Hieronymus B.

DANS

Dance Company Nanine Linning/theater Heidelberg ***

In de danstriptiek 'Hieronymus B' nodigen een uil en een lepelaarsbek ons uit een potje te dobbelen op een narrenschip. Naakte lichamen worden gebaard uit een gigantisch oor. Een vreemdsoortig hybride wezen in monnikspij maakt masturbatiebewegingen, terwijl een rode duivel met haar staart sissend op de billen van een toeschouwer slaat.

Likkebaardend moet choreograaf en theatermaker Nanine Linning zich in het Jeroen Bosch-jaar 2016 hebben gestort op Jeroen Bosch' beeldtaal, waarin christelijke iconografie en soms gruwelijke, visionaire allegorieën om voorrang strijden. De ene helft van het publiek wandelt langs acht bewegingsinstallaties op het achtertoneel: door het Nederlandse kunstenaarsduo Les Deux Garçons tot leven gewekte details uit werken als De Tuin der Lusten en Het Narrenschip. Deze 'Bosschiaanse' rondgang in de donkere toneelkrochten is vervreemdend, vooral als het doek opengaat en de andere helft van het publiek ons vanuit het 'gewone' theaterpluche gadeslaat. Met publiek in de zaal én op het podium speelt Linning een theatraal spel van kijken, zoals je dat doet in een museum, én met fysiek ondergaan. Tastbaarder totaaltheater kun je niet krijgen.

Jammer is het dat Linning na de pauze kiest voor de reguliere theatersetting, waarmee ook een deel van de magie verdwijnt. Ook in dit dansante deel is geput uit De Tuin der Lusten, met een knoestige boom der kennis van waaruit de dansers (in naaktkostuums) opereren, een berg verstoten vlezige lijven, een woud aan zwoegende handen en voeten die in strakke contouren worden uitgelicht. Mooi dat Linning daarmee de focus weer op het verwrongen lichaam legt, zoals in haar oudere werk, want daarin gedijt de rauwe, ultradynamische danstaal het best.

Er wordt flink geslagen, gesleept en getrokken in de choreografie, die in losse scènes naar de door Bosch verdichte zeven hoofdzonden verwijst. Lust, woede en vraatzucht, wulpse heupen die verleiden, handen die grotesk naar de mond bewegen. Véél handbewegingen zijn er, een religieus thema in Bosch' werk, maar hier ook dramaturgisch ingezet: de blauwe engel die als deus ex machina met twee zalvende vingers de gelouterde vlezige mensenmassa een blik op de verlossing schenkt. Veelbetekenend zijn de gouden kooien uit de kroon der schepping die op het einde als lantarens aan de kennisboom bungelen. Het Paradijs is verlaten, maar er gloort licht, is de hoopvolle strekking.

Waar ligt de grens tussen een allegorisch knap gelaagde beeldtaal en de jacht op mooie plaatjes? Als dansers jakobsladders bestijgen, op weg naar de hemel, en als Adam en Eva elkaar beeldig gedrapeerd op de appel liefkozen is die grens, hoe paradijselijk ook, overschreden.

Vanavond nog te zien in Holland Dance Festival

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden