Hier weten ze nog wie Guido was

De Nederlandse geloofsbelijdenis, een van de oerdocumenten van het protestantisme in de polder, viert zijn 450ste verjaardag. Wie kent opsteller Guido de Brès en zijn opvattingen nog? "Valse godsdiensten kun je niet uitroeien, maar het is wel een mooi ideaal."

Een groep jongens hangt verveeld op een bank in de aula. Onderuitgezakt in dikke jassen die ophopen tot over de oren. Het is vrijdagmiddag, klas vmbo4 heeft een tussenuur.

"Guido de Brès?", vraagt Mario Dijksman (16). Hij spreekt de naam van de Waalse prediker en protestantse martelaar uit de vijftiende eeuw wat onwennig uit, alsof hij zich voor het eerst beseft dat het om een persoon gaat. Voor Mario is Guido de Brès vooral de naam van zijn school in Rotterdam-Zuid. 'Bres' zegt hij, op zijn Nederlands, met een harde 's'. "Oh ja. Die gooide toch een boek over de muur?"

Vanaf de andere kant van de bank vult klasgenoot Ivan Dijkhuizen (16) aan: "En toen werd-ie vermoord, toch?" De jongens kijken elkaar vragend aan. Mario: "Volgens mij moest-ie de brandstapel op." Ivan: "Nee, zijn hoofd werd afgehakt." Bijna goed: De Brès eindigde aan de galg. "Oh ja. Er was toch een of andere koningin ofzo, die vond dat boek niet leuk?"

Guido de Brès (1522-1567), protestants prediker in een woelige periode van de reformatie, schreef de 'Confession de Foy'. Later werd dat een officieel document van de calvinisten in Nederland, die het de 'Nederlandse Geloofsbelijdenis' noemden. Op dat boek doelen de jongens, de 'koningin' uit hun verhaal is landvoogdes Margaretha van Parma.

Dit jaar viert het geschrift zijn 450e verjaardag, maar vrijwel niemand kent of leest het ooit nog, behalve gereformeerden van zeer behoudende snit. De Guido de Brèsschool die Mario en Ivan bezoeken is dan ook een reformatorische school, waar de dagen steevast beginnen met een psalm en de meisjes rokken dragen.

Hier is Guido de Brès niet vergeten. Maar wat er in 'dat boek' staat, zegt Mario, zou hij 'echt niet weten'. Het zal wel iets met geloof te maken hebben, denkt Ivan. Maar wat zei De Brès daar dan over? Het blijft even stil. "Ehm, ja, van alles," hakkelt Ivan. Mario brandt ineens los. "De kern is de drie-enigheid van God. Dat alleen Jezus de redder is. En hij was tegen dat roomse beeldengezeik." Dat laatste bedoelt Mario niet verkeerd, hij kon niet op het juiste woord komen, zegt hij. "Ik vind, ieder z'n eigen ding. Dat gedoe over wel of geen beelden vind ik nergens op slaan."

Beide jongens vinden beelden, geheel in de geest van De Brès, overbodig in hun geloof. Ivan: "Ik weet niet zeker waarom dat is. Ik dacht dat in de Bijbel stond dat je niet kunt weten hoe God en Jezus eruit zien." Mario schiet iets te binnen: "Trouwens, het is toch een wet? Gij zult geen beelden maken."

Er komt een meisje bij de jongens zitten, Claudia Verhoeven (16). Ze trekt haar rokje recht. De jongens vertellen haar dat het over Guido de Brès gaat. "Ooh", zegt ze met een lange haal. "Maar ik weet niks, hoor", gaat ze verder, met Alblasserwaardse tongval. "Hij was een belangrijk persoon, denk ik, in de geschiedenis." Hardop denkend: "Hij moet wel gelovig zijn geweest. Anders was deze school niet naar hem genoemd."

Volgens Mario en Ivan is de school niet zo streng als mensen denken. "Alleen qua geloof." Zenuwachtig lachend biechten de jongens op dat ze vaak spijbelen van de 'weekopening', een meditatief moment op maandagmorgen. Ze vinden dat er wel genoeg over De Brès is gepraat. "Nu gaan we roken." In de hoogste klassen besteedde de school in dit jubileumjaar van de Nederlandse geloofsbelijdenis wat lessen aan De Brès. In de kamer van de directeur mogen Sijmen Stuij (16) en Robert Cornet (16), uit de vijfde vwo-klas daar iets over vertellen. "De meeste tijd hebben we besteed aan artikel 36", zegt Robert. "De overheid draagt het zwaard, en moet alle valse godsdiensten weren en uitroeien." Een omstreden gedeelte uit de Brès' geschrift, dat Abraham Kuyper uit de grondslagen van 'zijn' kerk liet wissen, op het moment dat hij premier was.

Niet dat de jongens aanhangers van 'valse godsdiensten' lastigvallen. Sijmen, wat gelaten: "Je hebt veel godsdiensten in Nederland natuurlijk." In de les hadden ze dat 'probleem' ook besproken. Het kwam erop neer dat toepassen van het 'weren en uitroeien' niet de bedoeling was, zegt Sijmen. Hij kijkt naar Robert. "Toch?" Robert slaakt een zucht: "Ja." Maar dan zegt hij: "Het is wel een taak van de overheid, vind ik. In Nederland gebeurt het nu niet, maar dat zou wel moeten."

Sijmen krimpt een beetje ineen, gaat zachter praten. "Het hindoeïsme was er in Nederland nog niet in de tijd van Guido. Het is nu praktisch onmogelijk om zijn ideeën nog uit te voeren."

Robert: "Je kunt moslims nu niet verbieden moslim te zijn." Sijmen: "Maar het blijft een mooi ideaal."

Dat moet hij even uitleggen. "Wie geen christen is gaat naar de hel. Dat gun je mensen niet." Maar Sijmen is ook realistisch. "Mensen dwingen te geloven heeft ook geen zin. Dan gaan ze stiekem thuis in een kamertje nog in hun koran zitten lezen."

De jongens komen er niet helemaal uit. De Brès willen ze niet afvallen. Maar welke praktische bezwaren zien ze nu precies? Volgens Sijmenzijn er niet genoeg christelijke politici om 'valse godsdiensten' te kunnen uitroeien. Robert: "En het gaat tegen de Grondwet in. Maar het is wel mijn ideaalbeeld."

De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft ter ere van het 450-jarig bestaan van de Nederlandse geloofsbelijdenis een dossier aangemaakt over Guido de Brès. Daar zijn onder meer afdrukken van zijn belijdenisgeschrift te zien.

www.kb.nl/dossiers/bres

Nederlandse geloofsbelijdenis
Met zijn 'Confession de foy', ofwel Nederlandse geloofsbelijdenis, wilde Guido de Brès het Spaanse gezag bewijzen dat het van zijn soort protestanten geen gevaar te vrezen hadden. Tevergeefs - hij werd veroordeeld als aanstichter van de beeldenstorm, en opgehangen in Valenciennes.

Eerder had De Brès zijn bundel over de muur van het slot van Margaretha van Parma gegooid. "Filmisch", zegt Mirjam van Veen, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. "En De Brès' martelaarschap bewees het religieuze gelijk van zijn medestanders." Guido de Brès staat in de lijn van reformator Johannes Calvijn, zegt Van Veen. "Hij had hem goed gelezen. De uitverkiezingsleer - God heeft van tevoren bepaald wie naar de hel of naar de hemel gaat, zonder dat de mens daar zelf iets aan kan doen - benadrukt hij sterk." Tegenwoordig doet De Brès er alleen onder orthodox-gereformeerden nog werkelijk toe. Daarbuiten lijkt hij minder relevant. Predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland moeten wel hun handtekening onder de Nederlandse geloofsbelijdenis zetten, maar, zegt Mirjam van Veen: "er staat een begeleidende tekst bij, dat in het verleden het belijden van de kerk zo is vastgelegd. Dat maakt al duidelijk dat men er niet zoveel gevoel meer bij heeft."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden