slaapkamers onhoudbaar. Wat nu? Met een erectiepil kan hij lang niet alles repareren. En de dokter vraagt tegenwoordig dóór: 'Waarom doet 'ie het niet?'

Zitten twee mannen in de kroeg. Zegt de een tegen de ander: "Ik heb bijna nooit meer zin in seks." Waarop zijn vriend (kennis, collega) instemmend knikt. "Voor mij hoeft het ook niet meer. Jij nog een biertje?"

Hoe realistisch is deze café-scène op een schaal van 1 tot 10? "Nul!", roept de mannelijke lezer van dit artikel meteen. Want een man heeft altijd zin. Ligt het aan hem, dan doet hij het minstens één keer per dag. Sowieso denkt hij elke zeven seconden aan seks. En mocht een man toevallig geen geile wolf zijn, vindt hij koken of lezen leuker dan vrijen, dan zwijgt hij daarover als het graf.

"Er zit veel schaamte op dit onderwerp", weet huisarts Bert-Jan de Boer (62), specialist op het gebied van erectiestoornissen. Terwijl de niet-zo-geile man helemaal geen uitzondering is. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de man vaker 'hoofdpijn' heeft dan zijn vrouw.

Hoe komt dat? Waardoor taant de mannelijke lust? En wat maakt de-man-zonder-zin zo'n groot taboe?

He-Man
Om met dat laatste te beginnen: zijn tegenvoeter is immens populair. De man als beest, Neanderthaler, testosteronbom, soms vermomd in maatpak, waaronder de lust aanhoudend gloeit, die He-Man duikt overal op: in porno, de kantoorgrap, de reclame, de vrouwenglossy's, de slaapkamerruzies. Zie daar maar eens tegenop te boksen.

"Ik behandel een stel, waarvan de man helemaal is opgebrand", vertelt De Boer, die sinds oktober zijn eigen Mannenkliniek runt in Baarn. "Hij is echt tot niks meer in staat. Maar zijn vrouw blijft maar denken: hij doet het niet meer met mij, dús doet hij het met anderen. Een man die geen energie meer heeft voor seks, dat gaat er bij haar niet in."

Het beeld van de hitsige hengst domineerde lange tijd ook de wetenschap. Zo beweerde de Amerikaanse psychoanalyticus Theodore Reik in 1945 dat de man "een primitieve seksdrang heeft die onmogelijk gesublimeerd kan worden". Raakt hij opgewonden, dan móet hij recht op zijn doel (de coïtus) af en wel metéén. Zijn seksuele drang "kan niet naar andere doelen worden afgebogen, zoals dat ook nauwelijks lukt bij de drang om te urineren, of bij honger of dorst."

 
Hij is echt tot niks meer in staat. Maar zijn vrouw blijft maar denken: hij doet het niet meer met mij, dús doet hij het met anderen

Dertig jaar later wordt de mannelijke drift nog steeds ten onrechte verheerlijkt, schrijft feministe Shere Hite in 'The Hite Report. A Nationwide Study of Female Sexuality' (1976), waarvan wereldwijd meer dan 48 miljoen exemplaren werden verkocht. Een 'normale' man hunkert naar seks, dat kan hij niet helpen, hij gehoorzaamt aan junglewetten, zijn lust is "een product van holemens-hormonen": dat probeerden zelfs de meest serieuze wetenschappers Hite en haar tijdgenoten wijs te maken.

Biologische behoeftes
Wetenschappers van nu doen wel hun best om deze karikatuur te ontkrachten. Zo onderzochten Amerikaanse studenten van de Ohio State University hoe vaak mannen echt aan seks denken. Eens per zeven seconden zou neerkomen op 8000 seksgedachten per dag, uitgaande van 16 wakkere uren. Het werkelijke aantal, geregistreerd door mannelijke psychologiestudenten met turfapparaatjes, is 19. De score van hun vrouwelijke medestudenten was weliswaar lager (10 keer), maar zij dachten óók minder vaak aan eten en slapen. Blijkbaar wordt het mannenbrein meer in beslag genomen door biologische behoeftes, concluderen de onderzoekers. En niet uitzonderlijk vaak door seks.

Een andere, fundamentele nuance komt van de Nederlandse seksuoloog Erick Janssen, onderzoeker aan de Indiana University. Hij benadrukt in allerlei academische artikelen dat hét mannelijke libido niet bestaat. "Niet alle mannen hebben altijd zin. Voor deze claim bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs", e-mailt hij vanuit de Verenigde Staten. "Een groot aantal vrouwen raakt makkelijker en vaker opgewonden dan een groot aantal mannen." Het idee dat mannen altijd paraat staan voor seks is volgens hem gebaseerd op "onderzoek waarin gemiddelden vergeleken worden (mannen van de ene planeet, vrouwen van de andere), terwijl alle variatie die bestaat als 'ruis' of statistische 'fout' wordt behandeld. Echter, niet een gemiddelde maar variatie is de norm."

In bed blijft de man zich intussen toch met de He-Man meten: hij moet van zichzelf 'prestatievrijen' aldus Peter Leusink, arts-seksuoloog te Gouda. En lukt dat niet, krijgt hij geen erectie, wordt hij niet stijf genoeg of voelt hij zelfs geen begeerte, dan faalt hij in zijn eigen ogen, en soms ook in die van zijn vrouw. Neem de bodybuilder die De Boer in zijn spreekkamer kreeg, een reus van een kerel, die werd afgewezen door zijn vriendin omdat hij volgens haar niet horny genoeg was.

Schaamte
Hoeveel mannen precies tobben met een 'seksuele stoornis met verminderd verlangen', zoals het fenomeen volgens het nieuwste psychiatriehandboek DSM-5 heet, is onbekend. De meesten gaan er namelijk niet mee naar de huisarts, uit schaamte, weet De Boer. "Ik heb geregeld vrouwen in mijn spreekkamer die zeggen: mijn man moet eigenlijk komen. Maar die durft niet."

 
Een groot aantal vrouwen raakt makkelijker en vaker opgewonden dan een groot aantal mannen

Het beeld wordt ook vertroebeld door de medische klacht waarmee mannen zich soms wel bij de dokter durven melden: de erectiestoornis. Die duidt op een technisch mankement: ook vervelend, maar veel minder gênant dan een tekort aan holemens-hormonen.

Als mannen - na gemiddeld twee jaar kwakkelen - eindelijk naar de huisarts stappen, zeggen ze: "Geef mij maar zo'n pilletje". Saillant feit: de helft van de mannen die zo'n pil krijgen, komt nooit terug voor een herhaalrecept. Daaruit zou je kunnen concluderen dat hun stoornis ineens verholpen is, maar aannemelijker is dat de erectiepil geen oplossing bleek te zijn voor het echte probleem: een gebrek aan opwinding als gevolg van onvoldoende of te eentonige prikkels.

Toch zijn er mannen bij wie een 'geen-zin-diagnose' officieel wordt gesteld. Best veel mannen, als je buitenlands onderzoek mag geloven. Uit Amerikaanse, Britse en Australische studies rollen percentages tussen de 14 en 19 procent. Het verschil tussen 14 en 19 wordt deels bepaald door de leeftijd van de onderzoeksgroep: hoe ouder de man, des te meer kans op seksuele problemen. Na het veertigste levensjaar slinkt de testosteronvoorraad in het mannenlichaam jaarlijks met een procent. Dit geslachtshormoon stimuleert de wellust; logisch dus dat die ook afneemt.

Relatieproblemen
Recent Nederlands onderzoek van Rutgers WPF laat iets meer nuances zien: 9,9 procent van de mannen heeft 'wel eens' last van verminderd seksueel verlangen, 3,9 procent ervaart dit 'regelmatig of vaker' als een probleem, en bij 0,5 procent is er sprake van een officiële stoornis. Dat betekent dat lang niet alle mannen gebukt gaan onder het gemis van seksuele passie. Mogelijk vinden hun vrouwen het ook wel best.

Wat ontneemt één op de zeven mannen soms, vaak of altijd de begeerte? Dat kan van alles zijn, zegt Leusink, die ook hoofdredacteur is van het Tijdschrift voor Seksuologie. Hart- en vaatziektes, suikerziekte, overgewicht, geneesmiddelengebruik, aanhoudende stress, depressieve gevoelens: ze kunnen de man veel lust ontnemen. Ook relatieproblemen dempen de drift. Wat moet de vijftiger die compleet op zijn vrouw is uitgekeken? In bed met haar krijgt hij niks meer voor elkaar, terwijl pornobeelden van twintigjarige meisjes hem wel opwinden.

Een andere man vindt zijn eigen vrouw wel lekker en lief, maar heeft toch geen goesting meer, omdat hij de vorige keren geen erectie kreeg, of niet klaarkwam, of juist veel te vroeg, en zich schaamt voor wat hij als falen ervaart. Omdat zijn 'prestaties' natuurlijk verschrompelen bij de tomeloze geslachtsdrift van de He-Man.

 
Na het veertigste levensjaar slinkt de testosteronvoorraad in het mannenlichaam jaarlijks met een procent

Voelt de man geen opwinding meer, dan gebeurt er ook niks meer in bed. Want zijn vrouw is gewend dat hij het initiatief neemt, en doet hij dat niet, dan ontstaat er vaak een seksloos vacuüm, waarin makkelijk verkoeling optreedt. Maar ook als zij wel aanstalten maakt - Kom schat, toe - is er doorgaans weinig actie. "Dat is een groot verschil met vrouwen", zegt Leusink. "Als zij geen zin heeft, vrijt ze vaak toch. Hij niet, hij trekt zich terug uit de seksuele situatie." Onderzocht is het niet, maar het lijkt Leusink en De Boer aannemelijk dat hij vaker 'hoofdpijn' voorwendt dan zij.

Hardnekkig misverstand
Wat best gek is: de man is zelden háár ter wille. Hij zegt niet: 'Zelf heb ik niet zo'n zin, maar zal ik jou eens lekker verwennen'. Dat komt niet doordat hij zo'n egoïst is, maar door een hardnekkig misverstand. Leusink: "Mannen hebben het beeld: ik móet haar een orgasme bezorgen via geslachtsgemeenschap. Als ik 'm niet omhoog krijg, houdt het dus op."

Terwijl 70 procent van de vrouwen helemaal niet klaarkomt tijdens de coïtus, maar aangewezen is op vingers en tong, overheerst een stereotiep en pornografisch beeld: hij staat maar te werken, terwijl zij schreeuwend een orgasme faket.

Een oplossing begint, zoals zo vaak, met meer openheid en een eerlijk gesprek, misschien eerst met de dokter, daarna liefst ook met de vrouw van de man-zonder-lust. Of, in het geval van een homostel, met zijn man. Die partner moet hem dan niet op z'n kop timmeren, niet van hem eisen dat hij zich wel als Neanderthaler waarmaakt. "Als mannen weten: O, wacht even, ik mag ook onzeker zijn, of ik mag ook wel eens passief achterover liggen en me laten verwennen, dan zie je het contact tussen man en vrouw vaak weer groeien", zegt Leusink.

Komt de lust niet terug, dan kan de moderne man in de problemen raken. Hij moet, als lid van de forever young-generatie, met alles langer door: werken tot zijn 67ste, hardlopen, modieuze kleren dragen en vrijen. "Mijn opa zat op z'n zestigste met een pijp in zijn stoel", vertelt De Boer. "Volgens mij kwam daar geen seks meer uit. Nu draag je op je zestigste een spijkerbroek en koop je op je zeventigste nog nieuwe meubels."

Vrouwen bevechten volgens Leusink ook vaker hun eigen seksualiteit. Ze denken niet langer: na de overgang is mijn seksleven voorbij. Dat vergroot de druk op de man. "Bij de huisarts komt hij niet langer weg met de erectiepil. Die vraagt: 'Waaróm doet ie 't niet?' En thuis redt hij het niet met: 'Ik heb geen zin'. Want nu zegt zij: 'Ja, maar ik wel'."

 
Mannen hebben het beeld: ik móet haar een orgasme bezorgen via geslachtsgemeenschap. Als ik 'm niet omhoog krijg, houdt het dus op
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden