Hightech emancipeert de Israëlische Arabieren

Een Israëlisch-Arabische hightechwerker in Haifa.Beeld Dave Sinai

Israëlische Arabieren dringen door in Israëls succesvolle hightechindustrie. Maar veranderingen gaan langzaam, want de barrières zijn groot.

Jamil Mazzawi is een ervaren en succesvolle ingenieur in de computerindustrie. Na een carrière in de VS begon de 47-jarige Israëliër in 2014 de startup Optima, die veiligheidssoftware ontwikkelt voor zelfrijdende auto's. De zaken gaan goed, na heel wat geploeter. Er staat geld op de bank en Optima heeft acht mensen in dienst. Het bedrijf krijgt internationale belangstelling, zelfrijdende auto’s zijn booming. In alles lijkt Optima een typisch succesverhaal uit Israëls technologiesector.

Jamil MazzawiBeeld Dave Sinai

Niets is minder waar. “Wij zijn Arabieren uit het noorden van Israël”, legt Mazzawi uit. “De hightechindustrie zit rond Tel Aviv en is overwegend Joods. Dat is een andere wereld. Voor hen zitten wij in het buitenland.”

Ondervertegenwoordigd

Hightech is de motor achter Israëls economische groei van het afgelopen decennium. In 2017 vormde hoogwaardige technologie 45 procent van de Israëlische export. Ieder jaar worden lokale technologiebedrijven opgekocht door buitenlandse investeerders, dikwijls voor honderden miljoenen euro’s. Amerikaanse giganten als Google, Intel en Apple ontwikkelen chips en software in grote kantoren rond Tel Aviv, het epicentrum van deze industrie. Jonge, vorstelijk betaalde ingenieurs zoeven op elektrische fietsen en steppen door een stad waar de huren de pan uit rijzen.

Zij zijn een Joodse elite in een land met omvangrijke etnische en religieuze minderheden. Arabische Israëliërs maken 20 procent van de bevolking uit maar zijn zwaar ondervertegenwoordigd in de hightech. In 2017 vormden Israëlische Arabieren slechts 3 procent van het aantal werknemers in de sector. Het percentage dat zelf een start-up begint, is nog lager.

Familienaam

“De meeste Arabische jongeren werken voor familiebedrijven. En als ze naar de universiteit gaan, leren ze voor traditionele beroepen zoals dokter, tandarts of advocaat”, zegt Fadi Swidan (48), de directeur van Hybrid, een non-profitorganisatie die Arabisch-Israëlische jongeren bij grote technologiebedrijven plaatst en ondernemerschap stimuleert. “In onze gemeenschap heerst veel angst om te falen want dat beschadigt de familienaam. Negen van de tien start-ups mislukken. Ouders zijn bang dat hun kinderen zo’n risico nemen en lokale investeerders blijven weg.”

Jamil Mazzawi van Optima kan het beamen. Hij financiert zijn bedrijf al sinds 2014 noodgedwongen uit eigen zak. Het lukte niet om in Nazareth of in Tel Aviv een investeerder te vinden. “Ik kon het risico nemen omdat ik jaren goed heb verdiend. En gelukkig gelooft mijn vrouw er ook in”, lacht hij. “Maar voor jongeren in Nazareth is ondernemen in de hightech lastig. Hun ouders willen dat ze kiezen voor zekerheid, en lokale investeerders begrijpen de sector niet. Er is veel angst en onwetendheid.”

Leger

Het is de rol van Fadi Swidan om de economische afstand tussen Nazareth en Tel Aviv te dichten. Hij groeide zelf op in Nazareth en werd opgeleid tot mechanisch ingenieur aan Israëls prestigieuze Technion-universiteit.

Fadi SwidanBeeld Dave Sinai

In de jaren negentig maakte hij carrière in de hightechindustrie in Tel Aviv, als een van de eerste Israëlische Arabieren. Nu gebruikt hij zijn Joodse contacten om Nazareth te verbinden. Eenvoudig is dat niet.

Behalve culturele verschillen is er sprake van een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. De Israëlische hightechindustrie drijft op alumni van elite-eenheden van het Israëlische leger, de IDF, die jarenlange ervaring hebben met militaire technologie. Ieder jaar is de aanwas groot, want alle Israëlische mannen en vrouwen moeten op hun achttiende het leger in. Arabische Israëliërs worden niet opgeroepen door het ministerie van defensie en willen doorgaans ook niet in de IDF dienen.

Cultuuromslag

Veel Israëlische Arabieren hebben familiebanden met Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook en identificeren zich meer met de Palestijnse zaak dan met de Joodse Staat. Daardoor blijven ze buitenstaanders in de hechte gemeenschap van IDF-veteranen in de hightechindustrie.

Maar een groot en oplopend tekort aan technisch geschoold personeel drijft de hightechsector nu toch naar de Arabische minderheid. In 2016 opende Microsoft een eerste centrum voor onderzoek en ontwikkeling in Nazareth. Mellanox, een Israëlische producent van netwerkkaarten die begin maart voor 6,9 miljard dollar werd overgenomen door het Amerikaanse Nvidia, week zelfs uit naar de de stad Rawabi op de Westelijke Jordaanoever om Palestijnse ingenieurs te werven.

“Talent is er genoeg. 20 procent van de ingenieurs die aan de Technion-universiteit afstuderen zijn inmiddels Israëlische Arabieren”, stelt Fadi Swidan vast. “Maar het vraagt een omslag in onze cultuur om hen in de sector te krijgen. Dat gaat langzaam, met veel hobbels.”

Linkse steun van rechtse minister

Sinds 2013 subsidieert de regering van premier Benjamin Netanyahu programma’s om de deelname van de Arabische minderheid aan de hightechindustrie te vergroten. Inmiddels zijn er in Israël tweehonderd technologiestart-ups die zijn opgericht door Israëlische Arabieren. Een van de drijvende krachten achter de initiatieven is de rechts-nationalistische minister van onderwijs Naftali Bennett van de Joods-Huis Partij. Bennett, zelf een hightechmiljonair, is expliciet tegen een Palestijnse Staat. Tegelijkertijd wil hij de economische participatie van Israëlische Arabieren fors vergroten. Zij moeten kunnen meedoen, zolang ze maar geen onafhankelijkheidsaspiraties hebben. Die spagaat is ook ondernemer Jamil Mazzawi niet ontgaan. “Ooit was ik een van de enige Arabieren in de industrie, nu rennen bedrijven achter ons aan. Voor het eerst helpt de regering hierbij ook echt. Dat is vreemd. Deze regering is erg rechts, maar hierin zijn ze links.”

Lees ook: 

Israëliër of Palestijn, iedereen wil gewoon leven

Hoe leven generaties Israëliërs en Palestijnen samen? Correspondent Monique van Hoogstraten praatte met hen over hun beeld van elkaar en over het conflict.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden