Hij bemint alleen vanuit zijn hoofd

Molly is een hartstochtelijke actrice, John een emotioneel geremde toneelschrijver. Via dit klassieke paar laat Joseph O'Connor ons nadenken over intelligentie: niet alleen een kwestie van ratio. O'Connors ode aan de emotionele intelligentie.

Een rationele schrijver die zijn liefde vooral op papier kan uiten, en een hartstochtelijke minnares die naar meer verlangt, kan dat goed gaan?

Jospeh O'Connor baseert zijn nieuwe roman 'Volgspot' losjes op de levens van de Ierse toneelschrijver John Synge (1871-1909) en zijn geliefde, de actrice Molly Allgood (1885-1952). Hij vertelt het verhaal vanuit Molly's gezichtpunt, in flashbacks, en in een stijl die aan vervlogen tijden doet denken: lange, soms wat plechtige zinnen, gelardeerd met ouderwetse woorden als directoire, ottomane, gaarne en mettertijd. Daardoor ontstaat al meteen een mooi tijdsbeeld.

De geliefden plaatst hij in twee totaal verschillende milieus, waarmee hij de historische feiten wat aandikt. John komt uit een kille, afstandelijke, protestantse familie waarin het beroep toneelschrijver als hobby wordt beschouwd, als het verlummelen van tijd. Hij kan schrijven dankzij het familiekapitaal dat hem een bescheiden inkomen verschaft. In zijn eigen familie wordt hij dan ook als mislukkeling gezien, terwijl er in Molly's rommelige, katholieke familie tegen hem wordt opgekeken: voor hen is hij een geletterd en zeer belezen man die ook nog eens de baas van het plaatselijke theater is.

John is vriendelijk en beschaafd, maar ook zwak. Zijn gevoelens kan hij maar met één persoon kan delen, en dat is de vijftien jaar jongere Molly. In plaats van zijn kans op geluk met haar te grijpen, blijft hij weifelen tussen zijn liefde en de conventies waarin hij door zijn opvoeding en afkomst gevangen zit. Hij trekt Molly aan, maar stoot haar ook af met zijn continue uitvluchten voor een huwelijk, bang voor wat de buitenwereld en vooral zijn oude moeder ervan zullen denken.

O'Connor laat precies zien waar het botst: Johns verlangen speelt zich vooral in zijn hoofd af, terwijl Molly met haar hart liefheeft.

Zo schrijft John dagelijks lange, haast obsessieve brieven aan Molly waarin hij haar zijn liefde betuigt, en voelt hij zich tekortgedaan zodra zij een dag niet terugschrijft of als haar briefjes te kort zijn naar zijn zin, terwijl Molly naar heel andere uitingen van liefde verlangt: "Konden ze maar meer tijd besteden aan het beleven van hun gevoelens in plaats van aan het bedenken van nieuwe manieren om ze onder woorden te brengen. Maar hij lijkt te denken dat niets echt is tenzij het op papier staat." Frustreert haar dat aanvankelijk, later doorziet ze dat hij in zijn brieven zijn hart niet spontaan uitstort, zoals zij doet, maar alles met taal onder controle houdt. "Want welke man kan vanuit de vlammen van zijn ziel een brief schrijven in keurige alinea's waarin niets is doorgehaald, niet één enkele verbetering is aangebracht? Het verlangen was dan wellicht oprecht, het was wel een gestileerd verlangen, iets waaraan je had moeten wennen."

Het is opvallend dat O'Connor de verschillen tussen protestant en katholiek, die zo sterk in de Ierse samenleving aanwezig zijn, in deze liefdesroman nergens benoemt. Dat is een onverwacht statement: wat er ook tussen mensen staat, hun geloof behoort dat niet te zijn. Noch John, noch Molly maakt er een woord aan vuil, terwijl ze hun relatie toch diepgaand onder de loep nemen.

Op 37-jarige leeftijd overlijdt John aan de ziekte van Hodgkin, en ook daarna blijft Molly met haar grote hart weinig bespaard. Als zorgvuldig verborgen gehouden vriendin heeft ze geen enkele status en wordt niet eens op de begrafenis uitgenodigd. Als Johns oom naderhand een onhandige, kwetsende poging doet zich daarvoor te verontschuldigen, begrijpt ze het ook nog en zoekt excuses voor hem: hij is oud en broos, hij heeft ook iemand verloren, hij kan de juiste woorden niet vinden.

Zelfs het feit dat ze de eeuwige verloofde van John is gebleven en nooit met hem is getrouwd, kan ze na enige tijd als een zegen zien. Het lot van de geïsoleerde huisvrouw die overdag schrobt en 's avonds kliekjes opwarmt, waarna haar echtgenoot het vlees in zuinige plakken snijdt, is haar bespaard gebleven: "Alsof je samen in dezelfde doodskist van welgemanierdheid bent begraven [...] Dat was namelijk niet wat ik met hem wilde. Eerlijk niet."

O'Connor zet Molly neer als een intelligente vrouw, waardoor het klassieke liefdesverhaal van twee geliefden die alle omstandigheden tegen hebben, een geëmancipeerde invalshoek krijgt. Molly heeft wel de capaciteiten, maar nooit de kans gehad zich te ontwikkelen. Maar haar emotionele intelligentie is veel hoger dan die van John. Ze is in staat is haar verhouding te analyseren en met humor te relativeren. Door alle ellende heen ziet ze dat ene mooie vonkje dat ergens oplicht, en koestert het. Hier geen dom gansje dat voor haar baas valt, maar een optimistische, ruimhartige vrouw die haar liefde wil laten zegevieren.

Joseph O'Connor: Volgspot. (Ghost light) Anthos, Amsterdam. Vertaling: Harm Damsma en Niek Miedema. ISBN 9789041416533. 254 blz. € 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden