'Hij heeft mijn leven verwoest. Dat besef maakt me razend'

Rust. Geen telefoon meer die rinkelt, twintig keer per dag, vanaf het moment dat ze thuiskomt. Hij wist hoe laat ze altijd thuiskwam. Geen briefjes meer bij de post, in dreigende stijl. Geen trouwkaarten meer, waarin hij - een volstrekte onbekende - haar voor de zoveelste keer tot de zijne verklaart. Zijn auto staat niet meer voor haar deur. Hij schaduwt haar niet meer.

Nadat hij vier weken geleden gedwongen is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, viel hij haar nog één dag lastig. Hij had een Greenpoint-telefoon de kliniek ingesmokkeld. Hij belde haar zeven keer op rij, en schreeuwde dat hij de boel kort en klein zou slaan, als hij dezelfde avond niet vrij zou zijn om haar te kunnen bezoeken. Maar op Astrid zelf was hij niet boos.

“Hij wil na vijfeneenhalf jaar nog steeds niet snappen dat ìk het ben die hem laat opsluiten”, zegt Astrid Tillema (30). “In zijn zieke geest zijn het altijd de anderen die hem en mij uit elkaar willen houden, nooit ikzelf.” Zij belde maar weer met de politie. Een half uur later was de zaktelefoon inbeslaggenomen, zijn laatste wapen.

Er zijn ongetwijfeld duizenden mensen die worden lastiggevallen door gestoorde individuen, maar weinigen zo intensief als Astrid Tillema, een administratief medewerkster uit Hoogezand. Vijfeneenhalf jaar wordt haar leven beheerst door een 45-jarige dorpsgenoot die ze ooit één keer heeft gesproken, en die sindsdien denkt dat zij met hem wil trouwen.

Niets brengt hem af van deze obsessie, zelfs niet het feit dat Astrid Tillema hem de afgelopen jaren dwong te verhuizen, tweemaal liet vastzetten in de cel en al zijn bezittingen heeft laten veilen, waaronder zijn ouderlijk huis. Volgens een psychiatrisch rapport is de man, letterlijk, “zo lijp als een deur”. Hij lijdt aan erotomanie: een obsessieve waan, waarin hij denkt een relatie met het object van zijn begeerte te hebben.

Astrid Tillema kent geen rust meer. Zelfs niet nu haar kwelgeest voor een half jaar gedwongen is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij blijft irritant aanwezig in haar leven. Nòg schrikt ze op bij elke rode auto die voorbijrijdt, bij elke brief zonder afzender in haar bus. Hij zit in haar hoofd. “Ik denk nog te veel aan hem. Ik vraag me af hoe hij daar nu zit, hoe de behandeling verloopt, hoe hij zich gedraagt. Ik kan die rotgedachten niet stoppen.”

Deze week nog was Astrid Tillema, via haar advocaat mr. B. Friedberg, weer genoodzaakt een kort geding te voeren. Voor de zoveelste keer eist ze een contact- en straatverbod, op straffe van een nog hogere dwangsom en nog langere gijzeling (een jaar) dan de vorige keren. De rechtbank van Alkmaar (haar kwelgeest woont in Noord-Holland sinds zijn juridische verbanning uit Hoogezand) stelde haar donderdag op alle punten in het gelijk.

Ze heeft het vonnis nodig. Want eens komt er een dag, dat de man uit het psychiatrisch ziekenhuis wordt ontslagen. Dan moet ze haar juridische vesting weer klaar hebben. “Ik ben bang dat het nog niet voorbij is”, zegt ze, toonloos somber. “Ik moet zien of dit ooit nog ophoudt.” Ze voorspelt dat het waarschijnlijk minder dan een halve dag duurt, voor hij straks zijn 'werkzaamheden' hervat. Zo was het tenminste de vorige keren.

Het begon in 1990, toen ze om de hoek van haar huis wachtte op een bus die niet kwam. Hij stopte. Een pafferige man in een te dure auto. De lift die hij haar met veel klem aanbood, durfde ze uiteindelijk niet te weigeren. Dat was de enige keer dat ze ooit een praatje met hem maakte, ook al uit beleefdheid. “Had ik dat maar nooit gedaan.”

Niets hielp tegen de gestoorde waan, waarin hij sindsdien poogt haar opnieuw binnen handbereik te krijgen. Haar vriend sloeg de man ooit in elkaar, maar het enige effect was de gebroken hand die de vriend daar zelf aan overhield. Ook anderen boden 'hulp' aan. “Maar altijd stond hij een uur later, met pleisters en al, weer vrolijk op de stoep. Hij is onuitroeibaar.”

Ook haar eigen afwijzingen deren hem niet. Ze heeft hem uitgescholden, ze heeft zijn bril van zijn hoofd gerukt, ze heeft zelfs een keer met een zakmes een kras getrokken over de volle lengte van zijn op-één-na-dierbaarste bezit: zijn auto. Hij stond erbij als een zoutzak. De politie van Hoogezand en haar advocaat adviseren haar om zich in te houden en het contact te mijden. De man kan gevaarlijk zijn. Hij is al twee keer met 70 kilometer per uur op haar ingereden, volkomen onverwacht. Ze kon nog net opzij springen.

De vraag naar het waarom laat haar niet los. Waarom is zij slachtoffer? Waarom staat ze machteloos tegenover deze waanzinnige? Ze bezocht onlangs een psychiater om rapport te laten opmaken over haar geestestoestand na 5,5 jaar emotioneel terrorisme. Hij noteerde wat ze zelf ook weet: ze is gefrustreerd, kribbig, ze reageert belachelijk emotioneel op de kleinste tegenslag. Dat heeft HIJ met haar gedaan. Het besef maakt haar razend.

Ze struikelt over haar woorden: “Hij heeft mijn leven verwoest. Ik was 24, toen het begon. Dit hadden mijn mooiste jaren moeten zijn. Maar altijd is HIJ er. Zelfs toen mijn vader ziek was en overleed, wist HIJ met zijn ellendige pesterijen nog alles te overheersen. En het is zo moeilijk om aan anderen duidelijk te maken hóe erg het is, hóe ver het gaat. Dat maakt je eenzaam. Hij heeft zoveel van me afgepakt. En wat pakt hij nog meer?”

Ze denkt wel eens aan verhuizen, maar een huis met een tuin durft ze niet te kopen. Ze denkt wel eens aan trouwen, maar de dreigementen dat hij op die dag haar vriend en bruidegom zal vermoorden, zijn te serieus om te negeren. Hij is er toe in staat, denkt de politie. Ze denkt wel eens aan kinderen.

Het waren de afgelopen jaren steeds civiele procedures, door haarzelf op eigen risico aangespannen, die hem uit haar buurt verbanden en zelfs achter slot en grendel deden belanden, omdat hij de dwangsommen niet betaalde. Het frustreert haar: “Ik ben teleurgesteld in onze regels en wetten. Die wetten konden mij zo weinig bieden. Iedereen begrijpt dat hij in een kliniek hoort, maar toen ik daar twee jaar geleden al om vroeg, vond de Riagg hem niet gevaarlijk genoeg. Justitie treedt pas op, als hij mij eerst lijfelijk iets aandoet. De politie van Hoogezand kon ook weinig doen, maar daar leefde men tenminste méé.”

Maar in juni keerde het tij. Een officier van justitie in Alkmaar gelastte gedwongen opname voor een periode van een half jaar. Helemaal spontaan was de actie niet, want Astrid Tillema had juist een kort geding aangespannen met dezelfde eis. De officier was haar nèt voor.

Zij vermoedt dat publiciteit een rol heeft gespeeld bij de beslissing. Haar verhaal is te bekend om nog genegeerd te kunnen worden. Ook de officier van justitie èn de rechters hadden het tv-programma De Ronde van Witteman gezien, waarin vorig jaar niet alleen zijzelf, maar ook haar belager uitgebreid werd geinterviewd. Die beelden maakten in een paar minuten duidelijk, wat zij in uren al zo vaak, voor haar gevoel vergeefs, had uitgelegd: dat hij ècht gestoord is, dat zij ècht niet overdrijft.

Het was de eerste keer sinds jaren dat ze hem in close-up zag en hem zijn verhaal hoorde vertellen. Normaal gooit ze de telefoon erop. De confrontatie schokte haar. “Hij zag er nog vreemder uit dan ik dacht. En ik zag op de videoband ook mezelf. Ik hoorde ook mijn verhaal. Heel eng. 'Wat erg voor dat meisje', hoorde ik mezelf hardop zeggen - tot ik besefte dat het mijn eigen verhaal was.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden